Op deze avond dus de laatste ronde van de interne competitie van dit seizoen. Eddy Korevaar was wegens vakantie reeds met zijn familie in het buitenland en zou ook bij aanwezigheid en winst zijn titel wel hebben moeten inleveren, zelfs bij verlies van Jaco en verlies of remise van Gela. Een wel erg onwaarschijnlijk scenario. Uiteindelijk eindigde hij op de derde plaats.
Tony Else was deze avond de aangewezen speler om het Jaco Vonk moeilijk te maken. De opening verliep rustig en gelijk. Op de 10e zet sloeg Tony Pe5xc6 en Jaco kon terugslaan met dame of pion. Jaco koos de dame al had de computer een lichte voorkeur voor de pion. Zonder zwartveldige lopers zette Tony begrijpelijk zijn pionnen op de zwarte velden en droomde al van een koningsaanval. Hij had dan het beste voor de lange rokade kunnen kiezen, maar zag daar zwarte spookdreigingen. Met de koning in het centrum was wel elke kans op voordeel verkeken. Een witte pion op e5 leek zwak, maar Jaco kon deze pion niet goed aanvallen. Er zat niets anders op dan dameruil en daarmee was stelling wel erg in balans (0.00) en werd tot remise besloten. Hiermee werd Jaco ongeslagen kampioen. Deze prestatie had hij al eerder geleverd, nl. in het seizoen 2011-2012. En zijn totaal aan kampioenschappen (16x) is veruit het meeste van alle leden sinds de oprichting van de club in 1964.
Elmar zat dit jaar voor de derde keer tegenover Gela Nikoladze. De tussenstand was 1-1. Grappig was dat Gela net als Hans vorige week geen afstand wilde doen van zijn pion op c4 na d5xc4! Gela speelde daarom b5. Dat gaf Elmar de mogelijkheid om met Pf3-e5 de zwarte toren op a8 in het schootsveld van de witte loper op g2 te brengen, en deze verhuisde daarom naar a6. En ook nu ontstond er na het offeren van een stuk op c6 een materiaalverhouding toren + pion versus 2 stukken. En dat het Elmar ook al tegen Hans Karelse op het bord gehad! Grappige overeenkomst tussen 2 opeenvolgende partijen van Elmar. Maar de zwarte pion op c4 had nogal wat aandacht van Gela nodig, ook na ruil van de dames. Het eindspel was voor beiden ingewikkeld. Elmar had twee torens, terwijl Gela een toren, loper en paard had. Op een gegeven moment viel wit tegelijk de zwarte loper op d7 en een paard op b6 aan. Zwart kreeg echter de kans om het paard op te geven en verder enkele pionnen op de koningsvleugel mee te pakken. Het leek uiteindelijk remise te worden (diagram),
maar toen greep Elmar met Td6 vreselijk mis. Hij gaf op vanwege Txe5+. Au… Gela werd hiermee tweede in de eindrangschikking. Hij vond het een interessante partij en dat vond Henk Boot ook van zijn eigen partij tegen Michaël Houweling. Henk koos met zwart voor een opzet die hij in het verleden vaak speelde, maar bepaalde aspecten waren wel wat roestig geworden. Na zo’n 15 zetten was het allemaal in balans, maar met zijn 17. … Ph5 koos hij toch voor een minder safe voortzetting dan Pd7. Diagram.
Nadat Michaël het paard terugjoeg met g4 en met Lxg7 van het bord verwijderde, kwam het veld e5 vrij voor zijn dame die op a5 stond. Jaren geleden vond Henk deze zet wel tegen Hans Karelse, onder toeziend oog van Gerard Brand als toeschouwer, maar dit keer verhinderde de roest deze zet. Michaël profiteerde dankbaar met 23. Pd5 en met Lc6xd5 sloot Henk zijn dame “buiten”, waar Ld7 nog wel enigszins houdbaar spel had opgeleverd. Nu kreeg zijn stelling na het fraaie 26. Lxg6! een desastreuze aanblik. (diagram na 26. Lxg6).
Ook de computer vond het “straal verloren” en oordeelde tot maar liefst > +5 in wits voordeel. Maar Michaël vreesde voor de zwakte van zijn h3 pion met twee zwarte torens op de h-lijn. De keuze voor 31. Kh2 was ongelukkig en gaf Henk de mogelijkheid met 31. … Lb6 een kwaliteit terug te winnen met slechts minimaal nadeel. Diagram na 31. Kh2.
Henk koos ervoor om na 32. Le6 in te gaan op een eindspel van een witte dame tegen 2 zwarte torens wat de computer inderdaad als geheel gelijk beoordeelde (0.00). Maar Michaël vond het blijkbaar moeilijk om zich bij een remise neer te leggen en speelde door, mogelijk ook omdat hij na Dxd6 een pionnetje meer had. Na het zwarte 41. … Tf5+ brak zijn tijdgebrek (< 5 min, Henk 25 min) hem bijna op, want hij bewoog zijn koning van f3 naar e3, maar zag juist op tijd dat Te5+ dan gelijk zou verliezen. Gelukkig had hij de koning nog “bij de hand” en kon Kg3 spelen. Na wat manoeuvreren, kon Henk er vrede mee hebben dat via eeuwig schaak de partij in remise zou eindigen en bood dat dan ook aan op zet 47. Maar Michaël was met minder dan 1 minuut op de klok nog steeds op zoek naar meer. Tja, dan dreigt de kous op de kop en zo geschiedde. Op zet 51 ging Michaël door zijn vlag en claimde Henk een volstrekt onverdiende overwinning. Hiermee eindigden zij op de 4e (Henk) en 5e (Michaël) plaats in de eindrangschikking. Hans Karelse en Louis Rutgers speelden een bekende opening, waarin Hans wat makkelijker stond, maar er volgens de computer nog niet zo veel aan de hand was. Dat veranderde toen na 17. g4 van Hans, Louis zich liet verleiden tot een blokkade met g5. Diagram na g4.
Hans vervolgde doortastend met h4, waarmee hij de h-lijn opende voor zijn toren. Vanaf dat moment werd de stelling voor Louis steeds benauwder, zeker na ruil met 21. hxg5 hxg5. Er volgde een dodelijk loperschaakje op b3 en vervolgens voltooide Hans de partij fraai met Txh7+ en ondekbaar mat in twee. Hij eindigde hiermee op de 6e plaats en heeft dit seizoen de meeste partijen in de interne competitie gespeeld, nl. 30. De drie “ontbrekende” partijen speelde hij in het externe team in thuiswedstrijden, dus hij was dit seizoen alle dinsdagen aanwezig op eentje na! Gela was er trouwens gewoon “altijd”. Een compliment voor beiden dus! Pieter Verdoorn speelde tegen Bert van Hees. Het was aan het einde van de opening een gelijke stand, maar Pieter vergiste zich op de 13e zet deerlijk. Na een zwart Pxf3+ moest hij dit paard wel slaan en kon Bert met d5-d4 een stuk winnen. Dat vergalde het witte speelplezier volledig. André van Wingerden en Martijn Stam kwamen gelijk uit de opening. Het was grappig om te zien dat al op de 15e zet wit de beschikking had over half-open lijnen voor zijn a- en h-toren. Diagram na 15. axb3.
Hoewel de computer dat allemaal niet erg bijzonder vindt, had André hiermee wel extra mogelijkheden gekregen. Er ontstond een 4-toren eindspel, waarin Martijn zich met het dichtschuiven op de damevleugel met 25. b5-b4 strategisch ernstig vergiste. Zijn geïsoleerde vrije d-pion was hierna ten dode opgeschreven. Diagram na 25. … b5-b4?
En na de voortijdige oversteek van de koning naar de damevleugel, dwong André met 31. Td1+ nogmaals torenruil af. Het resterende pionneneindspel werd eenvoudig door André gewonnen.
Bert van Geldere kreeg geen vat op de openingsopzet van Martijn Koutstaal en koos met 14. d2-d4 het verkeerde pad. Diagram na 14. d2-d4.
Lxe5 was nog ongeveer gelijk geweest, maar nu ging het van kwaad tot erger, zeker toen de witte loper op b2 verloren ging na het zwarte Dxb5. Gerard de Gans zette er tegen Madelon Dane weer flink het tempo in. Op een gegeven moment bedroeg het tijdsvoordeel van Gerard zo’n 30 minuten. Al in het begin van de partij liet Madelon zich verleiden tot pionwinst met 12. … Lxa3 (diagram)
waarop Gerard eerst even Dc2 inlaste en pas daarna Ld6 speelde. Maar gewoon direct Ld6 had zwart een stuk gekost! Nu bleef de partij in een ingewikkelde balans. Maar met haar 22. … Kd7 tastte Madelon opnieuw mis. Diagram na 22. … Kd7.
Na Pe5+ ging ze weer terug naar e8, maar nu volgde d7+ met torenwinst. En hoewel de stelling hiermee voor Gerard wel gewonnen was, deed hij er toch nog een kleine 50 zetten over om Madelon tot overgave te dwingen.
Anne van Heelsum speelde tegen Jan Post, die zich niet realiseerde dat Anne juist bezig was aan een mooie reeks overwinningen. En Jan was ook nog zo royaal Anne op zet 9 een pion cadeau te doen en dat even later tot een vol stuk uit te breiden. Maar Jan gaat al “wat langer” mee op de schaakclub (sinds 1964!) en opgeven is een woord dat in zijn woordenboek echt in de kleine lettertjes in een achteraf hoekje staat. Dus de rug rechten en doorspelen! En dat geworstel leidde na zo’n 30 zetten tot het terugwinnen van het stuk, toen Anne even onvoldoende oplette. De stelling was weer min of meer gelijk, zeker toen de dames werden geruild. Een pionnetje achter is nog wel te doen, zo stelde Jan. Het lukte Jan dus op de valreep van de interne competitie aan de overwinningenreeks van Anne een einde te maken. Edwin Morks stond al snel erg goed tegen Kyriakos Gelinos. Dat vertaalde zich in een materiële voorsprong van steeds meer pionnen. Toen de meeste stukken waren geruild, was de winst van Edwin duidelijk. Martijn Meerkerk trof Rob van Driel, die deze avond zijn draai niet had. Een wit paard gaf een dodelijk schaak op c7, waarbij niet alleen de toren toren op a8, maar belangrijker nog, de dame op e6 in het schootsveld van dat paard lagen. Over en uit dus. Als laatsten waren Arnold van Es en Jan Troost bezig. Er resteerden steeds minder stukken op het bord en steeds minder tijd op de klok voor beiden. Het aantal kibitzers rond het bord nam steeds meer toe. Beide spelers hadden nog hun dame op het bord en het aloude gezegde luidt dat je op dames zuinig moet zijn. Dat was Arnold niet en Jan kon zomaar de witte dame slaan, maar zag het niet. Toen Jan zijn zwarte dame niet in veiligheid bracht, was Arnold er wel als de kippen bij dit geschenk in ontvangst te nemen. Arnold verzuchtte na afloop dat hij wel een heel raar schaakseizoen achter de rug heeft: het weggeven van gewonnen stellingen en de winst opstrijken in partijen waarin hij glad verloren had gestaan. Tja, eerst maar eens bijkomen van deze ervaringen en dan zien hoe het in het volgende seizoen gaat lopen.






