Deze avond werd allereerst geloot voor de halve finales in de bekercompetitie. Jaco-Vonk-Henk Boot was het ene duel en Michaël-Houweling het andere. Dit betekende dat voor de indeling van de interne competitie vier van de vijf bovenst spelers deze avond geen interne competitie zouden spelen.
In de eerste halve finale stak Michaël niet in zijn beste vorm. Na een onnauwkeurigheid van hem kon Eddy op e4 een pion slaan. Michaël moest toen uit twee kwaden kiezen: of na slaan op e4 een paard op c4 verliezen, of het paard op c4 wegspelen. In ieder geval kostte het hem een mooie centrumpion op e4. Hierna richtte Eddy het vizier van zijn beide lopers op de damevleugel van wit en niet lang hierna verdwenen er bij wit nog twee boertjes. Volgens de computer was het inmiddels glad gewonnen en het materiële voordeel werd tot een toren uitgebreid. Tja, er zat voor Michaël niet veel anders op dan verder volgens het “alles of niets” model te spelen. In ieder geval lukte het hem om Eddy wat spoken voor te schotelen, maar uiteindelijk kon Eddy de spoken verjagen en op de 47e zet Michaël op een fraaie wijze mat zetten. Michael gaf aan in tijden niet zo slecht gespeeld te hebben en dat kon Eddy wel bevestigen, die ook aangaf dat een gewonnen stelling winnen nog altijd lastig blijkt te zijn. Zo is maar eens bewezen….. In de andere halve finale tussen Jaco en Henk kwam er een opening op het bord die zij al heel wat keren tegen elkaar hebben gespeeld. Ook nu bleef de stelling in evenwicht. Hoewel Jaco met 16. g3-g4 (diagram)
probeerde een koningsaanval op te zetten, werd dit door Henk met f7-f5 voorkomen. Er werden wat pionnen en ook de dames geruild. Nu moest Jaco met f2-f4 voorkomen dat Henk op de koningsvleugel het initiatief greep. Deze zet kostte weliswaar een pion maar het verbrokkelde pionnenpatroon van Henk was voldoende compensatie. Henk bood op zet 25 remise aan en Jaco dacht diep na over het voorstel voor hij het accepteerde. De computer vond het met een oordeel van 0.00 ook een terechte uitslag. De barrage volgt over 2 weken.
In de interne competitie speelde Gela Nikoladze tegen André van Wingerden en al snel in de opening werden de witte paarden geruild tegen de zwarte lopers. Wit had nog een geïsoleerde pion op c3. Het was zeker een stelling met allerlei mogelijkheden. André koos voor het onhandige 21. … Pd4 en dat gaf Gela met 22. Ld4 ruimte en voordeel. Diagram.
Maar hij verzuimde door te pakken en toen het paard opnieuw op c6 verscheen was na 25. Lxc6 zijn voordeel weer verdwenen. Maar hierna was het opnieuw aan André om met 25. … Dh3 een verkeerd pad in te slaan, waar de verdedigende zet Pg7 de stelling in balans had gehouden. André hoopte met deze zet en het paardoffer Pxg3 op eeuwig schaak af te steven, maar dat bleek niet het geval. Gela profiteerde dankbaar van de geboden mogelijkheid en won. Tony Else speelde tegen Elmar Bottema een interessante partij. Elmar stond na de opening zeker niet slechter. Zo kwam na 20. g4 de volgende belangwekkende stelling op het bord. Diagram na 20. g4.
Even later viel de zwarte pion op d5 na Txd5 maar Elmar kreeg met Txf4 de pion weer terug. Tony speelde Txd5 en niet Dxd5+, omdat hij dacht dat na Txd5 er voor Elmar meer “mogelijkheden” waren om mis te tasten. Maar toen hij 26. … Dc6-e6 speelde bleek dat een ernstige vergissing en kreeg wit na 27. Td8+ en Txf8+ via 29. Da8+ een winnende aanval op het bord. Tony had dus achteraf zeker gelijk gehad met Txd5!
Met wit had Jan Post tegen Jan Troost toch wel iets meer het gemakkelijke spel, de druk lag bij zwart. In het centrum en via de open b-lijn kreeg zwart het knap lastig. Met de zet 15. Pg5, begonnen de problemen zwart boven het hoofd te groeien, want na een aantal zetten zou het hem een paard tegen een of meer pionnen ging kosten. Jan Troost zag de bui al hangen en gaf na de 20e zet op. We zagen deze avond alweer een nieuw gezicht. David Exalto nam het op tegen Huig Visser en na een evenwichtige partij werd remise overeengekomen. Martijn Meerkerk kreeg tegen Kyriakos Gelinos al heel snel beslissend voordeel en wist eenvoudig te winnen. Dat gold zeker niet voor Bert van Geldere tegen Shiyar Allo. Na verloop van tijd ontstond in het verre middenspel een stelling waarin zwart 4 pionnen had voor een paard en het leek een kwestie van tijd voordat zwart zou winnen. Maar ja, dat lukte op de een of andere manier niet en aan het eind van de avond bleek dat Bert aan het langste eind had getrokken. Hij wist later nog steeds niet hoe dat nu gelukt was… Ook bij de partij tussen Hans Karelse tegen Pieter Verdoorn was de afloop anders dan zich eerder op de avond liet aanzien. Bij het langslopen zag het er voor Pieter behoorlijk rooskleurig uit en had hij de betere stelling. Maar het lukte hem niet het voordeel te verzilveren en uiteindelijk bleek Hans weer voldoende gehaaid om de volle winst naar zich toe te trekken. Van de partijen Arjan Uittenbogaard-Martijn Stam (1-0), Madelon Dane-Edwin Morks (0-1) en Anne van Heelsum-Raymond Wagner (0-1) heb ik te weinig gezien om iets over te vertellen.
