Ronde 31 interne competitie op 9 mei

Ronde 31 interne competitie op 9 mei

Op deze avond waren er enkele snelle beslissingen. Huig Visser overzag al vroeg een dreiging van Jan Post en dat kostte hem materiaal in het centrum. Dat kwam hij niet meer te boven. Ook Henry Houweling maakte al vroeg een stuk buit tegen Johan Vroege. Toen daar nog pionnen bijkwamen en de vrije a-pion van Henry in beweging werd gezet, was het pleit eigenlijk al beslecht. David Carlsson had tegen Bram Capelle zijn dag niet. Zijn ontwikkeling op de damevleugel liep significante vertraging op, zeker toen Bram op de velden f4 en g4 een paard resp. loper kon posteren. Een loperoffer op de 12e zet (!) van Bram leidde een snel einde in voor David. André van Wingerden koos tegen Henk Boot voor een “gewone” openingsopzet. Hij dacht dat Henk met een dubbelpion op e5 misschien wat minder stond, niet dus. Het paardoffer hierna op b5 was wel erg opportunistisch en van de gedroomde dreiging en opmars van de witte damevleugelpionnen kwam eigenlijk niets terecht. Op de 20e zet had Henk al min of meer winnend voordeel (-3.5) en het einde voor André werd versneld door een kortsluiting, waardoor hij pardoes mat stond. Met deze overwinning verstevigde Henk zijn koppositie op de ranglijst en heeft de titel binnen handbereik.
Een interessante partij werd gespeeld door Anne van Heelsum en Chris van Wieringen. Anne stond overwegend vanwege de beheersing van het veld e5 via een halfopen e-lijn met torens en paard, waar tegenover een zwakke achtergebleven zwarte pion op e6 stond. Anne koos echter om de zwarte koningsstelling via de 3e rij met een toren aan te vallen, maar daar kon Chris zich wel tegen verweren. Anne offerde noodgedwongen een kwaliteit en had daarvoor zeker compensatie. Uiteindelijk kwam er een pionneneindspel op het bord, waarin Chris een beslissende pion meer had. Gerard de Gans kreeg tegen Egbert een tactische stelling waarin hij duidelijk beter stond. Hij kond dit voordeel in de loop van de partij verzilveren.
De meest interessante partijen waren deze avond Bert van Geldere tegen Mattias Stok en Eddy Korevaar tegen Hans Karelse. Bert stelde zich vanuit de opening goed op en had wel een klein plusje. Maar hoe verder? Dat kostte Bert ook deze keer zeeën van tijd. Mattias koos ervoor zijn centrumpionnen naar voren te spelen, waardoor er allerlei tactische mogelijkheden in de stelling kwamen. Toen Mattias e5-e4 kon spelen (diagram)

kantelde de partij in zijn voordeel. De witte stelling kraakte en piepte na 31. dxe4 d3!, zeker toen wit was gedwongen zijn paard op b5 te ruilen tegen de loper van Mattias op d4. De zwarte dame domineerde de stelling en er waren inmiddels verschillende wegen naar winst. Na geforceerde ruil van de dames had een zwarte pion van Mattias vrije doortocht naar een promotieveld. Hiermee klom Mattias opnieuw naar de 4e plaats op de ranglijst.
Eddy Korevaar was de tegenstander van Hans Karelse. In de eerste 20 zetten werd voorzichtig gemanoeuvreerd, maar daarna werd het lont in het kruitvat gestoken. Hans stormde met pionnen op de witte koning af en had daar een met f4-f3 “stukoffer” voor over, want hij liet Eddy zijn loper op d7 slaan met 22. Pxd7 (diagram).

Hans had goed gezien dat hij Eddy na Dg4 kon dwingen tot Df1, waarna de toren op d2 na Lh6 wordt ingerekend, al nam Eddy dan weer een kwaliteit mee op f8. Het oordeel van de computer de stelling na Pe6 als in evenwicht. Diagram na Pe6.

Maar na h3 van Eddy en het gedwongen ruilen op g2 is het plusje voor Eddy. Dat werd meer, maar er was een toenemende tijdnood, vooral voor Eddy. Dat leidde uiteindelijk zelfs tot tijdsoverschrijding van Eddy… Maar toen bleek dat beiden de hele partij zonder increment hadden gespeeld!! Hoewel Hans de overwinning had kunnen opeisen, voelde hij er niets voor en stelde remise als “oplossing” voor. Dat leek eigenlijk wel een goed en van Hans genereus gebaar.

Ronde 30 interne competitie en bekerfinale op 2 mei

Ronde 30 interne competitie en bekerfinale op 2 mei

De meimaand is traditiegetrouw de laatste schaakmaand voor het zomerreces. Op 2 mei stond de bekerfinale tussen Jaco Vonk en Henk Boot op het programma. De laatste jaren waren het vaak spannende partijen. Nu was dat niet zo. Henk koos een behoorlijk onhandig openingssysteem en belande vanaf de 10e zet op dwaalwegen. Toen hij enkele zetten later nog een “kwaliteitsoffer” van Jaco over het hoofd zag, waardoor hij een stuk achter kwam, was de strijd eigenlijk al beslist. Jaco gaf Henk geen kans het stuk terug te winnen of anderszins in troebel water te vissen. Hiermee won Jaco dus de beker.
Hans Karelse “verdedigde” zijn 3e plaats op de ranglijst tegen de “aanstormende” Mattias Stok. Nu was de opmars van Mattias de afgelopen weken om de ranglijst inmiddels aanzienlijk geweest, maar hij zou voor het eind van het seizoen Hans toch niet meer van die plaats kunnen verdringen. Het werd een boeiende, enerverende partij, waar de computer achteraf natuurlijk wel wat op aan te merken had. Mattias bleek ook nu niet bang een aanval met een tegenaanval te beantwoorden (diagram na 20. Lg2-h3),

maar Hans miste na Pe5-d3 de tussenzet Dc3, die Mattias materiaal zou hebben gekost vanwege de dreiging Le6+. Een aantal zetten later koos Mattias voor Pf3+, waarna Hans na ruil op f3 , Dc3+ en Lg4! Voordeel had kunnen behouden. Diagram na 26. bxc5.

Overigens was de mogelijkheid voor Mattias om met Tab8 de b-lijn in bezit te nemen voor Hans een lastige zet geweest. Nu was het na dameruil nog maar de vraag hoeveel het voordeel van Hans waard was. De tijdsdruk werd voor beiden een toenemende factor die een rol ging spelen. Als eerste verloor Hans een pion en met maar één pluspion leek remise niet onlogisch. Maar toen later ook Mattias een pion verloor, werd zijn stelling hopeloos en kon Hans een zwaar bevochten overwinning boeken.
Tony Else had tegen Louis Rutgers vanuit de opening initiatief tegen de zwarte koningsvleugel, wat nog goed te neutraliseren was. Maar Louis probeerde tegenspel te krijgen, inclusief een stukoffer. Hoewel niet correct, was de weerlegging niet eenvoudig te vinden. Het stukoffer werd door Tony geweigerd en er bleef een gelijke stand over na ruil van torens en dames. Maar in het eindspel kon Tony zijn wat betere pionnenstructuur gebruiken en de ruimte van de zwarte lopers inperken. De zwakte van enkele zwarte pionnen brak Louis uiteindelijk op.
De pionnen van Christian Boudewijn op de damevleugel hadden een onbedwingbare drang naar voren tegen de stelling van André van Wingerden. Zo’n onbedwingbare drang is vaak een voorbode van ellende zoals ook in het fraaie kinderliedje over de spin Sebastiaan door Annie MG al is geschreven…. Na 13. …Lb4 (diagram)

stond André duidelijk beter, maar gaf hij met Dxb5 wit nog een goede “terugkomkans”, (diagram voor Dxb5)

maar Christian vond de zet Tfb1 niet en speelde c3. Daarna was er voor Christian op de damevleugel geen houden meer aan en André haalde de winst binnen.
Arjan Uittenbogaard en Bert van Geldere speelden een enerverende partij. Een belangrijke verzwakking was een dubbelpion op de e-lijn van Arjan, die later belangrijk zou blijken. Arjan bood in een wat mindere stelling, maar met wel duidelijk meer tijd dan Bert (een “oud Bert-probleem”), dus op een belangrijk tactisch moment, remise aan. Maar Bert speelde door, kreeg een zwarte pion op e2 en de witte koning had het zwaar. Met nog maar 30 seconden op de klok ging het nog bijna mis voor Bert. Na stukkenruil zou de pion op e2 niet meer van promotie zijn af te houden, maar nu ging deze pion verloren. Maar de stelling van Arjan was toch wel zo verzwakt, dat zwart nu de h- en g-pion konden oprukken en tot promotie voeren en daarmee winnen.
John Dessens en Gerard de Gans gaven elkaar weinig toe. Inmiddels waren alle stukken in het doosje verdwenen en bleef een leerzaam pionneneindspel over. In arren moede speelde Gerard f5, waarna John het niet aandorst de pion op a5 in te rekenen. Diagram.

Toch was dat voldoende voor de winst geweest, want na 39. Kxa5 Kc6, 40. Ka6 komt zwart min of meer in zetdwang. Dat kan wit ook bereiken met het vastleggen van de pionnen op de koningsvleugel met 40. h4.
Voorzichtigjes speelde John Kc4, want hij was benieuwd wat Gerard zou gaan doen. Na de 45e zet van wit krijgt zwart de kans om de stelling weer in evenwicht te brengen. Maar zoals zo vaak in een pionneneindspel, is het ene veld goed voor een ontsnapping naar remise en op het andere veld komt het onheil naderbij. Gerard koos het verkeerde 45. .. Kc6 en de witte oppositie met Kc4 was beslissend. Kd6 was hier de juiste zet, want dan krijgt zwart de oppositie en kan wit niet verder komen. Nu volgde 45. ….Kc6, 46. Kc4 Kd6 en 47. Ka5

Maar nu kreeg John dus een herkansing om Kxa5 te spelen en die kans liet hij zich niet nogmaals ontgaan. De witte a-pion liep vervolgens door en zwart is op de koningsvleugel te langzaam.  John won dus. Het zitten in dergelijke pionneneindspelen vaak heel wat leerzame momenten, al is het natuurlijk wel de vraag hoe lang het nieuwe inzicht beklijft. Voor het verslag en de diagrammen werd dankbaar gebruik gemaakt van John’s schaakblog: Terschake’s Schaakblog (schaakblog-terschake.blogspot.com)

Van de andere partijen geef ik alleen de uitslagen: Bram Capelle verloor van Bert van Hees, Huig Visser versloeg Egbert Meier, terwijl Chris van Wieringen het niet redde tegen Chris Tromp. Dat gold ook voor Johan Vroege tegen mark Couwenberg.

Ronde 29 interne competitie op 25 april

Ronde 29 interne competitie op 25 april


Egbert Meier kwam tegen Anne van Heelsum uiterst bedenkelijk te staan en velen telden al een punt voor Anne. Maar schaken is soms wreed. Hij leverde pardoes een toren in. Dat betekende het einde van de mooie dromen van Anne en Egbert ging er dus met de winst vandoor.
Chris van Wieringen had tegen Johan Vroege een mooie stelling en kwam een pion voor. Er resteerde tenslotte een toreneindspel met 3 pionnen op de koningsvleugel voor beiden en een vrije a-pion voor Chris. Uiteindelijk verdwenen aan beide kanten 3 pionnen en had Chris in het toreneindspel nog een g-pion over. Belangrijker was dat de zwarte koning afgesneden was. Toen ook de torens van het bord verdwenen was de witte g-pion ver genoeg opgerukt om buiten bereik van de zwarte koning te blijven.
Bert van Geldere liet zich tegen Chris Tromp van een uitstekende kant zien. Hoewel het materieel gelijk stond, was Bert toch duidelijk in het voordeel vanwege een sterke en ver opgerukte vrijpion op c6. Evn later kwam hij ook een pion voor. Dat maakte het spel voor Chris wel erg moeizaam. Toen Bert zijn aandacht naar de koningsvleugel verlegde, kreeg hij de mogelijkheid met Lxf7+ een tweede pion voor te komen, omdat het slaan van deze loper ook zwart via een schaakje zijn loper zou kosten. Er resteerde een dame-eindspel waarin Bert twee pionnen meer had en Chris tenslotte de vlag moest strijken. Het was een sterke partij van Bert!
David Carlsson kreeg tegen Rob van Driel een mooie stelling, vooral dankzij een sterk paard op c5. Toch lukte het hem niet verder te komen, het voordeel werd minder en uiteindelijk kwam er een remise uit de bus. André van Wingerden verraste Tony Else met een rustige partijopbouw. Nadat er over en weer wat was geruild, vervlakte de stelling nogal, zodat op de 20e zet de vrede werd getekend.
Resteerde nog een tweetal Hollandse onderonsjes. Mattias Stok kreeg tegen Bert van Hees een mooie stelling. De witte loper van zwart zat nogal opgesloten op zijn damevleugel achter een vastgelegde pionnen keten op e6 en d5. Mattias kon daar naar hartelust met zijn dame speldenprikjes via de zwarte velden uitdelen, terwijl zwart via de open f-lijn weinig kon uitrichten. Toen de pion op d7 sneuvelde werden de speldenprikjes voor Bert echt pijnlijk, (diagram)

zeker toen er nog een paard op d8 verloren ging. Tenslotte dreigde ook de zwarte loper op e8 te sneuvelen na de fraaie slotzet Ld3! Bert gaf daarom op, want de loper is met Dh5 niet te redden, dan volgt namelijk g4! Opnieuw een prima partij van Mattias!

Bij afwezigheid vanwege zijn werk van Jaco Vonk kon Henk Boot tegen Hans Karelse zijn koppositie verder versterken. Dat ging niet gemakkelijk! Hans ontweek een openingsvalletje van Henk en had rond de 13e zet zelfs een plus. Na 14. Pd5 van Henk volgde Le6 (diagram)

en werden de dames geruild al miste Henk met eerst 15. Dxc6 de kans om de pionnenstructuur van Hans te verzwakken. Er bleef een volstrekt gelijke stand over, waarin Henk probeerde met iets actiever geplaatste stukken voordeel te krijgen. Toen Hans op zet 36 remise aanbood na Kb6, had Henk het idee net wat vorderingen te hebben gemaakt. Diagram. Er volgde 37. Tc5 f4, 38. Ke4 fxe3, 39. fxe3 Te6+ en torenruil.

Hij stuurde zijn koning verder via het centrum naar voren. Toen Henk de zwarte loper op b4 kon houden door met 45. Pc4 de pion op c5 te blokkeren, was het voor Hans tijd naar een “noodoplossing” te zoeken met 45. … b5 Diagram.

Henk sloeg en speelde vervolgens b6+. Duidelijk was dat beide spelers met minder dan 5 minuten resterende bedenktijd een pion konden laten promoveren, Hans met 50. … a1D en Henk met 51. e8D. Maar de taaiste verdediging zou na 48. Kd5 Lc3 zijn geweest. Henk durfde het doorlopen van de pionnen wel aan, omdat hij dacht dat zijn koning veiliger stond op d5 dan de zwarte collega op c7. Echt helemaal doorrekenen ging natuurlijk niet meer en hij was dan ook uiterst verbaasd dat de computer thuis + 10 aangaf! Dat voelde tijdens de partij in de verste verte niet zo! Uiteindelijk kon Henk dameruil forceren. Daarna kon Hans een volgende promotie (van pion b7) niet meer verhinderen en gaf op de 60e zet op. Het was een zware, uitputtende partij, waarbij de beide strijders, het was de laatste partij van de avond, door een flinke schare stille omstanders in de eindfase werden gadegeslagen.

Ronde 28 interne competitie op 18 april en ronde 9 KNSB: De Giessen en Linge – Stukkenjagers 2 op 22 april

Ronde 28 interne competitie op 18 april en ronde 9 KNSB: De Giessen en Linge – Stukkenjagers 2 op 22 april

Deze avond stond het topduel tussen Henk Boot en Jaco Vonk op het menu. Jaco verraste Henk met zijn openingskeuze, overigens niet voor het eerst in de afgelopen jaren. Na zetverwisseling ontstond weer een gewone stelling, maar deze opening hadden ze nog nooit tegen elkaar gespeeld. Henk koos voor een overzichtelijke opzet, waarbij de dames al snel werden geruild en stond een snufje gemakkelijker, maar koos met 17. Tac1 een wat ongelukkige manier om zijn pion op c4 te dekken. Tfc1 was handiger geweest, omdat de toren op a1 dan de a-pion kon blijven ondersteunen. Diagram na Tac1.

Na ruil op d5 was het Jaco niet duidelijk hoe hij na 20. …. a6, 21. a5 verder zou moeten gaan. Analysediagram na 22. axb6.

Henk had op dat moment al wel het idee dat zijn miniplusje hem ontglipt was en was wel opgelucht dat beide paarden een a-pion sloegen, waarna een remiseachtig eindspel resteerde. Henk bood dan ook remise aan en tot zijn verassing nam Jaco het aanbod vrij snel aan. Dus een opvallend korte remisepartij van slechts 20 zetten. Maar goed, dat gaf in ieder geval de mogelijkheid om nog uitgebreid te analyseren, waarbij een ingewikkeld toreneindspel op het bord kwam. Misschien wat beter voor Jaco, maar dat was wel een weg met heel veel valkuilen zoals Henk in de post mortem in meerdere varianten kon laten zien. Al met al, hadden beiden wel vrede met deze uitslag. Hiermee behoudt Henk een kleine voorsprong op Jaco in de stand. Overigens zitten beiden binnenkort nogmaals tegenover elkaar in de bekerfinale. Jaco heeft dan trouwens weer de zeggenschap over de witte stukken.
In het andere duel in de top van de ranglijst zat Hans Karelse tegenover Louis Rutgers. Ook hier een bekende opening, waarbij Louis “ergens” een pion kwijtraakte. Later werden dat er tijdelijk twee, maar in het eindspel was de schade toch weer tot één pionnetje teruggebracht. Toen in het laatste deel van het eindspel Louis toeliet dat het enig overgebleven lichte stuk (paard tegen loper) werd geruild, bleef hij met een verloren stelling zitten en was de remisehaven uit het zicht verdwenen.
Ook de nummers 5 en 6 van de ranglijst zaten tegenover elkaar. Het was vanuit de opening in het begin een voorzichtige manoeuvreerpartij, waarin Mattias steeds een snufje beter kwam te staan. Hij had wat meer ruimte tegenover de wat gedrukte stelling van Tony. Op een gegeven moment speelde Tony dxe5 (diagram)

en miste Mattias op dat moment de kans op echt voordeel met 25. Pe4 (dreigt Pf6+ met kwaliteitswinst). Hij sloeg terug op e5 en daarmee kwam Tony in het voordeel. De stelling werd overigens wel erg tactisch en hectisch, zeker na het zwarte 29. … Pf2+, 30. Txf2 De1+. Diagram.

Het voordeel van Tony slonk wel en uiteindelijk kon Mattias nog allerlei dreiginkjes bedenken, zodat de partij in remise eindigde. Het was een opwindend gevecht!
Bram Capelle trof een waakzame John Dessens op zijn pad, die een degelijke verdediging organiseerde, her en der stukken ruilde. Het lukte Bram niet een aanval op te zetten, zodat in een volstrekt gelijk staand lopereindspel tot remise werd besloten. Arjan Uittenbogaard kreeg tegen André van Wingerden wel een wat snellere ontwikkeling van zijn stukken, maar de stukken van André stonden wel actiever opgesteld. Na ruil van de lichte stukken had hij bovendien een pion meer, breide zijn voordeel uit en maakte de stelling zoals hij aangaf, niet ingewikkelder dan nodig en won dus. Gerard de Gans en Christian Boudewijn speelden een rustige opening. Christian koos ervoor op een gegeven moment centrumpionnen te ruilen, later verdwenen ook de zware stukken en resteerde een eindspel met beiden loper-paard. Echter, Gerard speelde d4-d5 (diagram)

en na ruil van de loper op a1 was Christian er als de kippen bij om met Pb6 een pion te veroveren. Omdat het Gerard veel tijd nodig had het paard op a1 weer bij de strijd te betrekken, was het voordeel van Christian groot en uiteindelijk voldoende voor de winst.
Anne van Heelsum kreeg tegen Huig Visser al snel een plezierige stelling, zeker toen hij 15. Pg5 kon spelen met aanval op de toren op e6 en pion h7. Huig besloot de kwaliteit te geven en Anne had vanaf dat moment min of meer beslissend voordeel.

Hoewel de voortzetting af en toe nog wat directer had gekund, was duidelijk dat Huig een verloren partij/avond had. Egbert Meier won tegen Johan Vroege al snel een pion op f7 en bezorgde Johan ook nog een dubbelpion. Dat was voldoende om de winst binnen te halen. Alhoewel Chris van Wieringen tegen Rob van Driel al snel een pion achter kwam, lukte het Rob niet vervolgens de weg naar winst te vinden, remise dus. Mark Couwenberg zette zijn partij tegen Wim Rietveld ondernemend op, stormde met zijn h-pion naar voren, maar verloor door een kortsluiting een stuk en vervolgens de partij.

Afgelopen zaterdag mochten we proberen het geschonden blazoen weer wat op te poetsen. Voor de winterstop hadden we aardig gepresteerd, maar helaas tweemaal tegen ongeveer gelijke tegenstanders een onnodige nederlaag geleden. En na de winterstop was het eigenlijk kommer en kwel, driemaal een behoorlijk kansloze nederlaag. In de onderste regionen van onze afdeling stond het allemaal erg dicht bij elkaar en opvallend genoeg moesten de onderste 5 teams het opnemen tegen de bovenste 5 teams. En wij moesten tegen de koplopers Stukkenjagers 2 die aan een 4-4 gelijkspel genoeg hebben om kampioen te worden. En wij konden dat ene matchpunt goed gebruiken…. Bij onze tegenstanders waren de grijze haren duidelijk in de minderheid, zij hadden meerdere jeugdige talenten in hun team, deels van Belgische afkomst. Nu misten wij helaas Tijmen Schakel, maar Mattias Stok was opnieuw bereid als invaller op te treden. Hij trof hun teamcaptain en nestor met grijze haren. Mattias verongelukte in de opening en moest als eerste een nederlaag slikken. Een uurtje later was Louis Rutgers op bord 6 tegen een jeugdtalent, dat inmiddels al een fors hogere rating heeft dan Louis, hetzelfde lot beschoren. Tja, en ook Tony Else op bord 7 koos vroeg in de opening het verkeerde pad en hield het niet droog, zodat we “begonnen” met een 0-3 achterstand. Van de overige partijen was nu niet direct een ommekeer te verwachten, al had Eddy Korevaar op bord 4 wel een plusje bereikt (en een pluspion). Het volgende resultaat was een remise bij Henk Boot op bord 3. Hij speelde, zo vertrouwde hij zijn tegenstander na afloop toe, een opening op dezelfde manier die hij veel jaren geelden wel eens probeerde in vluggertjes tegen een clubgenoot in Amstelveen. Wit offerde een pion op b2, en kreeg na Henks Dxb2 voldoende compensatie en actief spel. Henk hield de stelling gesloten, maar durfde op een gegeven moment een tweede pionoffer met 18. … Dxa5 niet aan te nemen (diagram).

Na het gespeelde .. b5 bleef de stelling in evenwicht en beide spelers wilden eigenlijk geen ijzer met handen breken. Het leidde na een kwaliteitsoffer van wit (Txf6) tot eeuwig schaak en remise.
Een tweede remise, waarmee onze tegenstanders overigens kampioen werden, was te noteren bij Tim Schakel op bord 2. Ook hij had een jeugdige tegenstander die het hem behoorlijk moeilijk maakte en het betere van het spel had. Het was voor Tim hard nodig zich goed te concentreren om met verbeten inzet het halfje veilig te stellen. Het was goed om te zien, dat hem dit opnieuw lukte.
Het volgende resultaat kwam van Eddy Korevaar op bord 4. Hij kwam goed uit de opening en won op zet 25 een belangrijke pion. Hoewel zwart nog probeerde in troebel water te vissen via een kwaliteitsoffer, was dat niet echt correct, maar Eddy vond niet de weg naar de winst. Hij besloot de kwaliteit terug te geven en behield dus een pionnetje extra en de computer gaf hem nog steeds een bemoedigend plusje (+ 1,5). Toch moest hij min of meer opnieuw beginnen in een dame-toreneindspel. Dat beginnen mislukte toen hij op zet 42 in een vreemd moment van schaakblindheid de pluspion inleverde. Toen was het een potremisestelling, maar Eddy moest nog even bijkomen alvorens in remise te berusten. In de slotstelling hadden beiden nog een tegen elkaar aangeschoven h-pion over. Tja daar kan ook een grootmeester niet mee winnen, remise dus. Maar achteraf was Eddy de enige van het team die echte winstkansen heeft gehad.
Op bord 1 speelde Jaco Vonk een ingewikkelde partij. Hij had in het centrum had hij na dameruil zeker initiatief, maar wel een pion minder. Zijn pionnenstelling op de damevleugel oogde niet geweldig soliede en daar richtte zijn tegenstander dan ook zijn pijlen op. Toen wit daar één pion kon veroveren, kwam hij beslissend met zijn toren over de a-lijn binnenvallen. Jaco probeerde met kunst en vliegwerk een verdediging te organiseren, maar moest tenslotte een loper geven om een doorlopende pion van promoveren af te houden. Ook met een stuk minder probeerde hij zoveel mogelijk pionnen te ruilen, maar helaas, de laatste pion van wit kreeg hij niet te pakken. Restte nog de partij van Hans Karelse op bord 4. In eerste instantie stond Hans wat gedrongen, maar soliede. Gaandeweg verdwenen de meeste stukken en wat pionnen van het bord en resteerde een lopereindspel met lopers van ongelijke kleur. Een witte vrijpion had eigenlijk geen betekenis want die kon gemakkelijk door Hans worden tegen gehouden. Hoewel de teamwedstrijd al lang en breed gespeeld was, bleek de tegenstander van Hans niet in een erg vredelievend bui en besloot de partij tot op het bot af te kluiven. Echte tijdnood was er niet, al had de tegenstander wel aanzienlijk meer bedenktijd over. Helaas miste Hans op zet 86 (!!) de kans om een “verliespoging” van zijn tegenstander af te straffen. Enige zetten later vergiste hij zich en kon de witte koning via de damevleugel alsnog binnendringen en de achterste verdedigingspion van Hans op f7 veroveren, waarmee voor Hans het doek alsnog viel.
Achteraf bleek dat we in onze poule met 5 teams (!) op 6 matchpunten waren uitgekomen. En wij werden 8e, maar dat was dit jaar helaas niet voldoende om ons te handheven. Jammer, want we hebben laten zien dat we het niveau in de 3e klasse zeker aankunnen. Dus uithuilen en volgend jaar de weg omhoog weer zien te vinden.

Externe wedstrijd De Giessen en Linge – Oud Zuilen-Utrecht en ronde 27 interne competitie

Externe wedstrijd De Giessen en Linge – Oud Zuilen-Utrecht en ronde 27 interne competitie

Het moeizame jaar van het eerste team in de SOS-competitie nadert zijn einde. Deze keer moesten we aantreden tegen het sterke OZU 1 uit Utrecht. De tegenstanders kregen te maken met ziekte en moesten daardoor 1 bord leeg laten. Hans Karelse was het die aan bord 4 geen tegenstander trof en noteerde een reglementair punt. Die voorsprong inspireerde blijkbaar niet, want hierna moesten zowel Arjan Uittenbogaard op bord 7 als Louis Rutgers op bord 5 de eer aan hun tegenstander laten. Op bord 6 trof André van Wingerden een tegenstander, die Henk wel kende uit het “Amsterdamse”, maar die enkele jaren geleden naar het “Utrechtse” was verhuisd. Het werd een gelijkwaardige partij waarin het evenwicht nergens echt verbroken werd. Uiteindelijk werd na een zetherhaling tot remise besloten. Maar daarna kwam er een mooi resultaat van Mattias Stok die inviel op bord 8. Tegen een tegenstander die zo’n 280 ratingpunten meer had, speelde hij een puike partij. Vanuit de opening stond hij steeds wat makkelijker dankzij een dominante pionnenstructuur in het centrum. Het was mooi te zien hoe geduldig Mattias met kleine zetjes zijn tegenstander steeds weer voor problemen zette. Tot zwart een pion op a4 dacht te kunnen meesnoepen, maar dit pionoffer bleek uiterst correct, zeker toen zwart zijn loper vervolgens naar b3 dirigeerde. Diagram.

Na Pd2 was voor zwart aan materiaalverlies niet meer te ontkomen en Mattias tikte de partij fraai uit. Tussenstand inmiddels dus 2,5-2,5. De bovenste drie borden zouden dus de beslissing brengen. Tijmen Schakel op bord 3 was netjes uit de opening gekomen, maar een misgreep in het middenspel kostte hem een stuk, waarna hij in een kansloze verloren stelling terecht kwam.
Bij Henk Boot op bord 2 was er een vergelijkbare situatie. Henk miste een “eigen” tussenzet, waarna zwart na dameruil en een penning over de g-lijn een stuk won. Ook dit betekende in principe beslissend voordeel voor zwart. Ook bij Jaco liep het niet echt naar wens. Het was een ingewikkelde partij, waarin zijn sterke tegenstander sterk speelde en goed de witte druk op de zwarte ketel hield. Toen Jaco enkele malen niet de noodzakelijke sterkste zetten vond, kwam hij dus ook al in een mindere stelling terecht. Kortom, het zag er bij deze 2,5-2,5 uiterst bedenkelijk uit. Maar hoe liep het af?
Bij Jaco liep het slecht af. Zijn stelling werd van moeizaam uiteindelijk hopeloos. Zoals hij zelf verzuchtte: “Het is niet mijn jaar in de SOS-competitie”. Bij Tijmen liep het echter totaal anders dan verwacht. Ondanks een duidelijk verloren stand, waren er voor zijn tegenstander (te) veel mooie wegen die naar winst konden leiden, maar ja de tijd…. Die was opeens op voor wit en Tijmen trok dus aan het langste eind! Wel onverdiend naar eigen zeggen, maar ja ook de meevallers moet je naar waarde kunnen schatten. Henk had dit allemaal niet meegekregen en dacht dat Tijmen dus verloren had. Zelf had hij met enig kunst en vliegwerk wel tegenspel kunnen creëren, ook al omdat het begrip RODA (recht op doel af) bij zijn tegenstander niet vol op het netvlies stond. Rond de 50e zet met nog zo’n 5 minuutjes op de klok offerde Henk met h6+ zijn h-pion op, maar kreeg er de zwarte pion op f6 voor terug. Inmiddels volgens de computer gelijk of zelfs wat beter. Echter even later dacht hij met g6-g7 de zwarte koning op de achterste lijn vast te pennen en dan met de eigen koning op g6 een matnet te construeren. Echter, ipv g6-g7 zou het simpele Kh6 de winst binnen handbereik hebben gebracht. Diagram.

Overigens was er bij Henk sprake van forse tijdnood en speelde hij vrijwel steeds op zijn increment. En daarin verslikte hij zich en kwam alsnog in een verloren stelling terecht en ging bovendien nog door de vlag! Bah, brr… wat een partij, ook al zaten er flink wat leuke elementen in, uiteindelijk was het vooral een koude douche.
In de interne competitie werden ook nog 6 partijen gespeeld, maar daar heb ik vanwege mijn eigen intensieve partij eigenlijk niets van meegekregen. In ieder geval eindigden alle partijen in een beslissing. De winnaars waren Hans Karelse, Nikita Roest, Wim Rietveld, Christian Boudewijn, Johan Vroege en Rob van Driel.

Ronde 3 rapidcompetitie op 4 april

Ronde 3 rapidcompetitie op 4 april

Na de eerste 2 rondes stond Jaco Vonk stevig aan de leiding met 7 punten, op 1 punt gevolgd door Henry Houweling. Daar weer een half puntje achter Tijmen Schakel die deze avond helaas niet aanwezig was. Daarna kwam er een heel peletonnetje met 4,5 punt.
Ook nu zouden er weer 4 rondes worden gespeeld, ronde 9-12. Deze avond lukte het André van Wingerden niet om Jaco Vink pootje te lichten ondanks de door Henry Houweling hiervoor uitgeloofde aanmoedigingsprijs. Zelf bleef hij in het voetspoor van Jaco door Arjan Uittenbogaard terug te wijzen. Mattias Stok speelde de opening tegen Henk Boot niet overtuigend en kwam al snel in een verloren stelling terecht. Gerard de Gans kreeg geen vat op Hans Karelse en verloor.
In ronde 10 maakte Jaco Vonk geen fout tegen Chris van Wieringen en Gerard de Gans kwam er vanuit de opening tegen Henk Boot niet aan te pas. Een waar spektakelstuk werd opgevoerd door Henry Houweling en André van Wingerden. Tegengestelde rokades, Henry nam het initiatief maar André had een paardoffer tegen de witte koningsstelling bedacht. Zijn zware stukken kwamen binnenvallen en het leek erop dat Henry zou gaan verliezen. Maar ja, met weinig tijd dan de juiste keuzes maken uit meerdere mogelijkheden, dat lukt niet altijd. Zo leek Henry weer de bovenliggende partij te worden, maar André vond nog een ontsnapping met eeuwig schaak. Mattias Stok kon het niet bolwerken tegen Hans Karelse.
In ronde 11 kreeg Jaco Vonk tegen David Carlsson een geweldige stelling, drong met zijn stukken langs verschillende kanten de zwarte stelling binnen, waar de verdediging het krakend begaf. Mooi te zien hoe Jaco zijn aanvallende stukken kon laten samenwerken. Hans Karelse versloeg Arjan Uittenbogaard die niet zo goed op dreef was. Henk Boot trok tegen Chris van Wieringen na wat omwegen toch nog aan het langste eind, maar dat lukte niet bij Henry Houweling tegen Gerard de Gans, die kans zag Henry te verschalken. Christian Boudewijn die deze avond goed was gestart met twee overwinningen, redde het niet tegen André van Wingerden.
In de 12e en laatste ronde kwam Gerard de Gans goed uit de startblokken tegen Jaco Vonk. Hij hield goed stand en bereikte een potremise stelling in een toreneindspel. Maar potremise is nog geen remise en Jaco schotelde Gerard toch nog wat dwaalwegen voor, waarvan Gerard er eentje uitkoos, waardoor Jaco ook deze keer aan het langste eind trok. Ook Hans Karelse, Henry Houweling en Henk Boot wonnen hun laatste partij en dat gold ook voor Mattias Stok. Arjan Uittenbogaard en André van Wingerden speelden remise. En dat was voor André de 6e remise in 12 partijen = 50%!! Dat mag wel in de krant, want bij een versneld tempo vallen er nu eenmaal minder remises. Te vermelden is nog dat Anne van Heelsum weliswaar startte met een nederlaag tegen Louis Rutgers, maar daarna de smaak goed te pakken had en driemaal op rij won.
Al met al won Jaco het totale klassement met een fraaie score van 11 uit 12. Alleen Henry Houweling smaakte het genoegen hem in de 2e cyclus een nederlaag toe te brengen. Op de gedeelde 2e plaats eindigden Henry Houweling, Hans Karelse en Henk Boot met 8,5 uit 12. De 5e plaats was voor Mattias Stok.