De vorige ronde had het eerste team een zware nederlaag geleden tegen Zeist. Er resteren nu nog twee wedstrijden: tegen de gedoodverfde kampioen Woerden in de laatste ronde en deze avond tegen het qua rating sterke, maar wat wisselvallig presterende OZU – Oud Zuylen Utrecht. Last minute bleek kopman Jaco helaas wegens ziekte niet beschikbaar, maar Elmar Bottema kon invallen. Henk wilde dit keer wel aan bord 1 spelen (ipv. Jaco) en teamleider André had zichzelf verhuisd naar bord 3. De eerste uitslag kwam van Hans Karelse op bord 7. Hans koos opnieuw voor een al eerder gespeelde afwijking van zijn bekende openingsrepertoire. En dat bekwam hem dit keer slecht. Hij dacht goed te staan en een stuk te gaan winnen. Zijn tegenstander had echter een flinke adder onder het gras gestopt en hij kon hiermee de dame van Hans vangen. Hans had slechts twee lopers als compensatie en dat bleek onvoldoende. In de nazit van Henk met zijn eigen tegenstander en de tegenstander van Hans gaf deze aan dit zelf bedacht te hebben. Maar Henks tegenstander had het thema tijdens het langslopen al herkend als een “bekende wending”. Tja, zo is dat soms bij het schaken. Henk speelde dit keer aan bord 1 en kreeg een tegenstander waarvan hij in een eerdere wedstrijd na een interessante strijd had veloren (2023), maar Henk had hieraan geen actieve herinnering meer. Hij speelde toen overigens met wit en nu met zwart en vond de partij terug op de site van de tegenstanders en versierd met een aantal foto’s uit het Giessenburg van zijn jeugd! Nu speelde zijn tegenstander een gambiet waarmee hij al meer dan eens tegen Jaco te maken had gehad! Hij speelde het dit keer soliede, maar had duidelijk wat meer tijd nodig dan zijn tegenstander. Henk hield de gambietpion en had een klein plusje, maar zag niet goed hoe hij verder moest komen en toen hij op zet 23 een remiseaanbod kreeg, leek het hem redelijk dit aan te nemen. Overleg met teamleider André lukte niet, want die was zelf hard aan het nadenken. Henk dacht er nog eens goed over na en mogelijk geïmponeerd door het ratingverschil en verglijkbaar fysieke overwicht van zijn tegenstander besloot Henk het aanbod aan te nemen. Toen hij hierna opkeek bleek André niet gewonnen, maar verloren te hebben! André kwam goed uit de opening, won op zet 14 een eerste pion en er volgden er meer. Eigenlijk stond hij huizenhoog gewonnen, maar hij vergat één dreiging van wit. Tja, dat betekende ondekbaar mat in één. En ook bij Gela op bord 2 ging het mis tegen een sterke tegenstander. Vanuit de opening kon Gela geen voordeel bereiken en rond de 20e zet stond zwart wel iets beter, maar dat was nog niet onoverkomelijk. Maar dat werd het wel toen na torenruil op a8 een zwarte toren op a1 schaak gaf en Pd1 met Txd1+ beantwoordde. Daarna volgde namelijk Pd3+ en met een dame op f2 betekende dat dameverlies. En dat leidde tot een tamelijk gruwelijke 3,5-0,5 achterstand. Toch rechten hierna de laatste 4 mannen hun rug. Eddy Korevaar op bord 4 kreeg een remiseaanbod te verwerken, maar bij deze stand en een pionnetje voorsprong voelde hij daar begrijpelijkerwijze niet voor. Hij speelde door en dat duurde nog best lang, maar uiteindelijk haalde hij de volle buit binnen. Ook Elmar Bottema op bord 5 kreeg remise aangeboden, maar bij hem zat er geen muziek in de stelling en remise was dan ook een logische uitslag. Mattias Stok op bord 6 scoorde ook een vol punt, maar het is de omstanders ontgaan hoe dat precies tot stand is gekomen. Louis Rutgers op bord 8 stond weliswaar iets beter, maar heeft het afgelopen seizoen enkele malen vanuit goede stelling verlorenen en bood remise aan. Het was voor zijn tegenstander dan ook een gemakkelijke keuze om dit aanbod aan te nemen en zo vertrokken onze tegenstanders met de volle buit (4,5-3,5) huiswaarts. Jammer natuurlijk, want er had meer ingezeten en we staan nu toch echt in de degradatiezone.
In de interne competitie werden nog een zevental partijen gespeeld, maar daar heb ik weinig van meegekregen. Het meest dramatisch verging het overigens Jan Troost, die tegen Kyriakos Gelinos materiaal voorkwam en een gewonnen stelling bereikte. Maar in een vlaag van schaakblindheid deed Jan zijn dame in de aanbieding. En daar zijn dames niet voor, dus einde partij en een nul voor Jan. Michaël Houweling bewees zijn goede vorm en hoge plaats op de ranglijst door het onderlinge duel met Christian Boudewijn in zijn voordeel te beslissen.
Pieter van Doorn kwam tegen Ernst Delwel met een niet veel gespeelde en onderschatte opening op de proppen waar Ernst weifelend op reageerde. Ernst kwam met de zwarte stukken verkrampt te staan en Pieter kon het initiatief naar zich toe trekken en op enig moment zwart opzadelen met een geïsoleerde dubbelpion op c6 en c7. Hierbij zou zwart dan overigens wel een half open b- en d-lijn krijgen, waarbij pion c6 het centrale veld d5 voorlopig goed onder controle zou houden, aangezien wit zijn loper van de witte velden had geruild tegen het paard op c6. Zwart kwam langzaam terug in de partij en kreeg licht voordeel volgens Stockfish. Zie diagram I na 20. Tf5. Zwart heeft hier zojuist op de 19e zet zijn dame op e5 gezet om deze wat actiever te maken en wit reageerde met 20. Tf5?
Beter was Pd1 geweest met een gelijke stelling. Na Tf5 won zwart nu een stuk met Lxc3. Wit probeerde nog wel met zijn arsenaal aan stukken op de koningsvleugel een mataanval uit voeren, maar zwart kon zich goed verdedigen. Zie diagram II na 23. … Dg6.
Wit had nu het beste de dames kunnen ruilen, maar speelde Dh4, verloor de kwaliteit op f5 waarna de partij snel beslist was ten gunste van zwart.
Jan Troost kreeg tegen Kyriakos Gelinos flink materieel voordeel en leek te gaan winnen. Maar zijn dame kreeg kuren of was het een moment van schaakblindheid? In ieder geval was er voor Jan zonder dame geen eer meer te behalen en hij gaf op. Arjan Uittenbogaard speelde tegen Bert van Geldere en het was een ingewikkelde stelling die beiden op het bord hadden gebracht. Wel had Bert duidelijk meer tijd verbruikt en tenslotte was het Arjan die aan het langste eind trok. Huig Visser kwam tegen Rob van Driel weliswaar een pionnetje voor, maar dat was niet voldoende om de partij een voor hem gunstig verloop te geven. Rob won. Raymond Wagner kreeg tegen Arnold van Es de beschikking over een open h-lijn met aanvalsmogelijkheden tegen de zwarte koningsstelling. Uiteindelijk kon hij de winst naar zich toe trekken. Bert van Hees en Martijn Stam kwamen in een toreneindspel met nog flink wat pionnen terecht. Geen van beiden kreeg de ander op de knieën en het werd dus remise.





