Ronde 21 interne competitie op 24-03 (on-line) of het begin van wonderlijke schaakdagen

Ronde 21 interne competitie op 24-03 (on-line) of het begin van wonderlijke schaakdagen

Het kan natuurlijk niemand zijn het ontgaan. Het coronavirus heeft een heuse pandemie veroorzaakt en talrijke evenementen in het honderd laten lopen. De sport is daarbij ook ernstig getroffenen, zo hebben KNSB en verschillende regionale bonden de externe competities beëindigd of tenminste opgeschort, aangezien bijeenkomsten tot 1 juni verboden zijn. Op de SGS-SOS site is het wat berichtgeving daarover betreft na 12 maart angstvallig stil gebleven…
Wel worden op allerlei plaatsen on-line schaakactviteiten georganiseerd en ook het bestuur van onze schaakclub heeft besloten de interne wedstrijden (competitie en beker) verder on-line af te werken. Hoewel niet iedereen daar gelukkig mee zal zijn, is het volgens mij een zeer lovenswaardige manier om de clubactiviteiten gaande te houden.
Via chess.com werden op dinsdag 24 maart de eerste soms wat wankele schreden gezet. Voor sommigen de eerste keer, maar anderen hebben het al vaker gedaan, schaken via internet. Met 15 spelers werden dus 7 wedstrijden gespeeld. De grootste verassing werd genoteerd bij de wedstrijd tussen Tony Else en Jaco Vonk. In eerste instantie wat opstartproblemen, zodat de partij met een wat korter tempo werd gespeeld. Voordat Jaco het in de gaten had, zat hij al in aanzienlijke tijdnood en ging hij behoorlijk de mist in. Tony speelde met wit voortvarend, waarbij rond zet 16 de cruciale fase werd bereikt. Tony forceerde met 17. e5 een doorbraak en Jaco moest enorm op zijn tellen passen. Hij kon zich met een pionoffer op de damevleugel nog wel redden, maar zette op zet 22 zijn dame op het verkeerde veld. Tony profiteerde optimaal en met enkele krachtzetten maakte hij de partij uit. Een mooie prestatie van Tony, die dit jaar al meer sterke partijen heeft gespeeld en hiermee op de 3e plaats op de ranglijst staat!
Opstartproblemen waren er ook bij Jan Post en Henk Boot. In eerste instantie kreeg Henk de verkeerde kleur (wit) en na 8 zetjes werd Jan “van de lijn gezet” en stond er opeens 1-0 als uitslag. Dat kon natuurlijk niet, dus een nieuwe start, nu met de goede kleuren, maar “l’histoire se repête”, nu na 11 zetten werd Henk opnieuw tot winnaar uitgeroepen. Er werd daarom in goed onderling overleg besloten de zetten maar per e-mail uit te wisselen, waarbij beiden probeerden zich wat “aan de tijd te houden”, maar uiteindelijk was door al het “gedoe” de partij pas na 12.00 uur klaar. Henk stelde zich opnieuw bescheiden, maar soliede op, zodat Jan wel wat ruimtelijk voordeel had. Maar dan is het vaak lastig uit de talrijke mogelijkheden een goed en consistent vervolgplan te bedenken. Zeker toen na de omschakeling naar de e-mail, Henk kans zag met f5 en g5 en later g4 zijn aanvalsplannen duidelijk te maken, kwam hij ook duidelijk in het voordeel. Op de 20e zet won hij een pion, en begon hij de witte dame het leven zuur te maken. Even later kon hij met een vork Jan dwingen te kiezen tussen een dameoffer of torenverlies. Jan koos voor het eerste, maar Henk besloot al snel de dame terug te geven, omdat hij dan bij superieure stelling gewoon een stuk voor bleef. Enkele zetten later was het pleit beslecht en gaf Jan in hopeloze stelling op.
André van Wingerden en Henry Houweling speelden een gambiet uit de romantische periode toen zelfs (analoge) schaakklokken nog geen gemeengoed waren! Henry besloot de gambietpion te behouden en dat vindt de computer meestal wel een goed idee, zo ook hier. Na een korte rokade van André weet Henry dus waar hij de aanval moet zoeken. Een schaakje levert hem tempowinst op en ook de h-pion stormt dan naar voren. Als André dan maar in wanhoop besluit tegen dit geweld een loper te offeren, blijkt dat  niet te kloppen. Henry zet de aanval krachtig voort en André besluit dan ook de hopeloze strijd te staken vlak na de 20e zet. Een korte en krachtige overwinning van Henry zoals bij een dergelijk gambiet wel vaker voorkomt!
Mark Couwenberg speelde tegen Jeroen Brandsma en kwam goed uit de opening. Wel kreeg Jeroen steeds meer ruimte, maar het vinden van het juiste plan kostte ook nu weer flink wat van Jeroen’s tijd. Het was achteraf niet handig van Mark om zijn goede loper te ruilen tegen een zwart paard aan de rand van het bord, want hierna kreeg Jeroen steeds meer ruimte en grip op de stelling. Helaas ging Mark aan het eind in de fout en dit kostte een pion en later zelfs een stuk. Dat was natuurlijk te veel en Mark gaf dus op.
Verder verloor Ernst Delwel van Chris Tromp, Arjan Uittenbogaard van Henk van Houwelingen en Ton Lodder van Sebastiaan Visser. Hopelijk gaan de komende weken ook nog meer mensen on-line meedoen!

Bekerwedstrijd Wim Rietveld – Henk Boot

Bekerwedstrijd Wim Rietveld – Henk Boot

In de laatste bekerronde was het duel tussen Henk Boot en Wim Rietveld na zetherhaling onbeslist geëindigd, een tweede partij was dus nodig. Er was al eerder afgesproken deze tweede partij op dinsdag 17 maart te spelen, maar zoals iedereen weet, heeft het corona-virus de hele wereld op zijn kop gezet en zijn eigenlijk alle sportactiviteiten uitgesteld of afgelast. Vanzelfsprekend wordt er de komende weken dan ook niet geschaakt in de Til. Maar zoals er in onze club wel meer “thuiswedstrijden” worden gespeeld, leek dat hier toch ook een mogelijkheid. Wim heeft bij zijn bedrijf een mooie afgesloten ruimte, goed verwarmd, mogelijkheden voor beeld en geluid, maar vooral een fantastische modelspoorbaan. Omdat Henk vroeger ook graag met treintjes speelde, was hij vol bewondering voor het fraai aangelegde werkstuk van Wim, die daar heel wat uurtjes in heeft gestoken.
Maar goed, er moest natuurlijk ook geschaakt worden. Henk koos voor een bescheiden en wel erg rustige benadering. Eigenlijk iets te rustig want Wim kwam wat beter te staan, maar vooral duidelijk wat gemakkelijker. Aan de andere kant,  Henk stond dan wel wat gedrongen, het was allemaal erg soliede. Na wat ruilen kon Henk zich rond de 20e zet redelijk los werken en was er van voordeel voor Wim nauwelijks sprake meer. Er werd van de 25e tot de 32e zet rustig gemanoeuvreerd, waarbij Henk wat ruimte op de damevleugel in handen kreeg en Wim wat plaagstootjes met zijn paard probeerde uit te delen, maar Henk liet zich hierdoor niet verrassen. Wim leek tevreden met remise, waarschijnlijk in de hoop om Henk dan met snelschaken beentje te kunnen lichten. Henk voelde daar niets voor, bovendien bood de stelling nog genoeg mogelijkheden om verder te spelen. Na ruil van de zwarte lopers ontstond er een interessante stelling, waarbij beiden nog de zware stukken en een paard hadden. (diagram na 35. Te2)

Henk vond deze overigens gelijke stelling wel plezierig voor hemzelf, druk tegen de isolani op e4 en de mogelijkheid een vrije a-pion te creëren. Beiden hadden op dat moment nog zo’n 12 minuten voor de rest van de partij, wat ongetwijfeld er aan heeft bijgedragen dat in het vervolg kansrijke voortzettingen (Henk) werden gemist of ongelukkige keuzes (Wim) werden gemaakt. Vooral de keuze van Wim om de resterende zwarte b-pion te pakken op zet 56 om zelf een vrije b-pion te krijgen gaf Henk zelfs de mogelijkheid tot een vork! Niet gezien door Henk met nog 1-2 minuutjes op de klok, omdat hij al op weg was met zijn paard op f4 de witte pion op h3 op te halen, waarmee hij overigens ook beslissend voordeel kreeg, want Henk’s vrije h-pion was voor Wim niet meer af te stoppen. Kortom, een partij met heftige strijd, wederzijdse onnauwkeurigheden, een typische bekerwedstrijd dus, die pas op de 65e zet en pas na twaalf uur werd beëindig met winst voor Henk.

Derde ronde rapid-competitie

Derde ronde rapid-competitie

Op 10 maart werd de derde en laatste ronde van de rapid-competitie gespeeld. Kanshebbers voor de eindzege waren koploper Jaco Vonk, maar hij werd met slechts een half puntje achterstand op de huid gezeten door Eddy Korevaar, Henry Houweling en Wim Rietveld, terwijl Bram Capelle op 1 punt achterstand stond.
In de 9e ronde won Jaco Vonk van Wim Rietveld en wees Eddy Korevaar Mark Couwenberg terug. Maar Hans Karelse dwong Henry Houweling tot overgave. Van de achterblijvers die één ronde hadden gemist won Henk Boot na een zware partij van Jeroen Brandsma.
In de volgende 10e ronde deed Jaco goede zaken door zichzelf Hans Karelse van het lijf te houden en hij zag zijn naaste rivalen ten onder gaan. Eddy Korevaar kreeg tegen Henk Boot geen voordeel en met steeds minder tijd op de klok, kwam Henk steeds beter te staan en trok de partij naar zich toe. Bram Capelle kon het niet bolwerken tegen Wim Rietveld, die zijn uitstekende toernooi voortzette en nu weer won.
In de volgende 11e ronde troffen Henk Boot en Jaco Vonk elkaar. Jaco kwam duidelijk wat makkelijker uit de opening, maar kon geen echte gaatjes in de stelling van Henk vinden. In het eindspel was dat net omgekeerd, maar echte winstkansen kreeg Henk niet, remise dus. Omdat van de achtervolgers Wim Rietveld en Eddy Korevaar alleen bij winst nog gelijk konden komen met Jaco, gingen ze er stevig tegenaan, maar Wim wist niet van Hans Karelse te winnen en moest genoegen nemen met remise. André van Wingerden hield Eddy Korevaar ook op remise en dit leidde ertoe dat Jaco niet meer te achterhalen was en hiermee de eerste rapidkampioen van de vereniging is geworden!
In de 12e en laatste ronde waren er nog wel wat verassingen te noteren. Zo werd Jaco door Jeroen Brandsma getrakteerd op een door Jeroen erg goed gespeelde partij en Jeroen won dan ook overtuigend en fraai! André van Wingerden moest ervaren dat er met Wim Rietveld niet te spotten valt. Ook deze keer trok Wim aan het langste eind en bereikte hiermee een gedeelde 2e plaats in de eindrangschikking. Hij moest die plaats overigens wel delen met Eddy Korevaar, die Hans Karelse terugwees. De vierde plaats in de eindrangschikking werd opgeëist door Henry Houweling. Hij profiteerde aan het eind van opening van een onnauwkeurigheid van Henk Boot en won een pion. Henk had eigenlijk nauwelijks compensatie, maar verdedigde zich taai en leek uiteindelijk nog met remise te ontsnappen in een eindspel met ongelijke lopers. Maar ook hier “permitteerde” hij zich een kleine onnauwkeurigheid die door Henry goed werd afgestraft. Dus na een eerdere overwinning op Jaco kon hij nogmaals een prima overwinning aan zijn lijst toevoegen. Ook Mark Couwenberg sloot een goed toernooi af, nu met een overwinning op Gerard de Gans en hij werd 5e. De zesde plaats werd gedeeld door Bram Capelle en Henk Boot.
Opvallend was dat de bovenste plaatsen in de einduitslag werden ingenomen door spelers die alle drie avonden in deze competitie hebben meegedaan, waarmee dus een trouwe opkomst werd beloond. Bij de eerste tien van de einduitslag konden slechts Henk Boot en Jeroen Brandsma aanschuiven na een gemiste avond. Beiden konden één van de drie avonden namelijk niet meedoen. Het is deze drie avonden een leuke “nieuwe” schaakvorm gebleken, die uitnodigt om ook het volgend jaar weer op de agenda te zetten. Voorlopig is dit even de laatste schaakactiviteit van onze vereniging omdat door de huidige corona-crisis de komende weken de dinsdagavond wij geen schaakactiviteiten in de Til zullen hebben, terwijl ook de externe wedstrijden in KNSB- en SGS-SOS verband t/m 31 maart voorlopig zijn uitgesteld. Voor meer informatie volgt nog een mail van Chris Tromp, onze secretaris en kan men ook de sites van de SGS en KNSB raadplegen.

En hier voor de liefhebber nog de volledige uitslagen:

rapidtoernooi uitslagen

Verslag KNSB wedstrijd De Raadsheer-De Giessen en Linge

Verslag KNSB wedstrijd De Raadsheer-De Giessen en Linge

Welgemoed trokken we naar de Nederlandse virusbelt in Brabant, maar gelukkig had het corona-virus in het zonnige Zundert nog niet toegeslagen. We waren ruim op tijd in het “Wapen van Zundert”, waar we gelukkig bij aanvang nog geen dart-pijltjes hoefden te ontwijken. In een royale ruimte werden er drie wedstrijden gespeeld, waarbij de geluiden uit het voorliggende café royaal de speelruimte binnenstroomden. Tony Else op bord 5 had daar in het geheel geen last van en kon al snel met een tussenschaakje een stuk voorblijven. Zijn tegenstander gaf gedesillusioneerd op. Aan bord 4 ging het daarna bij Henk Boot al snel mis. Deze keer had hij geen antwoord op het door zijn tegenstander voorgeschotelde gambiet en hij werd compleet van de mat gespeeld. Hij besloot zijn tegenstander een aardig mat te gunnen, maar het is wel tijd dat hij deze variant eens wat beter gaat bestuderen. Veel beter ging het bij Tim Schakel op bord 2. Via een zetverwisseling kwam hij in een andere opening terecht, maar hij speelde het soliede en sterk. Tim had wel veel tijd nodig om de stelling goed te doorgronden, maar daarin ging zijn tegenstander gelijk met hem op. Weliswaar raakte wit al vroeg een pion kwijt (bewust pionoffer ?), en Tim stond hierna iets beter. Na 15 zetten hadden beiden nog een krap half uurtje en ook de volgende 5 zetten kostten beiden nogal wat van de resterende tijd. Hoewel Tim in de inmiddels ontstane messcherpe stelling, zoals vaak bij tegengestelde rokades, vermoeidheid voelde opkomen, had hij toch een mooi aanvalsplan kunnen maken. Na een pionoffer op g7 kreeg één van zijn torens pion g2 in het vizier en kon hij met een paardoffer op f2 de toren die daar terecht kwam, gepend houden met zijn zwarte loper. Toen zijn dame via d5 ook nog Dxg2 mat dreigde, raakte wit het spoor in overigens inmiddels verloren stelling verder kwijt en kon gelijk opgeven. Hiermee blijft Tim de absolute topscorer van het team met een scoren van 4,5 uit 6 en een uiterst fraaie TPR van bijna 2200! Helaas was de voorsprong van korte duur, want bij Louis Rutgers op bord 8 was een nederlaag onafwendbaar geworden. Wit koos in de opening een wat langzame zijvariant en Louis kwam redelijk uit de opening, maar een slordigheid op zet 15 kostte een pion. Op de 20e zet offerde wit een loper tegen twee pionnen en bleef Louis met een wel erg kale en tochtige koning zitten. Hij moest zijn stukken als een cordon rond de koning laten circuleren ter verdediging en hij kon dus zelf met zijn extra stuk weinig aanvallends uitrichten. Maar op de 32e zet kreeg hij een plotselinge kans om met een “pseudo-dameoffer” gevolgd door een grote vork de witte dame op te halen en voordeel te bereiken. Helaas ontging dit buitenkansje Louis en na verlies van nog een pionnetje was de nederlaag niet meer af te wenden. Hierna volgde op bord 6 bij Hans Karelse een remise. Hans kwam best aardig uit de opening, maar schrok nogal van zijn eigen 15e zet en vergat die te noteren! Hierna kreeg wit wat vrijer spel, maar nadat wit loper en paard tegen toren en pion had geruild, leek het optisch of Hans wat meer mogelijkheden had. Dat was eigenlijk nauwelijks het geval, de computer beoordeelde de stelling als geheel in evenwicht. Het aannemen van het remisevoorstel van wit was dan ook logisch. Hierop volgde ook een remise bij Jaco Vonk op bord 1. Jaco investeerde flink wat tijd om op zet 12 te kiezen tussen een rustige pionnenopmars op de damevleugel of het openbreken van de stelling met d4-d5 wat een pionoffer inhield. Hij koos voor het laatste. Hoewel Jaco wel een ontwikkelingsvoorsprong had, wist zijn tegenstander steeds goede zetten te vinden en was het eerder Jaco die moest oppassen, zeker toen zwart flink opstoomde met zijn a-pion, waar de pionnen van Jaco op de koningsvleugel dit tempo niet konden volgen. Maar omdat zwart rond de 25e zet zijn a-pion opspeelde tot het veld a3, gaf dat Jaco de gelegenheid nog een zwarte pion buit te maken en het materiele evenwicht te herstellen. Het was in deze fase, mede door wederzijds tijdgebrek, lastig steeds de allerbeste zetten te vinden. Uiteindelijk koos zwart voor herhaling van zetten met afwisselende schaakjes en toen gaf ook de computer achteraf ook aan dat de stelling volstrekt in evenwicht was, dus op de remise kon weinig worden aangemerkt. Restten nog de partijen van Eddy Korevaar en Jeroen Brandsma. Bij Eddy leeek het na de opening op een debacle uit te lopen, terwijl Jeroen een stelling met mogelijkheden had. Het was bij Jeroen op bord 7 lastig tussen de verschillende plannen te kiezen. Ogenschijnlijk zou de witte d4-pion zwak worden na het openbreken van het centrum met e3-e4, maar achteraf zou dat toch de beste keuze zijn geweest, maar Jeroen zag er dus vanaf. Toen zwart even later een wit paard op f4 sloeg, was het terugslaan met de toren optisch mooi, maar echte dreigingen via de f-lijn kwamen er toch niet. Terugslaan met de pion zou OK zijn geweest, maar nu kwam na Txf4 het initiatief en voordeel bij zwart te liggen. Vervolgens dreigde er dameverlies voor Jeroen op de h-lijn en moest hij de kwaliteit geven om dat te voorkomen. Toen hij daarna op g4 met de toren nog een pionnetje meenam, was zwart er als de kippen bij om de witte toren op g4 te isoleren en het was voor Jeroen niet meer mogelijk de toren in het spel te betrekken. Zwart zette krachtig voort en won. Restte dus nog de wedstrijd van Eddy op bord 3. Na de mislukte opening had hij de zaak toch zo goed mogelijk gekeept en daarbij was zijn snelschaakvaardigheid hem vanaf ongeveer de 20e-25e zet goed van pas gekomen. Toen hij tegen de 40e zet in het eindspel torenruil had kunnen afdwingen, kwam in het eindspel de remisemarge weer binnen bereik. Maar de uiteindelijk gekozen manier van torenruil resulteerde in een paardeneindspel met een pion minder, weliswaar met een goede positie van de witte koning. Hoewel een paardeneindspel met een pion minder vaak uitloopt op verlies, waren de teamgenoten door de actieve positie van koning en paard van Eddy toch hoopvol gestemd en werd zelfs van winst gedroomd. Tja, dat zou wel een erge meevaller zijn geweest. De stelling was gewoon remise en dat was dan ook de uitslag, waarmee we dus met 3,5-4,5 verloren en inmiddels flink zijn we ernstig gezakt op de ranglijst. De laatste wedstrijden worden dus cruciaal om ons in deze klasse te handhaven!

Ronde 20 interne competitie 03-03-2020

Ronde 20 interne competitie 03-03-2020

Het programma van deze avond was beperkt. Het 2e SOS-team had de avond tevoren een smadelijke 6-2 nederlaag geleden in Acquoi.
De topduels deze avond waren de strijd tussen Jaco Vonk en Eddy Korevaar en daarnaast de wedstrijd tussen Hans Karelse en Henk Boot. Jaco kreeg vanuit de opening een soort stelling, die wit meer ruimte en wat makkelijker spel biedt, aan de andere kant heeft zwart een wat gedrongen maar stevige stelling. Eddy bevrijdde zich op de damevleugel, eerst met de opstoot b5 en later met a5. Jaco reageerde naar eigen zeggen niet optimaal en Eddy kon zich dus loswurmen. Hoewel Eddy ogenschijnlijk een stuk kon winnen, kon Jaco dat verhinderen. Wel won Eddy een pion, maar door het niet optimaal samenwerken van de zwarte stukken, was het nog geenszins duidelijk welke kant het zou opgaan. In een dergelijke ingewikkelde partij steeds de juiste zet vinden is geen sinecure en mede door opkomende tijdnood, greep Eddy mis. Kwaliteitsverlies en een mooie vrije a-pion op de damevleugel voor Jaco, ondersteund door toren en sterke loper, bleken beslissend in zijn voordeel uit te pakken.
In het andere duel werd Hans Karelse ogenschijnlijk verrast door Henk’s openingskeuze. Niettemin manoeuvreerden beiden behoedzaam, al had Hans Henk wat meer kunnen “ondervragen” als hij zelf de zet e4-e5 had gespeeld. Nu kwam het er niet meer van, omdat Henk op de 20e zet het centrum zelf blokkeerde met e6-e5. Nadat Hans hierop reageerde met f4-f5 en vervolgens een pion op g6 sloeg, vond Henk dat eigenlijk wel prima. Hij had, vond hijzelf althans, de betere pionnenstructuur en had meer mogelijkheden om na de eerdere dubbele torenruil met zijn lichte stukken het spel te maken. Overigens was met het aanbod van dameruil en remise op zet 25 van Hans niets mis, de stelling was geheel in evenwicht, maar Henk vond de stelling te leuk en het tijdstip te vroeg om de vrede al te tekenen. Na dameruil werkten de stukken van Henk goed samen en zeker toen de zwarte lopers werden geruild op zet 33 kwamen de zwaktes in de pionnenstelling van Hans op de damevleugel aan het licht. (diagram)

Dat betekende een duidelijk voordeel voor Henk en toen vervolgens een pion op b2 sneuvelde en even later zijn compagnon op c3, was het voordeel van Henk al beslissend geworden. Henk speelde rustig, voorkwam tegenkansen van Hans en ook op de koningsvleugel werden nog een aantal pionnen van Hans onschadelijk gemaakt. Henk won na 57 zetten en nam daarmee revanche voor zijn nederlaag eerder in het seizoen.
Jeroen Brandsma trof Henk van der Hoek. Henk meende dat hij het allemaal niet handig had gedaan en dat er weinig aan te doen was dat Jeroen een doorslaggevende mataanval op touw zette. Toch had hij zich taaier kunnen verdedigen, want pas het terugslaan na Lxg7 direct met Kxg7 gaf Jeroen inderdaad beslissend voordeel. Maar,…. ipv. Kxg7 even het venijnige tussenzetje Dc6! (diagram)

met een dubbele dreiging Dxg2 mat en Td1+, voorwaar dan was het andere koek geweest en zou de strijd nog lang niet beslist zijn geweest! Maar ja, tussenzetten zijn zowel voor aanvaller als verdediger gemakkelijk over het hoofd te zien.
Tegen Bram Capelle koos Louis Rutgers opnieuw voor dezelfde voor hem nieuwe opening die hij ook tegen Jaco had gespeeld. Na de opening stond hij wat gedrongen, maar hij kon zich goed loswerken. Nadat hij zijn torens naar de open g-lijn had gespeeld stond hij beter en moest Bram alle zeilen bijzetten om niet definitief in het nadeel te komen. Toch waren er wel resources voor Bram, want toen Louis bij een stukkenruil in het centrum verkeerd terugsloeg, keerden de kansen, Bram kon nog een venijnige tussenzet produceren en dit kostte Louis een stuk en de partij. Louis kampt op dit moment met een vrij hardnekkig “virus”: goede stelling opbouwen en dan door een onnauwkeurigheid de voordelige stand en materiaal en vervolgens de partij verliezen. Hopelijk voor hem is het “virus” nu over zijn hoogtepunt heen….
Bij Bert van Hees tegen André van Wingerden had Bert een actieve stelling opgebouwd, maar op een gegeven moment kon André toch twee pionnetjes meesnoepen. Toen hij daarna dameruil kon forceren, was het winnen van het eindspel niet moeilijk meer.
Tony Else en Henry Houweling hielden elkaar lang in evenwicht. Na flink wat stukken afruilen ontstond een dame-toreneindspel met aan beide zijden nog 6 pionnen. Hoewel Tony wat meer ruimte had dankzij een witte pion op e5, leek het er voor de buitenstaanders op dat remise de meest logische uitslag zou worden. Toch manoeuvreerde Tony blijkbaar een stukje handiger dan Henry, want op een gegeven moment dreigde hij toch een tweetal pionnen voor te komen. Daarna zou het winnen van de partij niet moeilijk meer zijn. Dat was reden voor Henry dit zich niet allemaal meer te laten bewijzen en hij gaf op.
Henk van Houwelingen kon met actief stukkenspel tegen Huig Visser een voordelige stand bereiken en na materiaalwinst trok hij de partij overtuigend naar zich toe.

Ronde 19 interne competitie en kwartfinale bekerstrijd

Ronde 19 interne competitie en kwartfinale bekerstrijd

In de interne competitie speelde Hans Karelse tegen Bram Capelle. Bram had er deze avond echt zin in en dacht al in een vroege fase na over allerlei tactische wendingen. Achteraf werd duidelijk dat Hans toen met de scherpst mogelijke voortzetting voordeel had kunnen krijgen, maar die mogelijkheid werd achter het bord niet ontdekt. Op zet 11 toverde Bram opeens een loperoffer uit de hoge hoed (Lxh2+) met de gedachte dat hij een pion kon winnen. Die pion kreeg hij wel, maar het stuk zag hij niet terug. Dat was dus wel een erg frivool en opportunistisch offer, want hij had geen duidelijk verdere gevaarlijke aanval en ook anderszins viel de compensatie nogal tegen. Gesteund door deze onverwachte voorsprong aan materiaal ging Hans rustig verder en trok de overwinning naar zich toe.
De meest wilde stelling in de interne competitie kwam op het bord in de partij tussen Henk van der Hoek en André van Wingerden. Ook deze keer kwam er na Henk’s geliefde opening een originele stelling op het bord, waarbij André een mooie loper op d3 kon laten neerploffen. Toen Henk eerst een pion op d4 terugsloeg en niet tussendoor met b5-b6 een “aftrekschaakje” gaf, trok André na de zwarte korte rokade overtuigend het initiatief naar zich toe. Toen Henk een mooi paard van André op e4 ging ruilen werd de loper op d3 na f5xe4 een onneembare lastpost in de witte stelling. André mobiliseerde al zijn zware stukken tegen de witte koning, vooral de zet Tf5-f3! was erg mooi (diagram).

Hij dwong wit na Tad1 met Tg5 zijn dame te offeren en daarmee was de partij eigenlijk wel over. Overigens had een “vervolg” torenoffer met T3xh3 ipv Th5-g5 ook een fraai einde van de partij betekend!
Remco van Horik bereikte tegen Peter van Gaalen al snel een voorsprong van twee pionnen. Daar bleef het niet bij, met materiaalverschil werd snel groter en Remco kreeg een beslissende aanval tegen de zwarte koning.
Chris Tromp profiteerde van een “kortsluiting” bij Rob van Driel die Rob in een vroege fase van de partij en won dus wel erg gemakkelijk. Ook bij Henk ban Houwelingen tegen Bert van Hees gebeurde iets vergelijkbaars. In een stelling die gewoon in evenwicht was, overzag Henk een dreiging van Bert, hoewel hij die eerder wel had gezien. Dit betekende een voortijdig einde van de partij en winst voor Bert. Jan Post zette zijn goede seizoen voort met een overwinning tegen Ton Lodder.
John Dessens stond tegen Gerard de Gans eerst minder, maar zoals John al eens eerder zei: “Op ons niveau krijg je altijd wel een tweede kans”. Dat was ook nu het geval, want na een onnauwkeurigheid van Gerard kantelden de kansen en John won vervolgens.
Tegelijkertijd werden deze avond de kwartfinales voor de beker gespeeld. Opvallend was dat alle vier partijen nog bezig waren toen alle partijen in de interne competitie al waren geëindigd. Er werd dus hard gestreden om te winnen en zo de halve finale van de bekerstrijd te bereiken. Als eerste lukte dat Henry Houweling, die Tijmen Schakel trakteerde op een hem wel, maar Tijmen niet bekende opening. Dat kostte Tijmen bakken vol tijd, terwijl Henry zich lang comfortabel voelde op bekend terrein. Henry ging met zijn g-pion naar voren en op zet 19 bereikte hij g5. Zelf had hij toen nog iets minder dan 1½ uur op de klok, maar Tijmen nog maar ruim 12 minuten! De kans dat dan nog goed gaat aflopen is natuurlijk wel erg klein. Tegen de aanvallende bedoelingen van Henry op de koningsvleugel antwoordt Tijmen met e5! (diagram)

en vormt dan een sterk pionnenblok in het centrum. Echter na het slaan van g5xf6 slaat Tijmen niet terug op f6, maar pakt een pion op f4, zodat Henry een paard naar het mooie veld e5 kan brengen, waardoor dame en de loper op g7 gelijktijdig worden aangevallen. Dit verraste Tijmen en hij werd gedwongen met Txe5 de kwaliteit te geven. Hiermee was de partij in feite beslist.
De tweede die de halve finale bereikte was Eddy Korevaar. Hij kreeg een bekend gambiet voorgeschoteld van Mark Couwenberg en het kostte nogal wat tijd het juiste plan te vinden. Er ontstond een interessante stelling met tegengestelde rokades, waarna de aanval van Mark tegen de witte koning eerder op gang kwam dan die van Eddy tegen de koning van Mark op de damevleugel. Toen Mark verzuimde de witte d4-pion op te peuzelen, maar wel erg actief zijn pionnen op de koningsvleugel naar voren bracht, gaf dat Eddy de gelegenheid om enkel zwarte pionnetjes van het bord te laten verdwijnen. Hiermee trok hij ook het initiatief naar zich toe en tenslotte ontstond een , dubbel toreneindspel toen ook de laatste lichte stukken van het bord verdwenen. Eddy moest nog wel even goed opletten, maar ook al had hij nog maar weinig tijd, lukte dat goed. Toen één stel torens kon worden geruild was duidelijk dat een ondersteunde ver opgerukte g-pion voor wit een beslissende troef was. De op de damevleugel opgerukte pionnen van Mark konden het tegen het gecoördineerde geweld van een verbonden witte h- en g-pion niet bolwerken.
De derde partij werd gespeeld door Henk Boot en Wim Rietveld. Opnieuw werd het een taai gevecht, waarin Henk van alles probeerde om de winst naar zich toe te trekken. Hoewel hij op e4 en d4 twee mooie centrumpionnen had tegen een geïsoleerde zwarte pion op e6, bleek het toch heel lastig verder te komen. Optisch zag het er allemaal veelbelovend uit, maar het viel tegen verder te komen en ook de computer gaf later aan dat de stelling nog steeds in evenwicht was. Wim speelde de verdediging heel nauwkeurig! Pas op de 34e zet maakte hij met 34. ..Pf6-d5 een foutje, waardoor Henk met 35. Df2 een matdreiging kreeg en zwart gedwongen was tot 35. ..Pd5-e7. Via een tussenschaakje Df8+ kon Henk het zwarte paard terug dwingen naar g8 (diagram).

Maar het was nu beter geweest om op dat moment de stelling met d4-d5 te openen, gevolgd door e4-e5 en d5xc6, dan had hij duidelijk voordeel gekregen. Zoals het ging (Df8+), was dat niet het geval en werd na het ruilen van dames enige zetten later een pionnen een stelling bereikt, waarin Henk in remise door herhaling van zetten moest berusten. Volgende week zitten beiden opnieuw tegenover elkaar om te zien wie ook de halve finale zal bereiken.
De laatste bekerwedstrijd werd gespeeld door Jaco Vonk en Louis Rutgers. Jaco kreeg ruimtevoordeel in het centrum zoals bij deze opening gebruikelijk is. Louis probeerde thematisch de pionnenketen van Jaco te attaqueren en stelde zich dynamisch op. De stelling was eigenlijk wel in evenwicht tot de 25e zet. Jaco kon zijn stukken goed neerzetten met een paard op het mooie veld e5. Louis besloot het paard met zijn loper te elimineren en zijn torens naar de f-lijn te brengen, waar Jaco ook juist bezig was een aanval op te zetten. In die fase forceerde Louis met een waliteitsoffer, maar kreeg daarvoor onvoldoende compensatie. Langzaam vergrootte Jaco hierna zijn voordeel. Uiteindelijk bracht hij Louis’s dame op de koningsvleugel verregaand in het nauw, zodat Louis de inmiddels hopeloze strijd staakte.