Deze avond was de bekercompetitie gevorderd tot de halve finales: Jaco Vonk tegen Tony Else en André van Wingerden tegen Gela Nikoladze.
Jaco schrijft over zijn partij: “In mijn partij tegen Tony was ik de onderliggende partij die fortuinlijk aan het langste eind trok op zet 51. Tony bracht een klassiek paardoffer in de Franse Opening, maar het offer had niet op e5 moeten plaatsvinden, maar op d4. Volgens Fritz kon ik dit offer prima aannemen, maar ik zag te veel dreigingen die ik niet kon overzien. Ik koos voor pionverlies, maar het werd langzaamaan erger door actief spel van Tony. Op enig moment verloor ik nog een pion, maar kreeg er wel een actieve toren voor terug op de zevende rij. Ook toen speelde Tony sterk, hij gaf een pion terug om actief spel te houden, later nog één (we stonden qua materiaal weer gelijk), maar ondertussen kwam ik flink in het nauw. De stelling was niet eenvoudig, de juiste zetten moesten worden gespeeld. Tony kwam bijna zover om de genadeslag uit te delen, maar door hoge tijdnood (minder dan 1 minuut) ging het mis op zet 48. Het stond gek genoeg nog even remise (volgen Fritz), maar op zet 50 werd de definitieve fout gemaakt waardoor ik loskwam en de partij naar me toe kon trekken. Alle eer voor Tony, hier heb ik flink gezwijnd”.
De andere halve finale was ook een interessante affaire. André schrijft: “Het ging aardig gelijk op tot ik 20. g4 speelde. Diagram.
Dit was veel te vroeg en gooide mijn koningsstelling helemaal open. Vervolgens kon Gela zijn torens mooi op de c-lijn plaatsen. Nadat Gela mijn toren won, probeerde ik er nog wat van te maken maar was vechten tegen de bierkaai”. De finale zal dus gaan tussen Jaco Vonk en Gela Nikoladze.
In de interne competitie nam Christian Boudewijn het op tegen Eddy Korevaar en hij maakte het Eddy erg moeilijk. Eddy schrijft: “Gisteren zitten zwoegen tegen de Penningmeester. Kwam niet echt in m’n spelletje en Christiaan bood op enig moment remise aan. Was ook zeker gelijk, maar ik vond dat ik het hele punt maar weer eens moest bijschrijven. Kreeg daarna mijn paard niet meer op een goed veld en wit ging er met de c-lijn vandoor. Wit kwam ook serieus beter te staan + pion voor + veel meer tijd. Christian koos er daarbij voor om geforceerd dames te ruilen en toen kon ik via de a-lijn weer tegenkansen ontwikkelen. Wit dacht met de d-pion door te lopen, maar versperde op enig moment op d7 de terugtocht van zijn eigen toren naar de b-lijn om mijn pion tegen te gaan houden. Na ook torenruil kon ik vrij gemakkelijk met mijn vrije b-pion naar de overkant lopen…….een narrow escape”.
Henk Boot kwam met een klein voordeeltje uit de opening tegen Louis Rutgers. Maar na zo’n 15 zetten was dat voordeel eigenlijk al weer weggesmolten, al had Henk een voorsprong van zo’n kleine 30 minuten op de klok. En naast een toenemend tijdsvoordeel had Henk ook duidelijk meer ruimte en dacht “dus” duidelijk beter te staan. Diagram.
Daar was de computer het overigens volstrekt niet mee eens: nog steeds gelijk. Maar Henk ging voortvarend verder met het naar voren brengen van zijn pionnen op de koningsvleugel, er werd een pion op g5 geruild en Henk kwam met 27. f5-f6 voor het eerst duidelijk in het voordeel van ± 1.0. Louis probeerde te plomberen met Te6 en later ook Tae8. Diagram.
Henk wilde nu zijn h-pion naar voren brengen en uiteindelijk offeren op h7 om zo de h-lijn te openen voor zijn zware stukken. Al vond de computer daar in eerste instantie niet veel bijzonders aan, bij nader inzien overigens wel. Onder druk van de tijd, nog slechts 7 minuten voor de rest van de partij greep Louis mis en dat kostte een stuk en dus de partij.
Hans Karelse had het dit keer niet zo moeilijk tegen Michael Houweling, die eenzelfde fout maakte als eerder. Nu herkende Hans de weg naar voordeel (stuk tegen pion) en winst wel. Gerard de Gans vlocht al gauw een dubbele dreiging in zijn stelling tegen Huig Visser en won een stuk. Toen Gerard even wat minder oplette, veroverde Huig het stuk tegen een pion terug. Maar hij stond zo overweldigend, dat hij het zich zelf kon veroorloven zijn “meissie” = dame kwijt te raken! Dat verhinderde overigens geenszins dat hij met een mooi schijnoffer Tc7 (onaantastbaar, want Dxc7 had geleid tot Pe6+ en dameverlies) alsnog weer materiaal won en de partij naar zich toe trok. Arjan Uittenbogaard en Martijn Stam speelden een partij met gebruikelijke thema’s. Martijn stond zeker niet slechter en dacht via Txe4 materiaal te winnen, maar dat klopte niet. Het bleef materieel min of meer gelijk, maar misschien was deze misrekening te wijten aan vermoeidheid. Ook later speelde hem dat nog parten en Arjan won. Rob van Driel bouwde tegen Arnold van Es een geweldige stelling op met een witte pion op e5 en loper op f6. Het leek erop dat Arnold wat onder de druk uit kon komen door deze loper tot ruil op e7 te “dwingen”, al was het misschien een mogelijkheid geweest deze ruil achterwege te laten door met Pd2-f3 Txd5 te dreigen en daarna een aftrekschaak vanwege een witte dame op b3. Of dit nu beter was, dan het gespeelde Lxe7 was niet helemaal duidelijk. In ieder geval hield Rob het initiatief en kon uiteindelijk de winst binnen halen. Mustafa Abderahaman raakte tegen Bert van Hees al snel enkele pionnen kwijt en dat betekende het begin van een (snel) einde.
