Terug naar nieuwsoverzicht

Ronde 1 interne competitie 14-09

In de eerste ronde zaten, zoals al zo vaak, Jaco Vonk en Henk Boot tegenover elkaar. Jaco bediende zich van hetzelfde gambiet dat hij wel vaker gebruikt, zoals recent nog tegen Henk bij het laatste snelschaakkampioenschap. Henk reageerde nu anders en er kwam een erg interessante stelling op het bord. Al snel was in ieder geval Henk uit zijn theorie en dacht even aardig te staan, maar Jaco koos de juiste antwoorden. Henk werd verrast door Jaco’s 10e zet Ld6 (diagram na 10. Ld6).

Hij vertrouwde het niet om de loper te slaan, al had dat van de computer wel gemogen om daarna met de koning veilig naar d8 te gaan. Maar ja, dat is wijsheid achteraf. Zoals Henk het speelde, 10 .. Db6 en e6 om de lastige loper te ruilen, had Jaco volgens de computer wel een duidelijk plusje (voor Henk voelde het als een enorme plus, misschien wel winstkansen voor Jaco). Maar na het logische 14. 0-0, vond Henk de zet Pcxe5, (diagram na 14. 0-0)

waardoor het paard op d6 bleef hangen. Toen Jaco daarom Pxc8Ϯ speelde, verscheen er een zwarte toren op c8 en hing de witte loper op c4. Omdat Jaco Henk’s g7-pionnetje mee snoepte, vond Henk het niet verantwoord te proberen aan eeuwig schaak te ontsnappen. Een korte en felle strijd met een best logische uitslag. Ook in de post mortem werden geen overtuigende winstwegen meer gevonden, maar kwamen nog wel allerlei leuke mogelijkheden op het bord. Zoals dat natuurlijk ook hoort in een analyse!
Henry Houweling koos in zijn partij tegen Hans Karelse zijn “eigen” opening. In eerste instantie leek de partij zich rustig te ontwikkelen, tot Hans op een gegeven moment verzuchtte dat hij het spel helemaal verleerd was. Uw verslaggever ging snel even bij zijn bord kijken, want hij vermoedde dat Hans een forse blunder had gemaakt. Maar niets daarvan, de partij ging gewoon verder. Op een gegeven moment ontstond een eindspel van een paard + a-pion voor wit en een  zwarte a-pion en drie verbonden pionnen op de koningsvleugel. Toen beide a-pionnen in het doosje waren beland, bleek de zwarte koning te ver weg te staan om zijn zwarte pionnen te ondersteunen. Die verdwenen dus en daarom was ook hier remise dus het resultaat.

Louis Rutgers nam het op tegen Arjan Uittenbogaard. De opening verliep langs gebaande paden. Terwijl Arjan zich opmaakte om een witte pion buit te maken, overzag hij kwaliteitsverlies. Louis stond duidelijk beter, maar kon het winstplan niet boven water krijgen. Toen hij op zijn beurt een kwaliteit verloor, vervlakte de partij en ook hier was remise het eindresultaat. De partij tussen Bert van Hees en Mark Couwenberg belandde al snel buiten de theorie. Bert “offerde” in de opening enkele pionnen en voor de langslopers leek Mark duidelijk beter te staan, al had zijn koningsstelling wel wat schade opgelopen. De aanvaanval van Bert kon Mark niet echt verontrusten. Er verdwenen nogal wat stukken van het bord en het eindspel zag er voor Mark rooskleurig uit. Maar bij het vorderen van de strijd werd het minder duidelijk en ook hier ontstond een eindspel van pionnen tegen een stuk en het lukt Bert net met zijn paard de verbonden pionnen van Mark tegen te houden, dus ook hier was remise het uiteindelijke resultaat. En dat gold ook voor de partij tussen Rob van Driel en Gerard de Gans. Gerard kwam beter te staan en kreeg tenslotte een pionneneindspel met een (dubbel)pion meer, waarbij alle pionnen op de koningsvleugel stonden. Toen Gerard zijn koning langs de h-lijn bij wit naar binnen probeerde te winnen kon Rob ontsnappen met remise. Achteraf had Gerard met zijn koning via de damevleugel moeten manoeuvreren, want dan had hij wel kansen gehad Rob in zetdwang te brengen. Maar goed, nu was Rob dus zeer content met zijn halfje.
De partij tussen Wim Rietveld en Sebastiaan Visser werd rustig opgezet en kreeg na zetverwisseling bekende openingskenmerken van een andere opening. Er werd best van alles geprobeerd, maar ook hier hielden de spelers elkaar in evenwicht en was remise het eindresultaat. Ook de in partij tussen de 2 nieuwe leden Leen van den Herik en Christiaan Boudewijn werd steeds meer materiaal geruild en ook hier leidde dit tot een remise.
Maar er waren toch ook partijen waarin wel beslissingen vielen. De eerste die de volle buit binnenhaalde was John Dessens die Ton Lodder thuis bezocht en er met de winst terugkeerd. De tweede overwinning viel in de partij tussen Huig Visser en Peter van Gaalen. Hoewel Huig heel mooi stond en in het centrum een groot overwicht had, lukte het hem niet de winst binnen te halen. Op een gegeven moment kantelde de wedstrijd en drongen de zwarte stukken van Peter in grote getale de witte koningsstelling binnen en Peter won. De laatste partij die een winnaar opleverde was die tussen Martijn Koudstaal en André van Wingerden. Martijn, jarenlang secretaris van onze club, was op een gegeven moment wat minder geïnspireerd geraakt om te schaken, maar zoals ook bij anderen, na verloop van tijd komen er weer wat kriebels opzetten en worden de stukken weer uit het doosje gehaald. Zo ook hier en Martijn was het mooie spel zeker nog niet verleerd! Hij kreeg tegen André een mooie stelling, had goed gezien dat hij zijn zwakke pion op c2 niet hoefde te verdedigen, maar dat hij zelf veel meer dreigingen had (diagram na 14.  .. Pxa1)

. Er volgde sterk 15. d5! Martijn veroverde zwart materiaal, had reeds winnend voordeel en joeg de zwarte monarch over het bord (diagram)

die deze barre tocht na een tiental opeenvolgende schaakjes niet overleefde en op h3 werd mat gezet (diagram na Lg2#).

Voor de winnaar een mooi plaatje, voor de verliezer een uiterst treurig beeld. Met deze overtuigende overwinning vergaarde Martijn gelijk zoveel (Keizer)punten dat hij na 1 ronde de verassende koploper is!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *