Terug naar nieuwsoverzicht

Beleefdheidsvormen in Tata Steel Chess Tournament

Na gisteren de eerste van vier ontmoetingen te hebben gehad met de jeugdspelers in mijn groep, stond vandaag een tweede ontmoeting op het programma met een jeugdspeler. Tegenstander vandaag was de dochter van GM Harmen Jonkman, Sophia Jonkman Inza (naar haar Peruaanse moeder). Met een rating van 1120 niet bepaald een hoogvlieger en tijdens de partij bleek wel dat deze jongedame eigenlijk geen aandacht voor het schaken had. Rondwandelen, aan haar haar plukken, praten met haar zus en doelloos rondkijken waren belangrijker dan het schaken. Je vraagt je af waarom zo iemand aan een dergelijke toernooi mee doet. Maar goed, het is een open toernooi en iedereen mag inschrijven. De partij van vandaag heeft mijn aversie tegen het meespelen van jeugdspelers alleen maar vergroot. Wat gebeurde er ?

Ik had gezien dat mijn tegenstandster in andere partijen waarin zij de witte stukken bestuurde altijd met d4 opende. Ik gokte er daarom op dat zij ook in onze partij, waarin zij met wit speelde, met de d-pion zou openen. De vraag is, wat antwoord je dan ? Het advies van mijn huisgenoten was om iets te spelen waarbij je snel uit de theorie zou zijn. Dat wil bij jeugdspelers nog wel eens helpen. Het lijkt er namelijk op dat sommige jeugdspelers de complete openingenencyclopedie hebben ingeslikt. Na wat speurwerk in “De wereld van de schaakopening” van Paul van der Sterren, viel de keus op de Tsjigorinverdediging (1. d4 d5, 2. c4 Pc6). En inderdaad verschenen deze zetten ook op het bord en na 2. ….. Pc6 verzonk mijn tegenstandster in diep gepeins en kwam uiteindelijk op de proppen met het slappe 3. b3. Betere alternatieven zijn hier 3. cxd5, 3. Pc3, 3. Pf3 of 3. e3. Missie geslaagd zullen we maar zeggen. Nu de eerste aanvalsgolven overleven en dan zien we wel verder. Van aanvalsgolven was geen sprake. Integendeel. Mijn tegenstandster deed eigenlijk maar wat en dat leidde tot niets. Het gaf mij echter de mogelijkheid om een goede stelling op te bouwen en mijn stukken op de goede plek neer te zetten, klaar voor een offensief. Dat leidde op de 20e zet tot verlies van een eerste pion.

Met mijn laatste zet 19. …. De7 val ik de pion op b4 aan. Met bijv. 20. c5 valt deze pion goed te verdedigen. Sophia speelt echter 20. e4 en na 20. …. Dxb4 valt er een eerste pion. Neef Fritz van 11 geeft in de nazit echter aan dat 20. ….. dxe4 sterker is. Een tweede pion valt na 21. Ta3 Dxc4 en vervolgens let ze niet op en verliest een toren: 22. Db1 dxe4, 23. Txe4 (hier bood mijn tegenstandster, zonder eerst een zet te doen, remise aan ! Je vraagt je af waar ze het lef vandaan halen.) c5, 24. Dxb6 ? Lxe4 en de voorsprong bedraagt nu een volle toren en een pion.

We maken een sprong naar de 34e zet van zwart.

Met 34. …. Da1+ heb ik zojuist schaak gegeven. Zonder blikken of blozen speelt ze hier a6 ! Op mijn opmerking dat ze schaak staat en het schaak moet opheffen, kijkt ze mij aan met een blik van “waar bemoei je je mee”.

Maar het hoogtepunt komt nog.

Ik heb mijn tegenstandster zojuist mat gezet. Normaal gesproken geef je je tegenstander een hand en maakt eventueel nog een praatje (dat laatste is overigens niet verplicht). Een handje geven is een vorm van elementaire beleefdheid. Zo niet bij Sophia Jonkman. Na het invullen van het uitslagenkaartje beent ze weg zonder boe of bah te zeggen en zonder mij een hand te geven. Over fatsoensnormen gesproken. Een toeschouwer die dit zag vroeg zich af of het niet gebruikelijk meer is om uit beleefdheid een handje te geven.

U zult zich wel kunnen voorstellen dat het mij steeds meer tegen gaat staan om tegen jeugdspelers te spelen. Maar goed, ik heb er nog twee te gaan. De overigens op dit moment samen met mij de koppositie bezeten met een score van 3 uit 4.

Henk Boot heb ik vandaag niet gesproken. In de uitslagen zag ik dat hij opnieuw remise had gespeeld en op de tweede plaats in zijn groep, 3K, staat. Een half punt achter de koploper.

Morgen om 13.30 uur volgt ronde 5.

Eén gedachte over “Beleefdheidsvormen in Tata Steel Chess Tournament

  • 28 januari 2018 om 22:32
    Permalink

    ha John,
    Je hebt Sophia wel mooi mat gezet!
    Jammer dat het haar nog ontbreekt aan sportiviteit. Hopelijk komt de wijsheid alsnog met de jaren. Laten we hopen dat haar vader hierbij nog wat kan betekenen.

    groet, Ernst

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *