Derde ronde rapid-competitie

Derde ronde rapid-competitie

Op 10 maart werd de derde en laatste ronde van de rapid-competitie gespeeld. Kanshebbers voor de eindzege waren koploper Jaco Vonk, maar hij werd met slechts een half puntje achterstand op de huid gezeten door Eddy Korevaar, Henry Houweling en Wim Rietveld, terwijl Bram Capelle op 1 punt achterstand stond.
In de 9e ronde won Jaco Vonk van Wim Rietveld en wees Eddy Korevaar Mark Couwenberg terug. Maar Hans Karelse dwong Henry Houweling tot overgave. Van de achterblijvers die één ronde hadden gemist won Henk Boot na een zware partij van Jeroen Brandsma.
In de volgende 10e ronde deed Jaco goede zaken door zichzelf Hans Karelse van het lijf te houden en hij zag zijn naaste rivalen ten onder gaan. Eddy Korevaar kreeg tegen Henk Boot geen voordeel en met steeds minder tijd op de klok, kwam Henk steeds beter te staan en trok de partij naar zich toe. Bram Capelle kon het niet bolwerken tegen Wim Rietveld, die zijn uitstekende toernooi voortzette en nu weer won.
In de volgende 11e ronde troffen Henk Boot en Jaco Vonk elkaar. Jaco kwam duidelijk wat makkelijker uit de opening, maar kon geen echte gaatjes in de stelling van Henk vinden. In het eindspel was dat net omgekeerd, maar echte winstkansen kreeg Henk niet, remise dus. Omdat van de achtervolgers Wim Rietveld en Eddy Korevaar alleen bij winst nog gelijk konden komen met Jaco, gingen ze er stevig tegenaan, maar Wim wist niet van Hans Karelse te winnen en moest genoegen nemen met remise. André van Wingerden hield Eddy Korevaar ook op remise en dit leidde ertoe dat Jaco niet meer te achterhalen was en hiermee de eerste rapidkampioen van de vereniging is geworden!
In de 12e en laatste ronde waren er nog wel wat verassingen te noteren. Zo werd Jaco door Jeroen Brandsma getrakteerd op een door Jeroen erg goed gespeelde partij en Jeroen won dan ook overtuigend en fraai! André van Wingerden moest ervaren dat er met Wim Rietveld niet te spotten valt. Ook deze keer trok Wim aan het langste eind en bereikte hiermee een gedeelde 2e plaats in de eindrangschikking. Hij moest die plaats overigens wel delen met Eddy Korevaar, die Hans Karelse terugwees. De vierde plaats in de eindrangschikking werd opgeëist door Henry Houweling. Hij profiteerde aan het eind van opening van een onnauwkeurigheid van Henk Boot en won een pion. Henk had eigenlijk nauwelijks compensatie, maar verdedigde zich taai en leek uiteindelijk nog met remise te ontsnappen in een eindspel met ongelijke lopers. Maar ook hier “permitteerde” hij zich een kleine onnauwkeurigheid die door Henry goed werd afgestraft. Dus na een eerdere overwinning op Jaco kon hij nogmaals een prima overwinning aan zijn lijst toevoegen. Ook Mark Couwenberg sloot een goed toernooi af, nu met een overwinning op Gerard de Gans en hij werd 5e. De zesde plaats werd gedeeld door Bram Capelle en Henk Boot.
Opvallend was dat de bovenste plaatsen in de einduitslag werden ingenomen door spelers die alle drie avonden in deze competitie hebben meegedaan, waarmee dus een trouwe opkomst werd beloond. Bij de eerste tien van de einduitslag konden slechts Henk Boot en Jeroen Brandsma aanschuiven na een gemiste avond. Beiden konden één van de drie avonden namelijk niet meedoen. Het is deze drie avonden een leuke “nieuwe” schaakvorm gebleken, die uitnodigt om ook het volgend jaar weer op de agenda te zetten. Voorlopig is dit even de laatste schaakactiviteit van onze vereniging omdat door de huidige corona-crisis de komende weken de dinsdagavond wij geen schaakactiviteiten in de Til zullen hebben, terwijl ook de externe wedstrijden in KNSB- en SGS-SOS verband t/m 31 maart voorlopig zijn uitgesteld. Voor meer informatie volgt nog een mail van Chris Tromp, onze secretaris en kan men ook de sites van de SGS en KNSB raadplegen.

En hier voor de liefhebber nog de volledige uitslagen:

rapidtoernooi uitslagen

Verslag KNSB wedstrijd De Raadsheer-De Giessen en Linge

Verslag KNSB wedstrijd De Raadsheer-De Giessen en Linge

Welgemoed trokken we naar de Nederlandse virusbelt in Brabant, maar gelukkig had het corona-virus in het zonnige Zundert nog niet toegeslagen. We waren ruim op tijd in het “Wapen van Zundert”, waar we gelukkig bij aanvang nog geen dart-pijltjes hoefden te ontwijken. In een royale ruimte werden er drie wedstrijden gespeeld, waarbij de geluiden uit het voorliggende café royaal de speelruimte binnenstroomden. Tony Else op bord 5 had daar in het geheel geen last van en kon al snel met een tussenschaakje een stuk voorblijven. Zijn tegenstander gaf gedesillusioneerd op. Aan bord 4 ging het daarna bij Henk Boot al snel mis. Deze keer had hij geen antwoord op het door zijn tegenstander voorgeschotelde gambiet en hij werd compleet van de mat gespeeld. Hij besloot zijn tegenstander een aardig mat te gunnen, maar het is wel tijd dat hij deze variant eens wat beter gaat bestuderen. Veel beter ging het bij Tim Schakel op bord 2. Via een zetverwisseling kwam hij in een andere opening terecht, maar hij speelde het soliede en sterk. Tim had wel veel tijd nodig om de stelling goed te doorgronden, maar daarin ging zijn tegenstander gelijk met hem op. Weliswaar raakte wit al vroeg een pion kwijt (bewust pionoffer ?), en Tim stond hierna iets beter. Na 15 zetten hadden beiden nog een krap half uurtje en ook de volgende 5 zetten kostten beiden nogal wat van de resterende tijd. Hoewel Tim in de inmiddels ontstane messcherpe stelling, zoals vaak bij tegengestelde rokades, vermoeidheid voelde opkomen, had hij toch een mooi aanvalsplan kunnen maken. Na een pionoffer op g7 kreeg één van zijn torens pion g2 in het vizier en kon hij met een paardoffer op f2 de toren die daar terecht kwam, gepend houden met zijn zwarte loper. Toen zijn dame via d5 ook nog Dxg2 mat dreigde, raakte wit het spoor in overigens inmiddels verloren stelling verder kwijt en kon gelijk opgeven. Hiermee blijft Tim de absolute topscorer van het team met een scoren van 4,5 uit 6 en een uiterst fraaie TPR van bijna 2200! Helaas was de voorsprong van korte duur, want bij Louis Rutgers op bord 8 was een nederlaag onafwendbaar geworden. Wit koos in de opening een wat langzame zijvariant en Louis kwam redelijk uit de opening, maar een slordigheid op zet 15 kostte een pion. Op de 20e zet offerde wit een loper tegen twee pionnen en bleef Louis met een wel erg kale en tochtige koning zitten. Hij moest zijn stukken als een cordon rond de koning laten circuleren ter verdediging en hij kon dus zelf met zijn extra stuk weinig aanvallends uitrichten. Maar op de 32e zet kreeg hij een plotselinge kans om met een “pseudo-dameoffer” gevolgd door een grote vork de witte dame op te halen en voordeel te bereiken. Helaas ontging dit buitenkansje Louis en na verlies van nog een pionnetje was de nederlaag niet meer af te wenden. Hierna volgde op bord 6 bij Hans Karelse een remise. Hans kwam best aardig uit de opening, maar schrok nogal van zijn eigen 15e zet en vergat die te noteren! Hierna kreeg wit wat vrijer spel, maar nadat wit loper en paard tegen toren en pion had geruild, leek het optisch of Hans wat meer mogelijkheden had. Dat was eigenlijk nauwelijks het geval, de computer beoordeelde de stelling als geheel in evenwicht. Het aannemen van het remisevoorstel van wit was dan ook logisch. Hierop volgde ook een remise bij Jaco Vonk op bord 1. Jaco investeerde flink wat tijd om op zet 12 te kiezen tussen een rustige pionnenopmars op de damevleugel of het openbreken van de stelling met d4-d5 wat een pionoffer inhield. Hij koos voor het laatste. Hoewel Jaco wel een ontwikkelingsvoorsprong had, wist zijn tegenstander steeds goede zetten te vinden en was het eerder Jaco die moest oppassen, zeker toen zwart flink opstoomde met zijn a-pion, waar de pionnen van Jaco op de koningsvleugel dit tempo niet konden volgen. Maar omdat zwart rond de 25e zet zijn a-pion opspeelde tot het veld a3, gaf dat Jaco de gelegenheid nog een zwarte pion buit te maken en het materiele evenwicht te herstellen. Het was in deze fase, mede door wederzijds tijdgebrek, lastig steeds de allerbeste zetten te vinden. Uiteindelijk koos zwart voor herhaling van zetten met afwisselende schaakjes en toen gaf ook de computer achteraf ook aan dat de stelling volstrekt in evenwicht was, dus op de remise kon weinig worden aangemerkt. Restten nog de partijen van Eddy Korevaar en Jeroen Brandsma. Bij Eddy leeek het na de opening op een debacle uit te lopen, terwijl Jeroen een stelling met mogelijkheden had. Het was bij Jeroen op bord 7 lastig tussen de verschillende plannen te kiezen. Ogenschijnlijk zou de witte d4-pion zwak worden na het openbreken van het centrum met e3-e4, maar achteraf zou dat toch de beste keuze zijn geweest, maar Jeroen zag er dus vanaf. Toen zwart even later een wit paard op f4 sloeg, was het terugslaan met de toren optisch mooi, maar echte dreigingen via de f-lijn kwamen er toch niet. Terugslaan met de pion zou OK zijn geweest, maar nu kwam na Txf4 het initiatief en voordeel bij zwart te liggen. Vervolgens dreigde er dameverlies voor Jeroen op de h-lijn en moest hij de kwaliteit geven om dat te voorkomen. Toen hij daarna op g4 met de toren nog een pionnetje meenam, was zwart er als de kippen bij om de witte toren op g4 te isoleren en het was voor Jeroen niet meer mogelijk de toren in het spel te betrekken. Zwart zette krachtig voort en won. Restte dus nog de wedstrijd van Eddy op bord 3. Na de mislukte opening had hij de zaak toch zo goed mogelijk gekeept en daarbij was zijn snelschaakvaardigheid hem vanaf ongeveer de 20e-25e zet goed van pas gekomen. Toen hij tegen de 40e zet in het eindspel torenruil had kunnen afdwingen, kwam in het eindspel de remisemarge weer binnen bereik. Maar de uiteindelijk gekozen manier van torenruil resulteerde in een paardeneindspel met een pion minder, weliswaar met een goede positie van de witte koning. Hoewel een paardeneindspel met een pion minder vaak uitloopt op verlies, waren de teamgenoten door de actieve positie van koning en paard van Eddy toch hoopvol gestemd en werd zelfs van winst gedroomd. Tja, dat zou wel een erge meevaller zijn geweest. De stelling was gewoon remise en dat was dan ook de uitslag, waarmee we dus met 3,5-4,5 verloren en inmiddels flink zijn we ernstig gezakt op de ranglijst. De laatste wedstrijden worden dus cruciaal om ons in deze klasse te handhaven!

Ronde 20 interne competitie 03-03-2020

Ronde 20 interne competitie 03-03-2020

Het programma van deze avond was beperkt. Het 2e SOS-team had de avond tevoren een smadelijke 6-2 nederlaag geleden in Acquoi.
De topduels deze avond waren de strijd tussen Jaco Vonk en Eddy Korevaar en daarnaast de wedstrijd tussen Hans Karelse en Henk Boot. Jaco kreeg vanuit de opening een soort stelling, die wit meer ruimte en wat makkelijker spel biedt, aan de andere kant heeft zwart een wat gedrongen maar stevige stelling. Eddy bevrijdde zich op de damevleugel, eerst met de opstoot b5 en later met a5. Jaco reageerde naar eigen zeggen niet optimaal en Eddy kon zich dus loswurmen. Hoewel Eddy ogenschijnlijk een stuk kon winnen, kon Jaco dat verhinderen. Wel won Eddy een pion, maar door het niet optimaal samenwerken van de zwarte stukken, was het nog geenszins duidelijk welke kant het zou opgaan. In een dergelijke ingewikkelde partij steeds de juiste zet vinden is geen sinecure en mede door opkomende tijdnood, greep Eddy mis. Kwaliteitsverlies en een mooie vrije a-pion op de damevleugel voor Jaco, ondersteund door toren en sterke loper, bleken beslissend in zijn voordeel uit te pakken.
In het andere duel werd Hans Karelse ogenschijnlijk verrast door Henk’s openingskeuze. Niettemin manoeuvreerden beiden behoedzaam, al had Hans Henk wat meer kunnen “ondervragen” als hij zelf de zet e4-e5 had gespeeld. Nu kwam het er niet meer van, omdat Henk op de 20e zet het centrum zelf blokkeerde met e6-e5. Nadat Hans hierop reageerde met f4-f5 en vervolgens een pion op g6 sloeg, vond Henk dat eigenlijk wel prima. Hij had, vond hijzelf althans, de betere pionnenstructuur en had meer mogelijkheden om na de eerdere dubbele torenruil met zijn lichte stukken het spel te maken. Overigens was met het aanbod van dameruil en remise op zet 25 van Hans niets mis, de stelling was geheel in evenwicht, maar Henk vond de stelling te leuk en het tijdstip te vroeg om de vrede al te tekenen. Na dameruil werkten de stukken van Henk goed samen en zeker toen de zwarte lopers werden geruild op zet 33 kwamen de zwaktes in de pionnenstelling van Hans op de damevleugel aan het licht. (diagram)

Dat betekende een duidelijk voordeel voor Henk en toen vervolgens een pion op b2 sneuvelde en even later zijn compagnon op c3, was het voordeel van Henk al beslissend geworden. Henk speelde rustig, voorkwam tegenkansen van Hans en ook op de koningsvleugel werden nog een aantal pionnen van Hans onschadelijk gemaakt. Henk won na 57 zetten en nam daarmee revanche voor zijn nederlaag eerder in het seizoen.
Jeroen Brandsma trof Henk van der Hoek. Henk meende dat hij het allemaal niet handig had gedaan en dat er weinig aan te doen was dat Jeroen een doorslaggevende mataanval op touw zette. Toch had hij zich taaier kunnen verdedigen, want pas het terugslaan na Lxg7 direct met Kxg7 gaf Jeroen inderdaad beslissend voordeel. Maar,…. ipv. Kxg7 even het venijnige tussenzetje Dc6! (diagram)

met een dubbele dreiging Dxg2 mat en Td1+, voorwaar dan was het andere koek geweest en zou de strijd nog lang niet beslist zijn geweest! Maar ja, tussenzetten zijn zowel voor aanvaller als verdediger gemakkelijk over het hoofd te zien.
Tegen Bram Capelle koos Louis Rutgers opnieuw voor dezelfde voor hem nieuwe opening die hij ook tegen Jaco had gespeeld. Na de opening stond hij wat gedrongen, maar hij kon zich goed loswerken. Nadat hij zijn torens naar de open g-lijn had gespeeld stond hij beter en moest Bram alle zeilen bijzetten om niet definitief in het nadeel te komen. Toch waren er wel resources voor Bram, want toen Louis bij een stukkenruil in het centrum verkeerd terugsloeg, keerden de kansen, Bram kon nog een venijnige tussenzet produceren en dit kostte Louis een stuk en de partij. Louis kampt op dit moment met een vrij hardnekkig “virus”: goede stelling opbouwen en dan door een onnauwkeurigheid de voordelige stand en materiaal en vervolgens de partij verliezen. Hopelijk voor hem is het “virus” nu over zijn hoogtepunt heen….
Bij Bert van Hees tegen André van Wingerden had Bert een actieve stelling opgebouwd, maar op een gegeven moment kon André toch twee pionnetjes meesnoepen. Toen hij daarna dameruil kon forceren, was het winnen van het eindspel niet moeilijk meer.
Tony Else en Henry Houweling hielden elkaar lang in evenwicht. Na flink wat stukken afruilen ontstond een dame-toreneindspel met aan beide zijden nog 6 pionnen. Hoewel Tony wat meer ruimte had dankzij een witte pion op e5, leek het er voor de buitenstaanders op dat remise de meest logische uitslag zou worden. Toch manoeuvreerde Tony blijkbaar een stukje handiger dan Henry, want op een gegeven moment dreigde hij toch een tweetal pionnen voor te komen. Daarna zou het winnen van de partij niet moeilijk meer zijn. Dat was reden voor Henry dit zich niet allemaal meer te laten bewijzen en hij gaf op.
Henk van Houwelingen kon met actief stukkenspel tegen Huig Visser een voordelige stand bereiken en na materiaalwinst trok hij de partij overtuigend naar zich toe.

Ronde 19 interne competitie en kwartfinale bekerstrijd

Ronde 19 interne competitie en kwartfinale bekerstrijd

In de interne competitie speelde Hans Karelse tegen Bram Capelle. Bram had er deze avond echt zin in en dacht al in een vroege fase na over allerlei tactische wendingen. Achteraf werd duidelijk dat Hans toen met de scherpst mogelijke voortzetting voordeel had kunnen krijgen, maar die mogelijkheid werd achter het bord niet ontdekt. Op zet 11 toverde Bram opeens een loperoffer uit de hoge hoed (Lxh2+) met de gedachte dat hij een pion kon winnen. Die pion kreeg hij wel, maar het stuk zag hij niet terug. Dat was dus wel een erg frivool en opportunistisch offer, want hij had geen duidelijk verdere gevaarlijke aanval en ook anderszins viel de compensatie nogal tegen. Gesteund door deze onverwachte voorsprong aan materiaal ging Hans rustig verder en trok de overwinning naar zich toe.
De meest wilde stelling in de interne competitie kwam op het bord in de partij tussen Henk van der Hoek en André van Wingerden. Ook deze keer kwam er na Henk’s geliefde opening een originele stelling op het bord, waarbij André een mooie loper op d3 kon laten neerploffen. Toen Henk eerst een pion op d4 terugsloeg en niet tussendoor met b5-b6 een “aftrekschaakje” gaf, trok André na de zwarte korte rokade overtuigend het initiatief naar zich toe. Toen Henk een mooi paard van André op e4 ging ruilen werd de loper op d3 na f5xe4 een onneembare lastpost in de witte stelling. André mobiliseerde al zijn zware stukken tegen de witte koning, vooral de zet Tf5-f3! was erg mooi (diagram).

Hij dwong wit na Tad1 met Tg5 zijn dame te offeren en daarmee was de partij eigenlijk wel over. Overigens had een “vervolg” torenoffer met T3xh3 ipv Th5-g5 ook een fraai einde van de partij betekend!
Remco van Horik bereikte tegen Peter van Gaalen al snel een voorsprong van twee pionnen. Daar bleef het niet bij, met materiaalverschil werd snel groter en Remco kreeg een beslissende aanval tegen de zwarte koning.
Chris Tromp profiteerde van een “kortsluiting” bij Rob van Driel die Rob in een vroege fase van de partij en won dus wel erg gemakkelijk. Ook bij Henk ban Houwelingen tegen Bert van Hees gebeurde iets vergelijkbaars. In een stelling die gewoon in evenwicht was, overzag Henk een dreiging van Bert, hoewel hij die eerder wel had gezien. Dit betekende een voortijdig einde van de partij en winst voor Bert. Jan Post zette zijn goede seizoen voort met een overwinning tegen Ton Lodder.
John Dessens stond tegen Gerard de Gans eerst minder, maar zoals John al eens eerder zei: “Op ons niveau krijg je altijd wel een tweede kans”. Dat was ook nu het geval, want na een onnauwkeurigheid van Gerard kantelden de kansen en John won vervolgens.
Tegelijkertijd werden deze avond de kwartfinales voor de beker gespeeld. Opvallend was dat alle vier partijen nog bezig waren toen alle partijen in de interne competitie al waren geëindigd. Er werd dus hard gestreden om te winnen en zo de halve finale van de bekerstrijd te bereiken. Als eerste lukte dat Henry Houweling, die Tijmen Schakel trakteerde op een hem wel, maar Tijmen niet bekende opening. Dat kostte Tijmen bakken vol tijd, terwijl Henry zich lang comfortabel voelde op bekend terrein. Henry ging met zijn g-pion naar voren en op zet 19 bereikte hij g5. Zelf had hij toen nog iets minder dan 1½ uur op de klok, maar Tijmen nog maar ruim 12 minuten! De kans dat dan nog goed gaat aflopen is natuurlijk wel erg klein. Tegen de aanvallende bedoelingen van Henry op de koningsvleugel antwoordt Tijmen met e5! (diagram)

en vormt dan een sterk pionnenblok in het centrum. Echter na het slaan van g5xf6 slaat Tijmen niet terug op f6, maar pakt een pion op f4, zodat Henry een paard naar het mooie veld e5 kan brengen, waardoor dame en de loper op g7 gelijktijdig worden aangevallen. Dit verraste Tijmen en hij werd gedwongen met Txe5 de kwaliteit te geven. Hiermee was de partij in feite beslist.
De tweede die de halve finale bereikte was Eddy Korevaar. Hij kreeg een bekend gambiet voorgeschoteld van Mark Couwenberg en het kostte nogal wat tijd het juiste plan te vinden. Er ontstond een interessante stelling met tegengestelde rokades, waarna de aanval van Mark tegen de witte koning eerder op gang kwam dan die van Eddy tegen de koning van Mark op de damevleugel. Toen Mark verzuimde de witte d4-pion op te peuzelen, maar wel erg actief zijn pionnen op de koningsvleugel naar voren bracht, gaf dat Eddy de gelegenheid om enkel zwarte pionnetjes van het bord te laten verdwijnen. Hiermee trok hij ook het initiatief naar zich toe en tenslotte ontstond een , dubbel toreneindspel toen ook de laatste lichte stukken van het bord verdwenen. Eddy moest nog wel even goed opletten, maar ook al had hij nog maar weinig tijd, lukte dat goed. Toen één stel torens kon worden geruild was duidelijk dat een ondersteunde ver opgerukte g-pion voor wit een beslissende troef was. De op de damevleugel opgerukte pionnen van Mark konden het tegen het gecoördineerde geweld van een verbonden witte h- en g-pion niet bolwerken.
De derde partij werd gespeeld door Henk Boot en Wim Rietveld. Opnieuw werd het een taai gevecht, waarin Henk van alles probeerde om de winst naar zich toe te trekken. Hoewel hij op e4 en d4 twee mooie centrumpionnen had tegen een geïsoleerde zwarte pion op e6, bleek het toch heel lastig verder te komen. Optisch zag het er allemaal veelbelovend uit, maar het viel tegen verder te komen en ook de computer gaf later aan dat de stelling nog steeds in evenwicht was. Wim speelde de verdediging heel nauwkeurig! Pas op de 34e zet maakte hij met 34. ..Pf6-d5 een foutje, waardoor Henk met 35. Df2 een matdreiging kreeg en zwart gedwongen was tot 35. ..Pd5-e7. Via een tussenschaakje Df8+ kon Henk het zwarte paard terug dwingen naar g8 (diagram).

Maar het was nu beter geweest om op dat moment de stelling met d4-d5 te openen, gevolgd door e4-e5 en d5xc6, dan had hij duidelijk voordeel gekregen. Zoals het ging (Df8+), was dat niet het geval en werd na het ruilen van dames enige zetten later een pionnen een stelling bereikt, waarin Henk in remise door herhaling van zetten moest berusten. Volgende week zitten beiden opnieuw tegenover elkaar om te zien wie ook de halve finale zal bereiken.
De laatste bekerwedstrijd werd gespeeld door Jaco Vonk en Louis Rutgers. Jaco kreeg ruimtevoordeel in het centrum zoals bij deze opening gebruikelijk is. Louis probeerde thematisch de pionnenketen van Jaco te attaqueren en stelde zich dynamisch op. De stelling was eigenlijk wel in evenwicht tot de 25e zet. Jaco kon zijn stukken goed neerzetten met een paard op het mooie veld e5. Louis besloot het paard met zijn loper te elimineren en zijn torens naar de f-lijn te brengen, waar Jaco ook juist bezig was een aanval op te zetten. In die fase forceerde Louis met een waliteitsoffer, maar kreeg daarvoor onvoldoende compensatie. Langzaam vergrootte Jaco hierna zijn voordeel. Uiteindelijk bracht hij Louis’s dame op de koningsvleugel verregaand in het nauw, zodat Louis de inmiddels hopeloze strijd staakte.

Verslag De Giessen en Linge 1 (SOS) – BSG 1 en ronde 18 interne competitie

Verslag De Giessen en Linge 1 (SOS) – BSG 1 en ronde 18 interne competitie

In de interne competitie werden maar enkele wedstrijden gespeeld vanwege de externe wedstrijd. Huig Visser en John Dessens kregen een interessante stelling op het bord, waarin het leek dat wit aan een centrumaanval kon gaan denken, maar beiden waren blijkbaar in een vredelievende stemming en er werd al snel tot remise beslten. Dat resultaat kwam een stuk later ook tot stand in de partij tussen Robin Tenhunen en Henry Houweling. De partij oogde voor de buitenstaanders redelijk in evenwicht. Er werden flink wat stukken geruild en uiteindelijk koos Robin ervoor het op een pionneneindspel te laten aankomen. Hij had goed gezien dat de stelling in het eindspel goed in evenwicht bleef en ook hier dus een remise als resultaat.
Bram Capelle kreeg door Bert van Geldere een vertrouwde opening voorgeschoteld. Hij stelde zich goed op, had de betere pionnenstructuur en zeker toen hij kon bewerkstelligen dat zwart niet kon rokeren, kwam hij duidelijk in het voordeel. Dat werd langzaam maar zeker uitgebreid. Al duurde het definitief binnen halen van de buit nog een hele tijd, ze waren als laatste spelers klaar. Bram won dus overtuigend.
De thuisspelers Ton Lodder en Gijs Bos konden het niet bolwerken tegen Bert van Hees en Taco van de Poll en verloren.
Voor de externe wedstrijd, de 5e van de 8 te spelen wedstrijden, moest voor het eerst dit seizoen een beroep op invallers worden gedaan. Arjan Uittenbogaard was verhinderd en in Henk van der Hoek werd een goede vervanger gevonden. Maar ook Jeroen Brandsma was helaas niet in staat om te spelen, ook hier konden we beschikken over een uitstekende remplaçant, namelijk Ernst Delwel. Overigens ook onze tegenstanders moesten een tweetal invallers optrommelen, waarvan de tegenstander van Ernst wel heel erg “last minute” de auto in moest worden geloodsd. Om niet met een lege maag uit Bussum naar Giessenburg te komen, werd een ommetje langs een snackbar gemaakt, zodat nog wat frites en kroketten konden worden ingenomen. Ernst liet zich op bord 8 door deze geuren niet van de wijs brengen, stelde zich tegen met wit in een hypermodern gespeelde opening goed op. Zijn tegenstander reageerde goed, speelde weliswaar zijn centrumpionnen op, maar dit was maar wat optisch “gedoe” en in werkelijkheid stond Ernst al snel makkelijker en actiever met mooie torens op de e-lijn en potentiële dreigingen met een loperoffer (Lxh6) in petto. Indien zwart op zet 22

(diagram) het soliede Pg6 had gespeeld, was er nog niet veel aan de hand geweest, maar hij besloot tot zijn eigen misfortuin het mooie witte paard op de korrel te nemen met f7-f5. Met deze zet wist Ernst wel raad en toverde met 23. Pxd6 Dxd6, 24. Lxc6 stukwinst uit de hoge hoed, want of het paard op e7 sneuvelt of erger na Pxc6 een toren op e8. Teleurgesteld gooide zwart de handdoek in de ring.
Helaas ging het op bord 3 mis bij Hans Karelse. Hij kwam vanuit de opening in een vrij lastige stelling terecht, een dame-toren eindspel met aan beide kanten nog flink wat pionnen. Wit kon denken aan het laten oprukken van zijn centrumpionnen en deed dat ook. Op een gegeven moment kon wit een doorslaggevende aanval opzetten met materiaalwinst en winst van de partij. Achteraf werd duidelijk dat Hans nog wel kans had gehad als hij zijn b-pion had geofferd om een sterke vrijpion op de c-lijn tegenspel te creëren. Helaas loopt het bij Hans in de externe competitie niet echt lekker, terwijl hij de interne competitie uitstekend scoort.
Ook bij André van Wingerden op bord 6 ging het niet goed. Halverwege de avond vertelde hij dat hij moeilijk stond, maar later kon hij toch een zwarte pion diep in de witte stelling op f2 laten arriveren. Echter, verzilveren van deze pion lukte niet en na enkele minder nauwkeurige zetten van André kantelde de wedstrijd en ging de tegenstander er met de winst van door.
Zelf bracht Henk Boot op bord 2 de partijen weer in evenwicht. Hij kende de opening duidelijk beter dan zijn tegenstander. Hij koos voor een mooie pionnen opstoot in het centrum met f2-f4, maar hier had het verrassende Df4! gelijk materiaal gewonnen vanwege de op een kluitje en elkaar in de weg staande zwarte stukken. Maar zoals het ging, kreeg hij ook duidelijk voordeel al gaf de computer thuis natuurlijk nog betere mogelijkheden aan! Uiteindelijk koos hij rond de 30e zet voor kwaliteitswinst met 28. Le7-f6 (diagram)

, al was het voorzetten van de aanval tegen de zwarte koning wel kansrijker geweest, maar de meest dwingende voortzetting Pg5+ gevolgd door het torenoffer Txf5 was te moeilijk geweest om te vinden. Maar ook hier vond de computer later nog wel een taaiere verdediging dan in de “post mortem” na de partij werd gevonden. Zwart probeerde op de damevleugel met b5 tegenspel te krijgen, maar Henk offerde met 35.Lxb5 zijn loper (diagram

), omdat hij dan met zijn dame met een schaakje via e5 zou binnenvallen en dat een gewonnen eindspel bereiken. Zwart dorst het loperoffer niet aan te nemen, maar moest dus toestaan dat er een wit pionbeest op d7 arriveerde. Toen zwart zich wilde verdedigen door zijn koning erbij te halen, overzag hij een penning die zijn dame naar het doosje liet verhuizen, gedesillusioneerd opgegeven, maar ook hier bleek achteraf dat de stelling al min of meer gewonnen was voor Henk (+2 à + 3).
Bij Louis Rutgers ging het helaas mis. Hij had naar ik begreep best een goede stelling opgebouwd, maar “ergens” ging het fout en eindigde het duel met een nederlaag.
Daar tegenover was onze andere invaller, Henk van der Hoek op bord 6, beter bij de les. Hoewel hij vanuit zijn opening geen duidelijk voordeel kreeg, was de stelling lang in evenwicht. Hoewel zijn tegenstander Henk’s opening niet kende, speelde hij goed en drong Henk zelfs wat in het defensief, maar dat kostte hem wel erg veel tijd…. Henk moest zijn heil op de koningsvleugelgaan zoeken en deed dat omzichtig. Rond de 20e zet werd er in het centrum nogal wat geruild, waardoor de stelling meer open kwam te liggen. Toen Henk op de 26e zet Lf3 (diagram)

speelde dacht hij zelf dat het een blunder was, omdat hij zijn paard op g5 niet dekte tegen een aanval van de zwarte toren op f5. Maar omdat hij met zijn loper op f3 een zwarte toren op a8 aanviel en indien Taf8 via een tussenschaakje op d5 een röntgenaanval met Pf7+ en kwaliteitswinst kon introduceren, was Lf3 geen blunder maar juist een heel sterke zet, die zwart sowieso een kwaliteit kostte!! (diagram). Hierna manoeuvreerde Henk rond de niet goed samenwerkende zwarte stukken op de koningsvleugel en legde hij zwart met 33. h4 (overigens niet de sterkste, maar wel de lastigste zet voor zwart, verder op de tijdpijnbank. De klok was onverbiddelijk, Henk won op tijd.
Dat “kwartje” viel bij Tony Else op bord 4 helaas de verkeerde kant op. Via zij gebruikelijke opening had hij een prima stelling opgebouwd, maar het verzilveren van het voordeel kostte veel, te veel tijd. In de eindfase in hevige tijdnood ontstond er een soort “flipperkast”-schaak, waarbij Tony opeens materiaal en daarmee de partij verloor.
Als laatste was het aan Jaco Vonk op bord 1 de stand weer recht te te trekken. Dat lukte na een ogenschijnlijk rustige partij, waarbij Jaco in eerste instantie zoals hij zelf zei, wat moeizaam op gang kwam. Er was weliswaar een klein plusje voor wit in een stelling met tegengestelde rokades. Op een gegeven moment had wit met een schijnoffer de mogelijkheid de witte druk verder op te voeren. Dit was echter een behoorlijk ingewikkelde manoeuvre en werd door wit niet gemist. Hierna kon Jaco het initiatief overnemen en met kleine middeltjes en vaste hand het voordeel uit te bouwen en uiteindelijk de winst naar zich toe kon trekken. Hiermee kwam de uitslag 4-4 tot stand, 4 winstpartijen, 4 nederlagen zonder remises, waarmee we onszelf denk ik een klein beetje tekort hebben gedaan. De volgende wedstrijd zal zijn bij Moira-Domtoren, dat deze ronde dankzij hun eerste overwinning de laatste plaats in onze poule heeft verlaten.

Verslag ronde 17 interne competitie

Verslag ronde 17 interne competitie

Er werd naast de wedstrijden voor de interne competitie ook een externe wedstrijd gespeeld, nl het 2e team speelde in de SOS-competitie tegen De Rode Loper 3 uit Utrecht. De onzen konden het niet bolwerken en verloren met 2,5-5,5, waarmee de tegenstanders zich bij de kopgroep in deze poule voegden. Mark Couwenberg en Rob van Driel wonnen hun partij, Marcel van Wingerden speelde remise, maar de overigen, Bram Capelle, Chris Tromp, Jan Post, John Dessens en Bert van Geldere moesten de eer aan hun tegenstander laten.
In de interne competitie was het topduel de strijd tussen Henk Boot en Jaco Vonk. De vraag was natuurlijk of Henk, die een wat minder seizoen speelt, Jaco zou kunnen verslaan en daarmee de competitie weer wat spannender maken. Nu lijkt Jaco vooral in externe wedstrijden ook wat minder op dreef dan vorig jaar, maar de balans in de onderlinge partijen is toch sterk in het voordeel van Jaco. De gekozen opening hield een bekend pionoffer van Henk in, maar hij had voldoende compensatie met een betere ontwikkeling van zijn stukken, een verdwaalde zwarte dame op c3 en een geïsoleerde zwarte dubbelpion op de f-lijn. Jaco besloot een f-pion terug te geven en hergroepeerde zijn stukken. Na dameruil ontstond er rond de 20e zet een gelijke stelling waarin Henk een ietsje betere pionnenstructuur had en wat makkelijker kon manoeuvreren en bovendien zo’n 15-20 minuten meer op de klok had, al zegt dat bij Jaco meestal niet zoveel. Na een periode van manoeuvreren lukte het Henk in een dubbel toreneindspel met nog een paard voor Henk en een witte loper voor Jaco, zijn paard op het mooie veld e5 te posteren. Maar de vraag was, stelt het wat voor en zo ja, hoe dan verder? Henk besloot het op de koningsvleugel te proberen, al was het vastleggen van de damevleugel met a5 en een toren op c5 neerzetten de andere optie waar Henk over had nagedacht. Achteraf had ook de computer geen uitgesproken voorkeur voor één van beide mogelijkheden, in beide gevallen werd de stelling als gelijk beoordeeld. Maar het openen van de koningsvleugel met 33. g4 was zeker meer risicovol (diagram na 33. g2-g4)

, ook al had Henk nog een kwartiertje meer tijd op de klok (20 tegen 5 minuten). Door deze opmars kon Jaco zijn torens wel activeren, maar Henk besloot “va banque” te spelen en activeerde zijn koning. Maar door de gekozen volgorde kwam hij in een verloren stelling terecht! Hij had echter het geluk dat Jaco zijn vizier eerst richtte op een paardpenning en niet op het zwakke f5 pionnetje (diagram na 37. Pxg4?! Tg8 en 38. Kf4?)

. Jaco speelde hier 38. ..Th4 en dus niet het sterkere Th5! Toen hij een zet later die pion wel op de korrel nam via Tf8, kon Henk eerst 40. Kg5 ?! zetten en daarna ook zijn 2e toren naar de koningsvleugel verplaatsen (Tf1). Toch stond Jaco op dat moment nog steeds beter, maar met nog maar zo’n minuutje op de klok (Henk 10 minuten) onttrok hij zijn koning aan een schaakje met het geplande f6+. Jaco’s voordeel verdampte hiermee al wilde Henk wel weer erg veel van de stelling door een toren naar f4 te spelen. Na het wat mindere 44. …Le8+, 45. Kg7 ging Jaco met Thh8 op jacht naar de witte koning, maar bezorgde hiermee juist Henk beslissend voordeel, omdat hij nu zijn paard er bij kon halen met 45. Ph6 en hiermee het veld g8 volledig te controleren (diagram na 46. Ph6!)

om daarna te beginnen met een opmars van zijn f-pion. Uiteindelijk streek Jaco op de 51e zet de vlag. Een wel heel gelukkige overwinning van Henk die zich tijdens de partij en ook in de analyse na afloop niet realiseerde dat hij zo dicht langs de afgrond had gelopen!

Henry Houweling speelde tegen Henk van der Hoek. Juist na de opening gaf Henk met 12. .. Db6+ een schaakje, maar dat was achteraf een discutabele zet, mits Henry het schaakje met de pionzetten c5 en na Dxc5 d4 had opgevangen. Echter, Henry speelde rustig Kh1 en liep weg uit het schaakje. Hierna volgde een afwikkeling naar een materieel gelijke stelling. Henk accepteerde het remiseaanbod van Henry, ook omdat hij wat krap in de tijd begon te raken.
Dezelfde uitslag kwam ook op het bord in de wedstrijd tussen Hans Karelse en Eddy Korevaar. De veronderstelling van Hans, dat hij met het vroeg in het spel brengen van zijn dame in de opening een originele benadering had gekozen, was zeker wel zo voor hemzelf, maar anderen (grootmeesters) waren hem voorgegaan tot op de 11e zet. Hans speelde zijn pion op naar e6 en sloeg vervolgens met schaak op f7. Eddy nam hierna bezit van het centrum met pionnen op e5 en d5 en “rokeerde” indirect door na het bijtrekken van zijn h8 toren bij het strijdgewoel de koning naar g8 terug te trekken. Hoewel aan de zijlijn leek dat Eddy met d5-d4 in het voordeel had kunnen komen, was de computer het daarmee niet eens. Eddy speelde het nogal omzichtig. De zet d5-d4 werd later wel gespeeld, maar e5-e4 zou beter zijn geweest. Even later zou Eddy nog wel een voordeeltje hebben kunnen behouden, maar nadat hij zijn loper tegen een wit paard had geruild, kwam Hans dankzij zijn loperpaar duidelijk in het voordeel. Maar omdat hij geen duidelijke weg naar winst zag, bood hij remise aan en dat werd door Eddy natuurlijk graag geaccepteerd.
Ook het duel tussen Louis Rutgers en Tony Else kende geen winnaar. Tony koos dezelfde opening als in zijn laatste KNB-wedstrijd, maar kwam er nu niet goed uit en raakte een pion achter. Louis kreeg weliswaar kansen op een koningsaanval, maar hij speelde het anders. Hoewel Louis een geïsoleerde dubbel c-pion kreeg, kon Tony daar niet duidelijk van profiteren. Hij bood weliswaar dameruil aan, maar daar ging Louis niet op in. Later werden de dames alsnog geruild en bood Louis remise aan, hoewel hij nog wel duidelijk beter stond. De partij eindigde dus in remise en Tony was al lang blij dat hij niet nog tijden hoefde te zwoegen om een remise veilig te stellen.
Een remise-uitslag was niet het geval in de partij tussen Jeroen Brandsma en Bert van Hees. Jeroen kwam goed uit zijn “eigen” opening, die Bert duidelijk niet zo goed kende. Hij leed daarbij tweemaal tempoverlies en Jeroen kon zijn voordeel daarna duidelijk verder vergroten en enkele pionnen winnen. Deze keer had Jeroen opvallend genoeg zelfs beduidend meer tijd op de klok dan zijn tegenstander! Hhet was vervolgens niet zo heel moeilijk het overwicht in winst om te zetten.
Ernst Delwel ging op bezoek bij Ton Lodder. Toen Ernst een stuk verloor, dacht Ton in eerste instantie dat Ernst het stuk had geofferd. Dat was dus niet zo, maar Ernst liet Ton maar in die waan. Toen Ton de draad in de stelling verloor, kon Ernst zelfs nog een matnet weven en Ton’s koning daarin vangen. Ook hier dus een erg gelukkige overwinning voor de witspeler.
Arjan Uittenbogaard speelde tegen Huig Visser en Robin Tenhuenen tegen Henk van Houwelingen. Beide witspelers wonnen zonder al te veel problemen en dat gold ook voor André van Wingerden die op bezoek ging bij Gijs Bos.