De bekercompetitie is al weer gevorderd tot de kwartfinale. Er stonden dus 4 duels op het programma. De eerste uitslag kwam van de partij tussen Wim Rietveld en Gela Nikoladze. Voor de langslopende toeschouwers zag het er allemaal nogal vreemd uit. Allereerst werden er op nogal onconventionele wijze dames geruild: wit sloeg met Pxd5 de zwarte dame, Gela liet vervolgens met Lxd1 ook de witte dame van het strijdtoneel verdwijnen. Hierna peuzelde Wim met de vork Pc7+ de zwarte toren op a8 op. Maar ook nu liet Gela zich niet onbetuigd en even later verdween via Pc2+ de witte toren op a1! Wit kon verhinderen dat het paard op a8 een gemakkelijke prooi van Gela werd, maar die kon zijn paard op a1 niet redden. Hij had wel een aantal andere troeven in handen. Hij trok uiteindelijk aan het langste eind, maar na afloop vertelde Wim dat hij toch ergens de winst had gemist. Waar en hoe precies is mij ontgaan.
De partij tussen André van Wingerden en Hans Karelse werd als tweede beslist. Hans kwam niet slechter uit de opening, maar vergat na 12. f4-f5 het centrum met Le5 te plomberen en speelde b7-b5. Nu kwam André na ruil op e6 in het voordeel. Er volgde met Pf5+ een schijnoffer die de pion op d6 kostte, want slaan op f5 was ten koste gegaan van de zwarte dame met 16. Pd5+.
Tja, het duurde nog wel wat zetjes, maar toen André de dekking van het zwarte paard op c5 door de dame op e5 met Pd5+ onderbrak,
was er na 22. … exd5, 23. Dxc5+ voor Hans geen houden meer aan. De derde partij ging tussen Mattias Stok en Jaco Vonk in eerste instantie redelijk gelijk op. Na Jaco’s 19e zet, aanbod tot dameruil, kwam Mattias in het voordeel. Maar na een minder actieve torenzet (22. Te2 ipv Te5) was dat voordeel weer verdwenen. De dame van Mattias werd via een zwart Lg7 in het nauw gedreven, Mattias schrok en speelde niet de beste zet, wat Jaco een stuk en later de partij opleverde.
De vierde kwartfinale werd gespeeld door Tony Else en Elmar Bottema. Na de opening had wit weliswaar de c-lijn onder controle, maar zwart probeerde zijn koningspionnen op te spelen en dit initiatief zag er redelijk dreigend uit, zeker toen de zwarte loper van g7 naar d6 werd gebracht en de zwarte torens werden gemobiliseerd. Maar Tony kon de zaak onder controle houden. Een interessant moment was er na 32. Pe5. Diagram.
Na het zwarte 32. … c5 speelde Tony 33. Dxc5 Lxc5, 34. Pf7+ Txf7, 35. De5+ Tfg7, 36. Dxc5. Volgens de computer is het allemaal nog wel in balans, maar het is sowieso voor zwart een veel lastiger te spelen stelling. Zwart bleek te optimistisch, ging nog steeds voor de aanval en dat kwam hem duur te staan. Tony bereikte een duidelijke gewonnen stelling. Diagram.
In deze kwartfinales waren er dus geen remises. De halve finales zullen worden gespeeld op 11 maart.
In de interne competitie was het belangrijkste duel de partij tussen Michael Houweling en Eddy Korevaar. Eddy kwam goed uit de opening. In het middenspel kwam Eddy een kleine kwaliteit voor te staan. Het leek voor de buitenstaander misschien nog een ingewikkelde stelling, maar Eddy breidde zijn voordeel gestaag uit en trok aan het langste eind.
Henk Boot nam het op tegen Christian Boudewijn in hun eerste onderlinge “lange” partij. Eerder hadden ze alleen in rapid- of blitzpartijen tegenover elkaar gezeten. Binnen no time werd er van alles geruild: pionnetje, 2 lichte stukken en de dames. Henk had er dan ook geen bezwaar tegen na 11. … Dxd2+ met de koning terug te slaan en die vervolgens op e3 neer te zetten. Het kon ook op goedkeuring van de computer rekenen. Zwart had moeite met de ontwikkeling van zijn paard en loper op de damevleugel en Henk had dan ook een duidelijke plus. Toen Christian 17. … Lc6-d7 speelde, (diagram)
was Henk er als de kippen bij om na Pxd7 en Txc8 een pion op b7 mee te snoepen en de zet erna zijn medestrijdmakker op a7.Henk dirigeerde zijn a-pion vlot naar voren en won.
Martijn Stam bouwde een mooie koningsaanval op tegen de kort gerokeerde zwarte monarch van Huig Visser en won gedecideerd.
Bram Capelle en Anne van Heelsum speelden de opening beiden niet foutloos, zo bleek achteraf. Zo leed Anne tweemaal tempoverlies, maar kon hij later een belangrijke witte pion op e4 winnen. Het zag er dan ook rooskleurig uit voor zwart, maar toen hij overzag, dat zijn dame in een penning belandde, kwam hij van een koude kermis thuis. Hij verloor materiaal en vrij snel daarna de partij.
Egbert Meier kwam tegen Mustafe Abderahamam weliswaar een pion achter, maar won later een stuk en vervolgens een kwaliteit, dat is bij elkaar natuurlijk een volle toren. En dat was voldoende voor de winst.
In de partij tussen Gerard de Gans en Arjan Uittenbogaard stond wit eerst goed, maar op een gegeven moment dreigde hij vanwege een ongelukkig staande toren de kwaliteit te verliezen. Arjan won vervolgens. In de wedstrijd tussen Bert van Hees en Bert van Geldere stond de witte Bert heel mooi en kwam een pion voor en wist tenslotte de partij in zijn voordeel te beslissen.
