Ronde 10 interne competitie op 29-11-22

Ronde 10 interne competitie op 29-11-22

Op dezer dinsdag werden weer een aantal spannende en interessante partijen gespeeld. In de partij tussen Henry Houweling en Bert van Geldere kwamen de spelers al snel buiten de gebaande paden. Bij Bert was er opeens geen antwoord op het actieve spel van Henry en hij verloor snel. Bij de wedstrijd tussen de combattanten van het eerste uur Jan Post en Bert den Boer (beiden in 1964 betrokken bij de oprichting van de club! ) werd de stelling na een rustige opening gekenmerkt door het volproppen van het centrum met lichte stukken. In de wandelgangen werd dan ook gesprokken van een paardenmanege. Maar nadat een groot aantal lichte en zware stukken waren geruild, resteerde een eindspel met lopers en een enkel pionnetje meer voor Jan. De vraag was of hiermee een weg naar winst zou kunnen worden gevonden. Het zou sowieso nog een lange strijd zijn geworden. Beiden besloten niet tot het uiterste te gaan en de vrede te tekenen, remise dus. In de wedstrijd tussen Egbert Meier en John Dessens leek het best lang gelijk op te gaan, maar uiteindelijk kreeg John de overhand en maakte een stuk buit. Dat leidde dus tot winst van John.
Martijn Koudstaal overzag stukverlies tegen Huig Visser, maar had het geluk dat even later Huig het stuk teruggaf. Uiteindelijk ontstond een gelijkstaand pionneneindspel, dat Martijn duidelijk handiger aanpakte en dus alsnog een gelukkige zege behaalde.
In de wedstrijd tussen André van Wingerden en Mattias Stok werd een originele benadering gekozen. Toch was de stand redelijk gelijk, maar André kreeg toch wel aanvalsvisioenen. Niet onverwacht was dan ook dat hij een aantal pionnen in de aanval investeerde. Ook in de volgende stelling (diagram) koos André niet voor de prozaïsche penning 21. Lf4 maar voor het speculatieve 21. Lg7 ?!?.

Dat strooide zoveel zand in de ogen van Mattias, dat hij zich verslikte in de verdediging en vergat met zijn koning naar de damevleugel weg te vluchten. Koelbloedig haalde André dus een gelukkige zege en daarmee de volle buit binnen.
Hans Karelse en Tony Else vochten een interessant duel. Het bepaalde wie zich in het spoor van de koplopers zou mogen voegen. Hans vertrouwde me tijdens de partij toe dat hij een leuke opening speelde. Dat was ik zeker met hem eens, want er kwamen ongewone patronen op het bord. Niettemin ontwikkelde de strijd zich redelijk gelijk op. Hans had evenwel een venijnig zetje wat verschillende dreigingen combineerde in de aanbieding. Toen Tony niet goed reageerde stortte zijn stelling in elkaar. Hans won dus en staat na deze ronde op de derde plaats in de competitie.
Boudewijn Christiaan en Rob van Driel speelden een partij die lang gelijk op ging, maar toen Rob blunderde en een toren tegen slechts een tweetal pionnetjes verloor, was het voor Boudewijn niet moeilijk meer de buit binnen te halen.
David Carlsson offerde tegen Bert van Hees wel heel frivool op de 6e zet al een loper op f7. Maar zijn onontwikkelde damevleugel verhinderde dat hij genoeg stukken bij de aanval kon betrekken en zodoende lukte het Bert, zij het met het nodige tijdverbruik, de verdediging gesloten te houden. Uiteindelijk raakte Bert in tijdnood en accepteerde met nog slechts enkele seconden op de klok het remise aanbod van David, die daarmee dus met een blauw oog alsnog ontsnapte.
Het langste gevecht vond plaats tussen Henk Boot en Jaco Vonk, waarbij dus de eerste plaats op de ranglijst in het geding was. Jaco koos een tussen beide nog niet eerder gespeelde opening. Henk had in een eerder rapid-kampioenschap deze opening al eens tegen een Oekraïnse grootmeester op het bord gehad en was toen gedecideerd weggespeeld. Later in het TATA-toernooi had hij zijn lesje geleerd en won, maar dat was allemaal al weer jaren geleden. Wel vertrouwde hij Hans Karelse toe dat ook hij een leuke opening speelde, waarbij Jaco al snel zijn zwarte loper ruilde tegen het witte paard op c3. Hij tastte vervolgens het witte centrum aan met een vroeg f5, maar Henk schrok er niet van en joeg de zwarte loper op f5 snel terug met g4. Er volgde tegengestelde rokades (zwart lang en wit kort). Henk bezette met zijn torens de open e-lijn en kon verhinderen dat Jaco zijn pionnen op de vleugel naar voren bracht. Diagram na 23. Dd2

Het was een ingewikkelde stelling die beiden best flink wat tijd kostte om goed te behandelen. Henk had weliswaar een duidelijk plusje, maar was met 24. De3 niet doortastend/handig genoeg. Diagram. Direct 24. Te6 was beter, omdat zwart met zijn toren op f7 niet echt goed weg kan na 23. … Dc7; 24. Lh6 of wit kan terugtrekken met Te6-e3 en dan een “betere triplering” op de e-lijn krijgen. Ook dan zou het overigens ingewikkeld zijn gebleven. Henk deed het anders door zijn paard naar f4 te dirigeren (diagram na 27. Pf4)

en met 28. Lh6 de toren op f7 in te sluiten ter voorbereiding op Pe6. Direct 28. Pe6 was overigens prima geweest. Toen 29. Pe6 alsnog volgde, was Jaco wel gedwongen een paard op d5 te offeren. Daarna volgde 31. … Lxe6 en niet Pxc3 (diagram na 31. De4),

wat Henk zou hebben beantwoord met Dc4. Nu werd Henk na ruilen op e6 verrast door 32. …g5 en dat dreigt een vork met Pf4+. Henk deed de “only move” 33. f4 en offerde daarna op f4 de kwaliteit. Dat was niet nodig want met 34. Kg3! had hij gebruik kunnen maken van de “penning” van het paard op f4! Dat gaf volgens de computeanalyse thuis Henk een ruime + 2. Maar goed, ook na het kwaliteitsoffer stond hij nog veel beter en had winnend voordeel kunnen bereiken dankzij zijn loperpaar. Nu liet hij zich toch verrassen door de opmars van de zwarte a-pion na 42. ..Txa2 en de computer gaf zelfs + 3 aan! Diagram

Het moet worden gezegd dat beiden toen nog slechts zo’n 5 minuten hadden en Henk had moeite het goede plan te vinden en zijn voordeel nam duidelijk af. Het was daarom niet onlogisch dat rond de 50e zet tot herhaling van zetten en remise werd besloten. Voor beiden was het halve ei duidelijk beter dan de lege dop. Achteraf zal vooral Jaco met de remise niet ontevreden zijn geweest en had Henk na thuisanalyse meer het gevoel van gemiste kansen dan op de avond zelf. Aan de top van de ranglijst blijft Henk Jaco op dit moment voor.

Bergen op Zoom een maatje te groot voor De Giessen en Linge door Jaco Vonk

Bergen op Zoom een maatje te groot voor De Giessen en Linge door Jaco Vonk

In de vierde ronde van de KNSB-competitie bracht het team van De Giessen en Linge een bezoek aan Bergen op Zoom om daar tegen het eerste team van de Bergen Op Zoomse Schaakvereniging te spelen. De speellocatie bevond zich in de dependance “Sport en Beweging” van het Rijksscholengemeenschap ’t ijks, terug in de schoolbanken dus.
Bij het ingaan van de wedstrijd stond Bergen op Zoom onderaan de ranglijst terwijl De Giessen en Linge al vier punten had verzameld. Qua rating waren de Brabanders (en een paar Belgen) echter wat sterker dan onze mannen uit de Alblasserwaard. Henk Boot had een tactische opstelling bedacht, omdat hij wilde inspelen op eerdere tactische opstellingen van Bergen op Zoom. Deze manoeuvre had gedeeltelijk effect, maar Henk was er achteraf toch niet helemaal gelukkig mee.
Eddy was na ruim twee uur spelen al klaar. Met zwart hield hij de sterke Tony Peleman in bedwang. Eddy speelde zijn geliefde opening met een versneld loperfianchetto waarbij wit inging op paardruil op c6 om met de centrumpion het paard op f6 aan te vallen. Eddy koos voor het schijnoffer Pg4, maar had naar eigen zeggen beter voor Pd5 kunnen kiezen. Eddy kwam een pion achter, maar doordat Tony wat tempi achterliep was de keuze gerechtvaardigd
om deze pion weer terug te geven. Eddy leek nog wat beter te staan, maar de marge was te klein om er nog iets van te maken. Tussenstand: ½ – ½
Bij onze Tony leek er weinig aan de hand in zijn partij tegen Eric Aerts, hij stond zelfs wat actiever met de zwarte stukken. Helaas raakte hij de draad kwijt en kwamen zijn stukken op ongelukkige velden terecht. Opeens was het over toen Tony zijn tegenstander het verwoestende Le7 liet spelen. De toren op f8 stond aangevallen, het paard op c5 stond aangevallen en ook de dame op b4 stond opeens gevangen (dreiging: Ta4 met damewinst).Tony koos voor de verdediging van het paard (b6), maar toen wit de toren op f8 sloeg kon Tony niet terugslaan op straffe van mat. Tijd om de vlag te strijken. Tussenstand: 1½ – ½
In de partij van Hans kreeg ik de indruk dat zijn tegenstander (René Punt) nog een afspraak had die middag. Hij speelde zeer snel terwijl Hans uitgebreid de tijd nam voor zijn zetten. De flinke tijdsachterstand van Hans gaf geen reden tot zorg, omdat zijn stelling in orde was. Toch leken er scheuren te ontstaan toen wit zijn pionnen op de koningsvleugel naar voren dirigeerde. Hans reageerde daar niet helemaal adequaat op waardoor wit meer aanvalsdreiging kon ontwikkelen. Op dat moment werd de beperkte tijd een probleem voor Hans. Er lagen nog kansen voor hem, maar het lukte hem niet meer om het hoofd koel te houden en ging tenonder. Tussenstand: 2½ – ½
Henk speelde een goede partij op bord 3 tegen Oliver de Hert. Zoals wel vaker de laatste tijd bracht Henk in no time zijn zetten op het bord. Zijn tegenstander kende de opening niet goed en had veel tijd nodig om de juiste zetten te vinden. De stelling na zet 21 (zie eerste diagram) gaf een rooskleurig beeld voor wit, maar….., er was een luxe keuze uit 21.d5 en 21.e5.

Henk zei er het volgende over: Ik verwierp e5, maar ten onrechte! Na e5 is Pd5 niet goed vanwege Pxg7 en na Pd7 volgt sterk Pd6 (+2,5). Ook na Pg4 kan wit kiezen tussen Pd6, Lb2 om d4 te dekken en h3. Vooral dat laatste bekeek ik, maar zag door de vele bomen het bos niet meer. Ik koos daarom voor d4-d5 en zag dat Pg4 en Dh2+ eenvoudig met g3 kan worden beantwoord. Maar miste dat zwart dan met Pe5 een tempo wint vanwege de dreiging Pf3+ met een grote vork. Jammer natuurlijk, maar ook mijn tegenstander miste dit en koos voor Pc5 zoals ik had gehoopt, want ik vervolgde met Dg5 met winnende aanval. Hoewel ik de aanval nog mooier had kunnen voeren was mijn winstvoering met Ph6+ en daarna Pxf7 en Lb5 ruim voldoende. Ik viel daarmee drie stukken van hem aan en hij maar eentje van mij. Hoewel hij nog met Pxe4 verwarring probeerde te zaaien, kon ik met een tweede keer Ph6+ aan zijn tegenspartelen een einde maken, omdat Dxe8+ niet te voorkomen is. Tussenstand: 2½ – 1½

Op bord 5 speelde Jaco tegen Peter Kraaijeveld, een oud-speler van schaakclub Sliedrecht. Na twee zetten was duidelijk dat Peter een liefhebber van de “Sliedrechtse opening” was, een opening die Jaco ook graag speelt. Jaco zette de partij rustig op, maar met een duidelijk plan: na 14 zetten stonden vijf pionnen op de vierde rij waarbij de focus lag op de velden d6 en f5. Peter probeerde los te komen door op d4 te slaan, maar slaagde daar niet in. Jaco hield de druk erop en won uiteindelijk de d-pion. Peter hoopte daar tegenspel voor te krijgen, maar dat viel tegen. Uiteindelijk stortte de zwarte stelling in. Dat leidde tot de volgende Tussenstand: 2½ – 2½
De stand was weer gelijk, maar Tijmen had het zwaar op bord 1 tegen Freek Schouten. Hij leek op de damevleugel een succesje te boeken met twee pionnen, maar zwart kon zijn verdrongen loper toch weer goed in het spel brengen en ook het paard op c5 bleek een lastige voorpost. Uiteindelijk kwam Freek met twee torens op de f-lijn binnen en werd het Tijmen te machtig om de stelling op orde te houden. Tussenstand: 3½ – 2½
Louis speelde op bord 7 tegen de jongste speler Levi Vriens. Louis speelde een aardige partij en maakte het zijn tegenstander behoorlijk lastig. Toch had Levi een troef op veld g3, omdat de witte koning op h1 stond met het paard op h2. Door een onhandige schermutseling in het centrum liet Louis uiteindelijk het schaak op g3 toe waardoor hij zijn dame moest geven om het mat te verijdelen. Hij kreeg daar nog twee stukken voor in de plaats waarmee hij nog een
mooie aanval kon opzetten. Uiteindelijk leek het op een eeuwig schaak uit te draaien, omdat er voor Levi geen andere optie meer inzat om uit het matnet te komen dat Louis voor hem had gespannen. Louis ging echter het eeuwig schaak uit de weg door zijn loper terug te trekken om zodoende voor de winst te gaan. Dat liep echter op een deceptie uit, omdat de betreffende loper juist nodig was voor de aanval. Na enkele zetten waren de schaakjes op en kon Louis niet anders dan zijn tegenstander de hand te schudden. Tussenstand: 4½ – 2½
Tim was deze keer het langste bezig, hij speelde een mooie en spannende match tegen Marcel van Herck. Tim heeft daar zelf een uitgebreid verslag over gemaakt, hier de integrale versie: Voor mij persoonlijk de prettige constatering dat ik na twee onnodige nederlagen tegen een sterke tegenstander een ruime remise wist te bereiken. Een mooie en scherp gespeelde partij van twee kanten. Wit stond iets beter maar ik wist het initiatief met tegengestelde rokades over te nemen. Ik had groot voordeel kunnen bereiken al zwakt Fritz dit verderop in de analyse weer af. Gelukkig geen winst gemist (ik voelde dat ik goed stond in opkomende tijdnood maar gelukkig is Fritz mild voor me).  En gelukkig heb ik in het eindspel met …., Th5 niets gemist. Zoals Henk na afloop al zei is dit gewoon remise (ongeveer Fritz -0,1). Maar ik was op het einde moe (dat heb je op je 64e na een zware partij) en ging aan mezelf twijfelen tijdens de analyse. De zet van Jaco, Tb5, is één van de overtuigende remisevarianten voor wit. De zwarte reactie …., Tf5 zou zelfs nog verliezen…!
Een paar fragmenten: Diagram 1 Stelling na 21…, b4-b3:

Mijn tegenstander schrok zichtbaar van deze zet maar ik zag dat na zijn volgende zet (22. Pd4) ik nog fors aan de bak moest om de witte stelling te kraken.
Diagram 2 Stelling na 24…Kb1xc2

Dit is zo’n moment dat iedere schaker wel kent. Je ziet dat je goed staat maar de keuzemogelijkheden zijn ruim en in welke volgorde moet je de zetten spelen? Is …, Lb4 een goede zet en zo ja, op welk moment? Moet de andere loper naar d5 of f5? En dan geeft Fritz ook nog 24…, c5 als goede zet aan, maar deze zet heb ik niet overwogen.
Diagram 3 Stelling na 26. Dc3-c4

Met opkomende tijdnood heb ik hier nog naar 26…., Td5 gekeken en niet gespeeld vanwege 27.Pxf5 en nu kan 27…, Tc5 niet omdat dit 28. Pe7+ mogelijk maakt. Na simpel 27…, Df5 verkrijgt zwart groot voordeel omdat de witte dame niet weg kan vanwege 28…, Tc5+, Dit had ik dus gemist maar wit heeft nog de escape 28.Thf1. Na 28…, Dxe5 29. Df4, De6 30.Txd5, cxd5 31.Dd4, Lf8 32.Lxf8, Txf8 33.Td1 blijft wit nog net binnen de remisemarge al gaat zwart dit uiteraard wel proberen tot winst te brengen.
Diagram 4 Stelling na 28.e5-e6

Ook wit heeft nog aanvalstroeven achter de hand en in tijdnood kan dat ineens succes hebben. Ik speelde 28…, Lxe6 waarna wit afwikkelde naar een voor hem iets minder eindspel. Na 28…, fxe6 staat zwart volgens Fritz beter (- 0,80) maar na 29.h4 blijft het ongemeend spannend en kan er in tijdnood alles gebeuren.
Diagram 5 Stelling na 40. Tc6-c5

Hier moest ik mijn 40 e zet snel spelen en kon de consequenties na 40…., Th5 niet overzien. Gevoelsmatig zag ik ervan af en na afloop ontstond er discussie dat ik hier een kans zou hebben gemist. Door vermoeidheid kon ik niet aantonen dat 40…, Th5 geen kansen had geboden maar mijn gevoel liet me niet in de steek zo bleek achter na raadpleging van Fritz. Het meest overtuigend is 41.Tb5 (suggestie van Jaco) maar ook 41.Tc4 met de bedoeling op
de volgende zet b3-b4 te spelen is overtuigend genoeg. Fritz geeft een waardeoordeel van – 0,10. Na 40…, Th3+ 41.Kc4, Th4+ speelde wit 42.Kd3 waarna 42….,Th5 helemaal geen kracht meer heeft vanwege 43.Txh5, gxh5 44.b4. De pion kan nu niet met schaak worden geslagen. Na de enige zet 44…., h4 45.b5 staat het na wederzijdse promotie potremise. Zeker geen foutloze maar wel een heerlijke partij!

Met deze terechte remise kwam de eindstand op 5-3 in het voordeel van Bergen op Zoom. Met een overwinning waren we al praktisch in veilige haven geweest, nu kan het nog spannend (voor ons) worden in de onderste regionen. In de volgende ronde ontmoeten we een directe concurrent: Sas van Gent 3.

Ronde 9 interne competitie en SGS bekerwedstrijd De Giessen en Linge – Zeist op 22-11-22

Ronde 9 interne competitie en SGS bekerwedstrijd De Giessen en Linge – Zeist op 22-11-22

Egbert Meier speelde tegen Henry Houweling. Henry kwam plezierig uit de opening en had duidelijk het initiatief. Later veroverde hij een pionnetje. Na ruil van de torens en wat lichte stukken ontstond een eindspel met dame en 2 paarden van zwart tegen 2 lopers van wit. Hoewel de witte dame tot op f8 doordrong in de zwarte stelling, oogde zij daar meer als een verdwaald schaap, dan als een krachtig aanvalswapen. Henry vergrootte zijn voordeel en won gedecideerd.
Huig Visser speelde tegen Mark Couwenberg. Mark stelde vanuit de opening zijn stukken actief op, rokeerde lang en bracht Huig met deze opstelling behoorlijk van de wijs. Mark won tamelijk gemakkelijk.
Arjan Uittenbogaard speelde tegen David Carlsson. Dat werd geen eenvoudige partij. Na de opening was er een gelijke stand, maar David werd met de opmars e6-e5 wel erg ambitieus. Diagram.

Het koste na Lxf6 de pion op d5 en David offerde daarom maar de kwaliteit op d5, want dan kon hij tenminste een sterk paard op d4 krijgen. Door verder actief te spelen kreeg de aanval van David stormkracht. Diagram.

Zwart offerde met … Pe2!! een tweede toren en gaf daarna mat in vier. Wit had in deze stelling met Th1 wel sterker kunnen tegen spartelen, maar ook dan gaf de computer met -4 een gewonnen stelling voor zwart aan. Na het einde van de partij verzuchtte Arjan dat hij opnieuw in de slotfase de stelling verknoeide en dus met een 0 huiswaarts moest keren, jammer voor hem natuurlijk.

Bert van Geldere en Boudewijn Christiaan speelden met een drietal gefianchetteerde lopers. Er ontwikkelde zich een langzaam gevecht, waarin uiteindelijk Boudewijn aan het langste eind trok. Mattias Stok zag zich tegen Bert van hees geconfronteerd met een soliede opstelling van zwart. Ook hier werd langdurig gestreden en hoewel Mattias duidelijk voordeel kreeg, lukte het hem niet Bert tot overgave te dwingen. Bert kon dus wegkomen met remise.

Vorige week werd dus de eerste bekerronde gespeeld. De wedstrijd tussen Hans Karelse en Wim Rietveld was tot deze week uitgesteld. De stelling na de opening suggereerde dat er eigenlijk een heel andere opening was gespeeld, zeker toen Hans lang rokeerde. Altijd grappig om te zien dat je van het ene soort stelling via een omweg weer op andere “gebaande paden” terecht kan komen. Hoewel Wim probeerde met zijn dame op a5 de witte koning lastig te vallen, kwam het daar niet van. Een wit paard “zweefde” via b5 naar d6 met schaak. Hiermee zaaide Hans toch eigenlijk wel dood en verderf in de zwarte stelling. Het lukte Wim niet meer de verdediging gesloten te houden.

Naast de interne wedstrijden speelde het bekerteam in de SGS-bekercompetitie tegen Zeist. Dit team is in de reguliere competitie ook nog één van de volgende tegenstanders en dus een goede mogelijkheid om in te schatten hoe de krachtsverhoudingen liggen. Zij misten weliswaar hun 2e bord speler uit de reguliere competitie, maar het leek er van te voren op dat we redelijk aan elkaar gewaagd zouden zijn. De eerste partij die tot een beslissing kwam, was de partij van Eddy Korevaar. Hoewel zijn tegenstander tegen Eddy’s koningsstelling met gefiancheteerde loper onvervaard met h4-h5xg6 ten aanval trok, liet Eddy zich hierdoor niet verontrusten. De witte achterstand in ontwikkeling verhinderde dat hij een doorslaggevende aanval kon opzetten. Zeker toen hij nog een stuk offerde, was dit eigenlijk het begin van zijn ondergang. Hoewel Eddy nog goed moest opletten toen wit tripleerde op de h-lijn, vond hij de juiste vluchtroute voor zijn koning en plaatse zijn paard als verdedigingshulp op e7. Daarna sleep Eddy zijn aanvalsmessen en sneed daarmee door de witte boter en haalde zo het eerste punt binnen.  

Vervolgens was het woord aan Jaco Vonk. Hij speelde een voor hem wel en voor zijn tegenstander niet erg vertrouwde opening. Met tegengestelde rokades wort het vaak een interessante partij. Het leek er even op dat Jaco een kwaliteit zou verliezen, maar dat was niet zo. Jaco had goed gezien dat een “pseudo-dameoffer” de materiële verhoudingen niet zou veranderen, omdat hij de witte dame gelijk kon terugwinnen. Op dat moment was de stelling in evenwicht, maar omdat wit geen dreigingen kon creëren tegen de zwarte koning en Jaco wel tegen de witte koning, had Jaco een toenemend voordeel. Hij drong de witte koningsstelling binnen, sloopte her en der wat verdedigingswerken en besliste de partij overtuigend.

Hierna volgde een beslissong aan bord 2 bij Henk Boot. In een rustige klassieke partij leek er allemaal niet zoveel aan de hand. Toch had Henk wat makkelijker spel en kon zijn tegenstander voor kleine probleempjes zetten en rond de 20e zet gaf ook de computer hem wel een plusje. De tijd tikte wel door in Henk’s voordeel. Jammer dat hij vervolgens wat aarzelende torenzetten deed, waardoor het voordeel weer wegebde. Hoewel de computer de stelling rond de 30e zet nog steeds of weer in balans vond, voelde dat voor de spelers niet zo. Met nog minder dan 10 minuten op de klok (Henk 40 minuten) begon het zwarte spel scheuren te vertonen en nam het voordeel van Henk significante vormen aan met een geweldig sterk pionnenfront in het centrum. Diagram. 

Het voordeel nam inmiddels beslissende vormen aan en het lukte Henk zijn tegenstander midden op het bord mat te zetten. Altijd een leuk gezicht en gevoel bij de winnaar! Diagram.

Tenslotte was Tony Else langzaam in een steeds mindere stelling beland. En dan ook nog een pion achter. Hoewel Tony lang zwoegde om toch nog een half punt te redden, lukte het niet en moest hij de eer aan de tegenstander laten. Al met al een prima en verdiende 3-1 overwinning. In de volgende ronde treffen we het sterke Woerden, waar we in de competitie flink van op onze broek kregen. Goed om dan de mouwen stevig op te stropen en een poging te wagen om voor een daverende verrassing te zorgen.

Ronde 1 bekercompetitie seizoen 2022-23

Ronde 1 bekercompetitie seizoen 2022-23

Op 15 november werd de eerste ronde in de bekercompetitie gespeeld. Het afgelopen jaar was de bekercompetitie vanwege de coronabeperkingen in het water gevallen en niet gespeeld. Het was plezierig deze avond weer een aantal leden achter het bord te zien zitten, die we de afgelopen tijd weinig hadden gezien. Er konden 11 wedstrijden worden gespeeld. Drie wedstrijden zijn naar een later tijdstip verschoven, terwijl twee spelers zich terugtrokken en hun tegenstanders Henry Houweling en André van Wingerden een reglementair punt kregen en zich dus eenvoudig plaatsten voor de tweede ronde.
Chris van Wieringen verloor al snel materiaal tegen Martijn Koudstaal en daarmee ook de partij. Huig Visser kwam tegen Christiaan Boudewijn een pion achter, die niet veel later de totale controle over de stelling kreeg en de winst binnenhaalde. David Carlsson kwam tegen Mark Couwenberg een pion achter en toen deze achterstand in materiaal alleen maar toenam, was duidelijk dat Mark de winst naar zich toe zou trekken. Eddy Korevaar zette zijn partij tegen Peter van Gaalen vrij rustig op, maar kreeg een prettig ruimteoverwicht. Toen Peter zich niet kon loswerken en steeds meer werd ingesnoerd, was de winstvoering voor Eddy niet erg moeilijk meer. Egbert Meier kwam tegen Ernst Delwel twee pionnen achter en toen Ernst naar voren trok met torens, paarden en pionnen, was duidelijk dat Ernst, zeker toen de torens geruild konden worden, zou gaan winnen. Bij Gerard de Gans en Jan Post leek het lang gelijk op te gaan. Hoewel Gerard bij goede stelling nog wel een pion voorkwam, kon Jan zijn tegenstander via en list toch nog verschalken en winnen.
Mattias Stok most het opnemen tegen Tony Else. Mattias kreeg vanuit de opening geen voordeel. Tony bouwde met zwart een pionnencentrum op met e5 en d5, terwijl hij zijn koning in het centrum hield. Later in de partij kreeg Tony toenemend positioneel voordeel met een pionnenformatie f5-e4-d5, terwijl zijn loper op f6 zijn pijlen richtte op de witte dame op b2. Er was sprake van een totale dominantie van zwart en Mattias kon het dan ook niet bolwerken en verloor.
Tijmen Schakel speelde een goede partij tegen John Dessens. Tijmen won op een gegeven moment een centrumpion, maar omdat zwart een kluitje pionnen op g7,g6,h7 had betekende dit dat wit een mooi tweetal verbonden vrijpionnen in het centrum had. Hij had hierdoor groot positioneel voordeel. Vanwege het ontbreken van en pion op f7 kon Tijmen de partij met een mooi stikmatmotief besluiten. Diagram. Er volgde Pf7+ Kg8; Ph6+ Kh8 en Dg8+!  

Chris Tromp pakte zijn partij tegen Bram Capelle voortvarend aan en offerde al snel een loper op f7, maar …. zijn berekening klopte niet. Bram speelde soliede en maakte langzaam vorderingen en won. Een taai en langdurig gevecht werd geleverd door Bert van Geldere en Bert den Boer. Bert van Geldere kreeg ruimtevoordeel op de damevleugel, maar kon niet profiteren van de open a-lijn of later een open g-lijn. Na ruil van torens en dames, bleef een eindspel over waarin de pionnen op beide vleugels bijna allemaal tegen elkaar aanleunden. De lichte stukken die overbleven waren het loperpaar voor wit en een paardenpaar voor zwart. Het zag er allemaal erg remise-achtig uit. Maar het lukte Bert van Geldere toch op de een of andere manier de stelling open te breken en hij kreeg vervolgens groot voordeel en kon dat in winst omzetten.
De laatste en langste bekerpartij werd gespeeld door Arjan Uittenbogaard en Henk Boot. Vorig jaar had Arjan éénmaal met wit hardhandig van Henk gewonnen en aan het eind van het seizoen had Henk sterk revanche genomen. Logisch dat Henk opnieuw de openingsopbouw van die laatste partij volgde. Arjan liet zich niet nogmaals verrassen en speelde sterk en stond na de opening een tikkeltje beter (volgens de computer), maar Arjan zelf vond dat niet. Hij vond het moeilijk een goed plan te vinden en moest op de 15e zet zijn mooie zwarte loper ruilen tegen een zwart paard op e5, waarna Henk terugsloeg met de dame die daar heel fraai stond. Toch was dit vooral een optisch voordeel, maar toen Arjan een vrij traag plan koos, kwam Henk steeds prettiger te staan. Maar het was wel een stelling met veel mogelijkheden. Na zet 22. Pg3 (diagram)

overwoog Henk de pionzetten b5 (a4 als vluchtveld voor Pc3) en f5, maar kon met deze zetten geen voordeel vinden. Dat was correct volgens de computer (beide varianten, hoewel interessant 0.00!!). Maar ipv 22. .. Ld7 waarmee hij voordeel had gehouden, koos Henk voor het dubieuze Lf3?! Om daarmee e4 te dekken als het paard op c3 zou worden weggejaagd. Hij zag wel dat na een extra aanval op Pc3 dit paard zou sneuvelen, maar had een (te) optimistische kijk op zijn mogelijkheden van de eigen aanval op de koningsvleugel van Arjan. Nadat Arjan dit paard veroverde, kwamen er voor Henk wel minikansjes op de koningsvleugel. Hoewel de computer gedurende een flink aantal zetten Arjan een voordeel van ± 3.0 gaf, was de juiste voortzetting met beiden nog zo’n 10 minuten op de klok lastig te vinden. Henk speelde zo actief mogelijk met een pionnenopmars op de koningsvleugel. Arjan wilde met zijn koning naar de damevleugel vluchten en besloot één zet te laat tot Pg5 (dreigt Dh7 mat) diagram. Nu kon Henk ontsnappen via Dh1+ en Dxh2 (dekt h7!). Na het ongelukkige 38. De2 trok Henk met de pion opmars g2 de wedstrijd naar zich toe (diagram).

Het na afloop door Tijmen Schakel gesuggereerde Tg1 was in deze fase niet meer voldoende geweest. Zeker toen Arjan met 39. Pf3 trachtte alles nog voldoende te dekken, was Henk er als de kippen bij om met een minorpromotie g2xf1P+ de partij naar zich toe te trekken. Met alle omstanders in de laatste fase was het na afloop natuurlijk (vooral voor Henk) plezierig nakaarten, als was Henk de eerste die toegaf na het missen van 22. Ld7 en het gespeelde Lf3 in een verloren stelling terecht te zijn gekomen. Maar dus des te dankbaarder was voor het engeltje op zijn schouder.
Omdat Hans Karelse en André van Wingerden geen bekertegenstander hadden, speelden zij een “gewone” wedstrijd voor de interne competitie. Vooral Hans stelde zich erg rustig op. Na 14 zetten stonden bijna al zijn stukken op de onderste rij. Diagram.

Maar even later ontbrandde de strijd op de koningsvleugel en het werd een onderhoudend gevecht, waarbij de computer bij thuisanalyse meerdere “verbeter” suggesties deed. Overigens op ons niveau niet ongebruikelijk…. In ieder geval kwam André veel beter te staan en Hans zal niet ongelukkig geweest zijn dat André uiteindelijk koos voor eeuwig schaak. Remise dus.

Ronde 8 interne competitie op 8-11

Ronde 8 interne competitie op 8-11

Het tweede team had de avond tevoren in Utrecht gespeeld tegen TRIO 2 en kon de favorietenrol na 2 eerdere overwinningen niet waarmaken. Hoewel Mark Couwenberg en David Carlsson een vol punt scoorden, nog aangevuld met een remise van Christiaan Boudewijn, moesten Bert van Hees, Bert van Geldere en Rob van Driel alle drie de eer aan hun tegenstanders laten. Er resteerde dus een 3,5-2,5 nederlaag.
In de interne competitie kwam de snelste uitslag van de partij tussen Tony Else en van André van Wingerden. Ook deze avond bleek de vorm van André nog matig. Vanuit de opening met een vroeg Lf5 en later b6 werden de witte velden van André op de damevleugel wel erg zwak. Zeker toen na ruil van een paard op e5 daar een mooie witte pion kwam, wit een loper op c6 kon zetten de d-lijn met een toren in bezit nam, was de partij in hogere zjn voor hem verloren (diagram).   

Het ging na f6 van zwart heel snel mis na Lc6-d7xe6+. Tony beleefde zoals hij zei deze keer tegen André geen al te moeilijke avond.
Bij de partij tussen Egbert Meier en Mark Couwenberg sloeg de vlam al snel in de pan. Een witte pion sloeg zich dapper voorwaarts naar b7, maar de witte damevleugel bleek geen sterke verdedigingslinie. Met een loper op f5 en paard op e4 kon de zwarte loper van Mark vanaf g7 dood en verderf zaaien op de witte damevleugel. Egbert had geen goede verdediging tegen dit geweld en verloor.
Huig Visser en Chris van Wieringen leken elkaar lang in evenwicht te houden, maar toen een witte toren van Huig verdwaalde op a6, knoopte Chris het net rond deze toren dicht en na torenwinst was zijn winst duidelijk.
Rob van Driel werd door Gerard de Gans geconfronteerd met oprukkende zwarte pionnen op de damevleugel. De verste daarvan kwam tot b3. De reactie van Rob in het centrum was echter thematisch en adequaat. Op een gegeven moment moest Gerard door de zure appel van stuk- of pionverlies heen bijten. Begrijpelijkerwijze koos hij voor pionverlies, maar compensatie kreeg hij niet. Rob won vervolgens overtuigend.
Christiaan Boudewijn en David Carlsson hadden de avond tevoren al in de externe competitie warmgedraaid. Het ging lang gelijk op, maar tenslotte lukte het David een stuk te winnen. Toen daar nog enkele pionnen bijkwamen, was duidelijk dat de strijd eigenlijk gestreden was en David aan het langste eind zou trekken.
In de partij tussen koploper Henk Boot en Bram Capelle leek er een tijdje niet zo veel aan de hand. Henk besloot zijn koningsvleugel goed gesloten te houden en had ruimtevoordeel op de damevleugel. Bram probeerde het met 16. … Pg4 toch op de koningsvleugel (diagram)    

maar had overzien dat Henk met Pxg6 materiaal ging winnen, omdat na Pxe3 de dame vanaf d3 of b3 dit paard onder vuur kon nemen en de toren op h8 in bleef staan. Bram koos in arren moede maar voor hxg6, maar hoewel hij nog wel via de h-lijn probeerde te fröbelen, lukte dat niet echt en was het voor Henk eigenlijk een min of meer gelopen race.
De langste partij werd gespeeld tussen Bert van Geldere en Hans Karelse. Na de opening verloor Hans zomaar een belangrijke pion. “Eigen schuld, dikke bult”, zo vatte hij het samen. Bert had naast de pionwinst ook meerdere positionele voordelen, zoals ruimteoverwicht en bezit van de open c-lijn. Toch was het niet onmiddellijk duidelijk hoe hij verder moest komen. Hij zette zijn centrumpionnen in beweging, maar had daarbij duidelijk last van sterk zwart paard op c4. Ook dreigde Hans met zijn dame de witte stelling binnen te vallen. Uw verslaggever meende dat de zet Td1 en later Td1-d3 goed zou zijn voor Bert omdat zijn dame dan niet meer was gebonden aan verdediging van de a3-pion en de dame weer aan het spel zou kunnen deelnemen. Dat gebeurde niet en uiteindelijk won Hans een pion terug. In een ogenschijnlijk gelijke stelling had Hans in ieder geval ruim 10 minuten meer tijd en had Bert minder dan 10 minuten te beschikking. Niet altijd volgden volgens de computer de beste zetten. Uiteindelijk kon Hans in een dame-eindspel dameruil afdwingen en hield een pionnetje over. Hiermee ontglipte Bert zelfs de remise en moest hij met een nederlaag huiswaarts keren.
Aan de top van de Keizerranglijst staan nu Henk Boot en Jaco Vonk, gevolg door Tony Else en Louis Rutgers. Henk en Jaco treffen elkaar waarschijnlijk binnenkort. Vanwege zijn drukke werk heeft Jaco helaas nog maar weinig gespeeld, maar het komende duel is wel belangrijk voor wie uiteindelijk na het eerste deel van de competitie bovenaan de lijst zal staan.

Ronde 3 KNSB op 5-11: De Giessen en Linge – Krimpen aan den IJssel 3

Ronde 3 KNSB op 5-11: De Giessen en Linge – Krimpen aan den IJssel 3

De overwinning in het verre Zeeuws Vlaanderen smaakte natuurlijk naar een “passend vervolg”. Onze tegenstanders, Krimpen aan den IJssel 3, waren weliswaar qua rating onze minderen, maar ze hadden de vorige ronde het sterke Charlois 3 verslagen. Dus eenvoudig zou het niet worden.
Hoewel Tijmen Schakel vanwege ziekte moest afzeggen, kon teamleider Jeroen Brandsma zijn agenda zo aanpassen dat hij kon spelen. Dus waren we best compleet.
Er ontstonden op meerdere borden flinke gevechten en het eerste resultaat kwam van Hans Karelse op bord 8. Hij werd geconfronteerd met een bekend gambiet en had alle moeite de vervolgoffers van zijn tegenstander te neutraliseren. Hans moest zijn koning van de koningsvleugel naar de damevleugel laten marcheren, daarbij ook wat materiaal teruggevend, en kon daar overleven. Het bleek voldoende voor de overwinning, maar Hans vertrouwde me na afloop toe, dat hij zijn tegenstander in de analyse na afloop toch kon laten zien, waar zwart de winst had gewist. Kortom een gelukkige overwinning, maar daarom nog steeds eentje  die telde. Op bord 5 speelde Louis Rutgers een rustige opening, lette goed op en stond na ruil van flink wat materiaal in een dame-toreneindspel wat makkelijker dan zijn tegenstander dankzij een witte isolani op d4. Hoewel hij met zijn zware stukken diep doordrong in de witte stelling, was dit onvoldoende voor de winst. Remise was de niet helemaal onverwachte einduitslag.
Daarna ging het crescendo bij Tony Else op bord 7. Tony kwam goed uit de opening. Al werden over en weer wel enkele onnauwkeurigheden begaan, de laatste kwam op het witte conto. Tony kon zijn tegenstander daarna in het nauw brengen, een tweetal pionnen en de partij winnen.
Helaas ging het ook deze keer bij Tim Schakel op bord 2 mis. Hij kwam goed uit de opening, maar miste enkele tactische voortzettingen, waardoor hij groot voordeel had kunnen behalen. 

  Pe5 met de dreiging Pxc6 was heel sterk geweest. Desondanks bleef hij beter staan, ook toen zijn tegenstander een gevaarlijk uitziende koningsaanval op touw zette. Na een ongelukkige zettenreeks van zijn tegenstander kon Tim plotseling de zwarte dame insluiten. Tim keek ernaar, maar waarom hij het toch niet “zag” blijft een raadsel. Beginnende tijdnood zal een rol gespeeld hebben, maar was volgens Tim geen excuus. “Ik speel momenteel gewoonweg belabberd”, zo zei hij na afloop. Hij koos voor een afwikkeling naar het eindspel waarbij hij dacht winstkansen te hebben, maar in werkelijkheid stond het gelijk. In tijdnood ging het vervolgens bergafwaarts en verloor hij zelfs nog. “Het niveau zal fors opgekrikt moeten worden om na twee slechte partijen de oude draad weer op te pakken”, was zijn conclusie.
Na 4 partijen hadden we dus een bescheiden 2,5-1,5 voorsprong. Nog 4 partijen te gaan!
Daarna werd door Henk Boot op bord 3 na een zeer enerverende en verre van foutloze partij een halfje binnen gebracht. Hij kreeg een opening tegen die hijzelf ook met wit speelt, zodat de zetten hem niet al te veel tijd kosten. Zijn tegenstander was meer zoekende. Na 15 zetten in overigens gelijke stelling had wit al 45 minuten verbruikt en Henk slechts 15. Henk consolideerde op de 18e zet met a5 zijn mooie damevleugel maar het “pionoffer’c4-c3 met hierna Pe5-c4 was veel sterker geweest (diagram). 

Toen Henk even later de witte loper op b1 “vergat” en zich liet verleiden tot Pxe4 stond hij zelfs erg slecht. Toen wit na 23. … Pe3 het fraaie 24. Le4!! (diagram) 

   miste en Tfc1 speelde kwam de stelling weer in evenwicht. Vervolgens deed wit het niet erg handig met minder dan 10 minuten op de klok voor ruim 10 zetten. Maar Henk tastte nogmaals mis op zet 33 toen hij Txf4 speelde ipv het vrijwel direct winnende Td4!! 

Jammer natuurlijk, nu verwaterde Henk’s voordeel en hoewel hij later nog een kans op voordeel miste, was het daarna volgende voordeel voor wit beperkt en eindigde de partij uiteindelijk na ruim 60 zetten in remise.
Helaas ging het mis bij Jeroen Brandsma op bord 6. Hij stond na de opening zeker niet slecht, Hij had ruimtevoordeel en uw verslaggever zag wel mogelijkheden voor Jeroen, maar of dat allemaal reëel was heb ik niet kunnen verifiëren. Zelf gaf hij aan rond de 20e zet dat zijn plan minder goed was dan hij eerst had gedacht. Uiteindelijk verloor Jeroen op een gegeven moment een pion en dit bleek de weg naar het einde in te luiden en hij moest uiteindelijk het punt aan zijn tegenstander laten.
Dat bracht de stand dus op 3-3 met nog de partijen van Jaco en Eddy te gaan.
Jaco Vonk speelde op bord 1 een gelijk opgaande partij. Het begon met wat onschuldige schermutselingen op de koningsvleugel. In de volgende stelling (diagram)   

miste wit de kans op voordeel met het schijnoffer 29. Pd5!! Dit schijnoffer had Jaco moeten weigeren en een kwaliteit moeten geven na gxh4. Zijn nadeel zou dan beperkt zijn geweest. Maar toen zijn tegenstander even later zijn paard offerde voor een aanval met twee centrumpionnen, moest Jaco goed opletten, maar met de nodige moeite kon hij de witte aanval pareren en op de 49e zet de volle buit binnen halen.
Restte de partij van Eddy Korevaar op bord 4. Hij speelde tegen een jong talent, die het laatste jaar zo’n 250 ELO-punten is gestegen. De tegenstander speelde de opening snel, maar bij de overgang naar het middenspel deed hij het minder goed en kwam Eddy steeds beter te staan. Maar het lukte Eddy niet de definitieve genadeslag uit te delen en het voordeel verzandde. Toch kon hij zijn eigen verdediging goed op orde houden en miste op de 41e zet zelfs een vrij directe winstvoering. Maar zoals het ging, moest Eddy nog alle zeilen bijzetten, maar kon uiteindelijk het benodigde halfje binnen halen, waarmee de teamoverwinning een feit was.
Al met al een tamelijk moeizame overwinning, waarbij het enerzijds meezat bij Hans, maar waarbij bij Tim, Henk en Eddy en mogelijk ook Jeroen er meer in had gezeten. Maar goed, we blijven in de bovenste helft needraaien. De volgende wedstrijd tegen en in Bergen op Zoom biedt ongetwijfeld weer nieuwe perspectieven.