Gelijk spel tweede team waarschijnlijk niet toereikend (17 april 2018)

Gelijk spel tweede team waarschijnlijk niet toereikend (17 april 2018)

Het tweede team van De Giessen en Linge stond voor de taak om de degradatiezone te verlaten. Hiervoor was een overwinning tegen Moira Domtoren 2 uit Utrecht noodzakelijk. De Giessen en Linge startte goed met nette overwinningen van Tony Else en Louis Rutgers. Vegtlust stelde hier een verrassende overwinning op bord 1 tegenover. Henk Boot kreeg te maken met een open stelling waarin de tegenstander veel mogelijkheden had voor een koningsaanval. Uiteindelijk kon Henk het niet meer droog houden. Daarna volgden enkele remises (Jeroen Brandsma, André van Wingerden, Bram Capelle) waarmee de stand op 3,5-2,5 kwam. Hans Karelse maakte vervolgens ook nog remise, hij deed dit op knappe wijze vanuit een stelling die ogenschijnlijk gewonnen leek voor zijn tegenstander.

De druk kwam nu te liggen bij Henk van der Hoek. Hij speelde aanvankelijk een sterke partij tegen Dies de Dreu. Henk hield lange tijd de witte stelling in bedwang, maar op enig moment werd het tijd om te oogsten. Dies gaf zich niet zomaar gewonnen en zocht naar tegenkansen. Vervolgens raakte eerst Dies en later Henk in tijdnood en moesten de zetten snel worden uitgevoerd. Dies toonde zich daar meer bedreven in dan Henk en sleepte na lange strijd het (match-)punt binnen.

Derhalve een teleurstellend gelijkspel voor De Giessen en Linge 2 waarmee de laatste plaats nog steeds niet kon worden verlaten. Toch bestaat er een kans dat het team bij winst in de laatste ronde tegen Houten 1 de dans ontspringt.

Verslag: Jaco Vonk

Schlemielig verlies tweede team (23 maart 2018)

Schlemielig verlies tweede team (23 maart 2018)

De eerste uitslag was aan bord 7 de partij H.J. van der Hoek (1677) – F. van Gelder (1547). Om kwart voor negen kon Henk de felicitaties al in ontvangst nemen. In de ruilvariant van de Sockolsky verwisselde zwart op de derde zet de paardzet. I.p.v. 3. … Pf6 speelde hij 3. … Pc6, met als gevolg dat zwart de toren op h8 verliest. Dat de zwartspeler zich per zet maximaal tien seconden bedenktijd gunde, droeg ook bij aan het verloop van de partij. Toen hij op de 21e zet een loper weggaf, was het gebeurd (1-0).

Een uur later voldeed zich een drama op bord vijf: M. Nelis (1491) – Bram Capelle (1649). Al vroeg in de wedstrijd kreeg Bram een uitstekende stelling. Hij sloeg met de dam in op f7 en verkreeg een toren plus pion tegen een paard. Het was eigenlijk gewoon ruilen en uitspelen of een helper in de vorm van een toren erbij halen. Helaas speelde Bram op zet 23. Lf4, ontnam hierdoor het enige vluchtveld voor zijn dame. Toen zwart vervolgens 23. … Lc8 speelde was het gedaan. Hierdoor stond het weer gelijk (1-1).

Pas om half elf kwamen de uitslagen binnen druppelen. De partij R.F. de Vries (1762) – A.J. Else (1809) leek een rustige partij te worden. Tot zet 20 bleven alle stukken nog meedoen. Daarna kwam er een gelijkwaardige stelling op het bord te staan, met meer ruimte voor wit. Maar de stelling bleef tot het eind in evenwicht, waardoor de eerste en naar later bleek de enige remise een feit was (1½-1½).

Zonder de overige partijen tekort te doen vond uw verslaggever de partij D. van der Kist (1909)– J.M. Karelse (1793) op het tweede bord de mooiste partij van de avond. De witspeler offerde op zet 14 zijn loper, om vervolgens de zwarte koningsstelling volkomen bloot te leggen. Met gevaarlijke aanvalslijnen door de witte loper en dame moest Hans alle zeilen bijzetten om deze te pareren. Met als gevolge dat alle zwarte stukken op de achtste lijn bleven staan . Een koddig gezicht. Vervolgens bleef Hans zijn stuk voorsprong tot in het eindspel vast te houden. Het was echter wel billen knijpen, want het paard kwam in een spagaat terecht; pion verschalken om de weg vrij te maken voor promotie of verdedigen met het paard. Hans besloot tot een combinatie en kwam op zet 35 tot de volgende stelling; wit: Ka7-a4-b6-c7, zwart: Kc5-De1-Pd6. Toen wit 55. b7 speelde beende hij weg, mogelijk door de spanning. Hans nam zijn tijd en speelde 55. … De8. Er volgde 56. a5 Dc6 mat (2½-1½)

Ook in de partij (bord 3) L.W. Rutgers (1720) – W.J. de Wit (1746) bleven de stukken heel lang op het bord. Halverwege de partij speelde zwart Ld6 –b4 waardoor Louis tot een keuze werd gedwongen: zich schaak, en wellicht erger, op h2 laten zetten mede door een open h-lijn. Of een kwaliteit inleveren. Louis koos voor het laatste. Met een pion meer kwam Louis in een statische stelling met minder bewegingsvrijheid van zijn koning. Dat deed hem de das om (2½-2½).

Aan het eerste bord J.A. Wijnand (1959) – H. Boot (2050) kwam Henk al vroeg op tijdvoorsprong. Dit behield hij de hele partij. In het midden van de partij posteerde Henk al snel zijn dame in het centrum. De partij oogde in evenwicht, maar Henk zette langzaam de duimschroeven aan. Hoewel zwart zijn torens in combinatie met de dame als een soort van batterij formeerde, deed zwart een zwakke zet. Hen was er als de kippen bij en forceerde op de achtste lijn een mataanval. Het verweer van zwart was nutteloos. Bovendien ging hij door de vlag (3½-2½).

Het resterende halfje voor een gelijkspel moest uit de partijen J.P. van Wijk (1679) – J. Brandsma (1640) en M. Jager (1602) – B. van Hees (1524) komen. Beiden zaten in een behoorlijke tijdnood. Jeroen had in zijn partij eigenlijk het initiatief. Al vroeg waren alle paarden weg en legde Jeroen zijn wil op. Een aanval over de f-lijn. Echter deze werd gepareerd met 30. f4.  Hierna kantelde de partij en raakte Jeroen enigszins de weg kwijt. In de uitvluggerfase, beiden hadden evenveel tijd over, verspeelde Jeroen zijn loper en daarna wat pionnen (3½-3½).

Alle ogen waren nu gericht op Bert, die op een gegeven moment nog maar twee seconden op de klok had staan. Bert speelde een pittige partij, waarin hij niet tot een rokade kon komen. Hij loste dat vervolgens vakkundig op. In het eindspel kreeg hij echter een serieuze dreiging. Wit had drie pionnen op de damevleugel meer en eentje daarvan dreigde te promoveren. Gelukkig wist Bert door een vork dit te neutraliseren. Als in een Houdini-act kwam Bert na torenruil weer terug in de partij. Zijn tegenstander bood hem een paard aan, maar Bert vertrouwde dit niet. Omdat hij in tijdnood zat maakte hij hier geen gebruik van. Hij zag dus niet dat zijn tegenstander een verkeerde berekening had gemaakt. De verbonden pionnen op de koningsvleugel zouden dan een prooi voor zijn overgebleven paard kunnen zijn. Mede omdat de witte koning zich buitenspel had gezet (3½-4½).

Henk van der Hoek

 

Eerste winst tweede team (9 januari 2018)

Eerste winst tweede team (9 januari 2018)

Het tweede team moest aantreden tegen het hoog geklasseerde tweede team van Barneveld. De punten waren hard nodig want na drie wedstrijden had De Giessen en Linge 2 tweemaal verloren en slechts één keer gelijkgespeeld.

Het werd een harde strijd waarbij de emoties op het einde van de wedstrijd, in de tijdnoodfase, even hoog opliepen. Tijmen Schakel en Mark Couwenberg moesten de eer aan de tegenstander laten, Ernst Delwel en André van Wingerden remisseerden terwijl Louis Rutgers en Henk van der Hoek hun partijen wonnen.

Met een 3-3 gelijke stand moesten de partijen van bord 2 (Hans Karelse) en bord 1 (Henk Boot) de beslissing geven.  In een turbulente tijdnoodfase wist Hans zijn hoofd koel te houden en de partij binnen te halen. Henk keek geruime tijd tegen een gelijke stelling aan maar vertrouwde, zoals altijd, op zijn eigen kracht en wees tot tweemaal toe een remiseaanbod van de hand. In de eindfase van de partij maakte zijn tegenstander een fout waardoor Henk een pion kon winnen. Dit kleinood gaf Henk niet meer uit handen. Hij wist zich goed af te sluiten van de tijdnoodperikelen aan het tweede bord en trok gedecideerd de partij en daarmee de wedstrijd naar zich toe.

Hiermee heeft De Giessen en Linge 2 zich voorlopig uit de gevarenzone gespeeld. Met drie punten uit vier wedstrijden is de middenmoot in zicht en bezet het de zevende plaats in het tussenklassement.

Eervol verlies tweede team tegen koploper (4 december 2017)

Eervol verlies tweede team tegen koploper (4 december 2017)

De Giessen en Linge 2 heeft het niet gemakkelijk in de eerste klasse van de Stichts Gooise Schaakbond. Zeker niet als tegen de koploper (ZZC – Zaltbommel Zuilichem Combinatie) de strijd moet worden aangebonden.

Het begin van de wedstrijd bevestigde dit beeld. Louis Rutgers en Tony Else kwamen al snel slecht te staan en hielden het niet droog. Daarvoor had Bram Capelle zijn partij al verloren en zo stond er een 3-0 tussenstand op het scorebord.

Hans Karelse speelde een redelijk evenwichtige partij, waarbij hij ergens wel iets meer spel had maar op een gegeven moment zijn opponent even duidelijk beter kwam te staan. Toen zijn tegenstander zijn kans niet pakte was er weer een gelijke stand en remise een logische uitslag. Wim Rietveld stond ook goed maar toen hij fors de fout in ging was de wedstrijd beslist. Met een 4,5-0,5 tussenstand bleven de punten in Zaltbommel.

Daarna beet De Giessen en Linge Combinatie van zich af en liet zien wel degelijk over de nodige schaakcapaciteiten te beschikken. Eerste bord speler Henk Boot had in zijn partij steeds het initiatief en wist dit om te zetten in een kansrijk toreneindspel dat hij met vaste hand tot winst wist te verdichten.

Henk van der Hoek stond duidelijk beter en won zijn partij regelmatig. In de partij van André van Wingerden werd het evenwicht nergens verbroken en dus was remise het logische resultaat.

Hiermee kwam de eindstand van 5-3 op het bord. Een eervol resultaat, maar het wordt tijd om de punten te gaan pakken. Gezien het vertoonde spel is er alle reden tot optimisme. Daarbij opgeteld dat het bij de eerdere wedstrijden niet echt mee heeft gezeten zullen er bij de komende zes wedstrijden zeker nog kansen komen.

Met dank aan Henk Boot.

Gelijkspel De Giessen en Linge 2 tegen Vegtlust 1 uit Maarssen

Gelijkspel De Giessen en Linge 2 tegen Vegtlust 1 uit Maarssen

Afgelopen vrijdag (17 november 2017) speelden we in het pittoreske Maarsen-dorp in een mooi huis vlak naast de kerk. De kamers hadden mooie namen. We speelden met Ernst Delwel en Jeroen Brandsma als invallers voor de verhinderde Wim Rietveld en Bram Capelle.

Helaas was Hans Karelse op bord 2 als eerste klaar, hij verloor. Hij leek aanvankelijk wel goed te staan, maar wit kon zijn centrumpionnen sterk naar voren sturen en dat kostte Hans materiaal en de partij. Daarna was André klaar. Hij speelde op bord 8 zijn gebruikelijke opening tegen d4 maar het wilde allemaal niet zo lukken en hij was dus blij dat zijn tegenstander remise aanbood. Ook Tony op bord 4 stond naar eigen zeggen minder en was ook niet ongelukkig dat het remise werd.
Zelf speelde ik op bord 1 tegen een tegenstander met een vergelijkbare rating. Beiden hadden we onze eerste partij verloren. Ik kreeg een stelling tegen waar ik het niet zo op heb, koos voor een soort Konings-Indische opstelling maar moest accepteren dat zwart na mijn 10. g4 om f5 te voorkomen na Lh4+ na Lf2 en Lxf2+ en ruil mijn rokaderecht verloor. Maar ik zag wel mogelijkheden tot een pionnenstorm tegen de zwarte koningsvleugel en was bereid daarvoor na Pb6 mijn pion op c4 te offeren al gaf Fritz aan dat zwart wat beter stond (-0.75).

 

Overigens speelde mijn tegenstander snel, zodat ik na 16. g5 en 17. h5 nog 54 minuten had en mijn tegenstander na 17….Pb6 nog 115 min, dus ruim 20 minuten minder. Overigens vond Fritz Lxd7 beter en ik had dit ook uitgebreid bekeken en gezien dat ik dan geen pion hoefde te offeren, maar ik was niet in de stemming voor prozaïsche “oplossingen”. Ik vertelde mijn teamgenoten in de wandelgangen dat ik mij geïnspireerd voelde door het boek van Tukmakov: Risk & Bluff in Chess. The art of taking calculated risks, temeer daar ik net was aangeland in het hoofdstuk over Mikhail Tal. Overigens, de vergelijking slaat natuurlijk nergens op, maar je kunt je door dergelijke grootheden uit de schaakhistorie natuurlijk wel laten inspireren, en dat was zo afgelopen vrijdagavond.
Ik had voor de opbouw van deze pionnenstorm dus flink wat tijd geïnvesteerd en kon dus het vervolg vrij snel spelen. Dit (?) imponeerde mijn tegenstander blijkbaar want hij ging bij zet 19 ruimschoots in de denktank maar kwam na 25 min. denken tot de foutieve keuze exd4 en na mijn gxh7+ speelde hij vrij automatisch Kh8 en dat kostte hem na 21. De7 zijn toren op f8. Daarna was het overduidelijk dat ik gewonnen stond (Fritz > +4.5) al moest ik aan het eind nog even oppassen voor overmoedig 29. Kxg4 want dan was Pf6+ echt vervelend geweest vanwege het daarna volgende Txf8. Maar de tussenzet Pf3 dreigde mat in 1 met Pg5, alleen te voorkomen met f7-f6, tja en dan kan Pf6+ niet meer en was dus Kxg4 wel mogelijk. Mijn tegenstander gaf toen terecht op, volgends Fritz was het ook ruim +7.5 voor mij.
De kritieke stelling was dus na 18. … Pxc4:

Hierna volgde 19. Dg5  exd4 ?!, 20. gxh7+ Kh8?, 21. De7! Kxh7, 22. Dxf8 Lxh3 23. Txh3 (h6 was oo. Na zijn bek heel goed) Pe5, 24. Pxd4 Db6 25. Pce2 Td8 (wat anders ?) 26. h6 (natuurlijk!) g6, 27. f4 Pg4+ 28. Kg3 Dc7, 29. Pf3 (en vooral niet Kxg4 vanwege Pf6+ en ik verlies mijn dame!, maar nu dreigt Pg5 mat, dus na 29. ..f6 kon ik wel 30. Kxg4 spelen en zwart gaf op, waarmee de stand op 2-2 kwam. Vervolgens een remise bij Henk van der Hoek. Na zijn bekende opening was er in eerste instantie niet zo veel aan de hand, maar uiteindelijk speelde Henk het duidelijk beter dan zijn tegenstander en had hij goede winstkansen. Henk had een prachtige wurgstelling, maar wachtte een zetje te lang met het overhalen van de trekker waarna hij tot zijn ergernis moest berusten in remise. Daarna kwamen we op voorsprong. Ernst koos voor een rustige opening, maar ik begreep dat het een vrij wisselvallige partij was. Er volgde nog een “incident” in de tijdnoodfase, maar toen stond Ernst inmiddels zo huizenhoog gewonnen dat de 2 minuten extra voor zijn tegenstander het feestje niet meer kon verstoren.

 

Met nog 2 partijen te gaan zag het er op dat moment rooskleurig uit. Louis was op bord 3 in een gunstige eindspel beland met een pion meer: toren en paard van Louis tegen toren en loper van zijn tegenstander. Het zag er naar uit dat Louis goede winstkansen had. Op bord 6 was Jeroen Brandsma nog volop bezig. Het ging geruime tijd gelijk op, maar na verloop van tijd kreeg de tegenstander van Jeroen de overhand op de damevleugel en won daar een pion. Blijkbaar maakte dat het beste in Jeroen los, want hij speelde het mooi tegen, kreeg compensatie en won uiteindelijk de pion terug. In het eindspel stonden zijn stukken wel iets actiever maar een remise leek het logische vervolg.

 

In het vervolg van de strijd was Louis helaas zijn pluspion en plus in de stelling kwijtgeraakt en was remise een logische uitslag. Maar goed, dat moest toch voldoende zijn, maar helaas verslikte Jeroen zich in het eindspel met wederzijdse tijdnood het eerst en een “sneaky” wit paard peuzelde pardoes de zwarte toren op a2 op, tja… Dus uiteindelijk met een katterig gevoel vertrokken uit de fraaie ambiance in Maarsen-Dorp met 4-4, niet echt slecht, maar er had wel meer ingezeten. Maar goed laten we op 4-12 dan maar goed uitpakken tegen onze volgende tegenstander, medekoploper ZZC.

 

Henk Boot

Eerste wedstrijd tweede team nipt verloren (24 oktober 2017)

Eerste wedstrijd tweede team nipt verloren (24 oktober 2017)

Het tweede team moest in de eerste ronde van de eerste klasse van de regionale competitie aantreden tegen het tweede team van Hoogland uit Amersfoort. Kopman Henk Boot, die reglementair speelgerechtigd is voor het tweede team omdat hij dit seizoen niet als vaste speler uitkomt voor De Giessen en Linge 1, verwisselde twee zetten en geraakte hierdoor in een verloren stelling. Dat was een tegenvaller waarmee op voorhand geen rekening was gehouden.

Ook Arjan Uittenbogaard en Henk van der Hoek verloren hun partijen.  Hans Karelse, Louis Rutgers en Bram Capelle speelden remise, terwijl Tony Else en André van Wingerden hun partijen wonnen. Al met al net niet voldoende voor een resultaat en zo ging de eerste wedstrijd nipt met 3,5-4,5 verloren.