Op dinsdagavond 12 maart was De TIL goed gevuld met schakers. Er werd aan 6 borden gestreden door het tweede team tegen De Rode Loper 5 uit Utrecht. Nadat de kruitdampen waren opgetrokken bleek dat de mannen van teamleider John Dessens een keurige 4-2 overwinning hadden geboekt, waarvan John al een verslag op de site heeft geplaatst.
Voor de interne bekercompetitie werd de replay tussen Tony Else en Bram Capelle gespeeld. Het was in eerste instantie een duidelijke laveerpartij, waarin Tony wat meer ruimte had. Hij had ook de beschikking over de half-open f-lijn waarop zijn dame en een toren in samenwerking met een loper op e5 druk uitoefenden tegen een gepend zwart paard op f6 en de daar achtergelegen pion op f7. Dat betekende inmiddels wel een duidelijk voordeel voor Tony die dit later kon uitbreiden en tot winst voeren. Hiermee is hij na de Eddy Korevaar de tweede speler die zich voor de halve finale heeft geplaatst.
In de interne competitie trad bij afwezigheid van Jaco Vonk Henk Boot aan tegen Mattias Stok. Mattias vergiste zich echter al snel in de opening en moest toen kiezen tussen pionverlies en een uiterst nare defensieve stelling of er dan maar een kwaliteitsoffer van maken. Hij koos de laatste optie en dat was ook volgens de computer het beste. Al viel het nadeel volgens de computer kleiner uit dan beiden tijdens en na afloop van de partij bij hun analyse dachten. Henk zorgde ervoor dat er geen troebel viswater ontstond en toen Mattias probeerde met Pc6-d4 om na ruil een goede pion op d4 te krijgen, onderbrak Henk met e4-e5 de dekking door de loper op g7 van deze pion. Hiermee werd zijn voordeel > + 3 en dat was voor Mattias voldoende reden de strijd te staken.
Jan Post nam het op tegen Hans Karelse, maar rond de 20e zet ging “het even niet helemaal goed” zoals Jan het formuleerde. Hans won een kwaliteit en benutte het “open veld” voor zijn torens, al moest hij nog even opletten voor matdreigingen achter de paaltjes. Maar die dreigingen waren niet al te moeilijk te pareren, waarmee Hans de overwinning binnenhaalde.
André van Wingerden en Louis Rutgers speelden een bekende opening, waarin één van de thema’s is dat de witte pion op e4 potentieel zwak is. Dat bleek ook zo, want na het wegjagen van het witte paard op c3, kon Louis dit pionnetje inrekenen. Toch vond André resources en trok vol ten aanval op de koningsvleugel met f4-f5 en slaagde erin het Louis flink lastig te maken en de pion terug te veroveren. Er ontstond een interessante stelling, waarin beiden dame, toren en paard hadden en de pionnenstructuur van Louis redelijk verbrokkeld was. Hoewel er in de analyse na afloop voor André nog wel kansjes op voordeel waren bij doorspelen, koos hij voor het halve ei door eeuwig schaak en liet een potentiële lege dop dus aan zich voorbij gaan. En dat was best begrijpelijk.
Bert van Geldere had tegen Chris van Wieringen al snel een duidelijk ruimtevoordeel. Weliswaar kreeg Chris na ruil op g6 de beschikking over de open h-lijn, waarbij hij zelfs een pion naar g4 kon sturen. Maar dit was misschien juist een handicap om tegen de witte koning een echte aanval op te zetten. Zoals het ging, zag het allemaal niet zo gevaarlijk uit voor wit. Wit breidde zijn voordeel uit en won. En dat was gewoon verdiend zoals Chris na afloop van de partij aangaf.
Edwin Morks speelde tegen Arnold van Es een onderhoudende partij. Wit had lang druk tegen de zwarte koningsstelling, waarbij zwart na afloop aangaf, dat het voelde alsof hij door het oog van de naald was gekropen. Maar blijkbaar was dat gaatje groot genoeg, want de strijd werd voortgezet. Beiden vonden het een partij waarin ze aan elkaar gewaagd waren. Maar toen Arnold met een schaakje via een dubbele dreiging een stuk won, betekende dit in hogere zin het einde van de strijd en haalde Arnold de volle buit binnen. Opnieuw een nieuw gezicht deze avond. Konstantijn nam het op tegen Huig Visser. De stukken stonden al heel snel schots en scheef op het bord. Het einde van de partij kwam voor Huig erg snel en hij verloor.
Daags erna trok het eerste team naar Utrecht voor de strijd tegen De Rode Loper 2. Jaco Vonk en Arjan Uittenbogaard waren niet beschikbaar en op het laatste moment bleek ook Tijmen Schakel ziek. Als invallers traden op Eddy Korevaar, Tony Elsen en Bram Capelle. Het team van De Rode Loper 2 presteert dit jaar heel goed en staat zelfs bovenaan in de poule. Het zag er in het begin nog wel aardig voor ons uit. André van Wingerden had er op bord 7 echt zin in. Hij liet zijn paarden door de zwarte stelling dartelen en al keurde de computer achteraf niet al zijn zetten goed, dat gold nog meer voor de zetten van zijn tegenstander. Die werd dolgedraaid door de pirouettes van de witte paarden en hield het na ruim 20 zetten voor gezien. Daarna moest er worden gewacht… Het leek nog wel goed dat Eddy Korevaar op bord 3 een remiseaanbod aannam. Het kostte Eddy namelijk veel tijd om de finesses van de gespeelde openingsvariant weer helder in het hoofd te krijgen, maar dat lukt uiteindelijk heel aardig. Misschien aan het eind zelfs een wat betere stelling, maar het remiseaanbod kwam dus niet ongelegen. Maar daarna kwamen er steeds meer donker wolken. Bram Capelle op bord 8 redde het niet. Zijn stelling werd steeds beroerder en uiteindelijk ging hij ten onder. Bij Mattias Stok op bord 5 bleek zijn aanval op de damevleugel veel minder gevaarlijk dan de zwarte aanval op de koningsvleugel. Bovendien stonden de stukken van Mattias elkaar op onderste rij flink in de weg en schoten daarom te kort in hun verdedigende taak. Zwart kon de juiste offerzetten wel vinden om de witte koningstelling op te blazen. Ook bij Louis Rutgers op bord 6 verliep het niet naar wens. Hij had een erg gedrongen stelling in het centrum. De tijd die het kostte om het daar allemaal wat draaglijker te maken, benutte zijn tegenstander om een doorslaggevende aanval op te zetten op de koningsvleugel. Bij Henk Boot op bord 1 zag het er allemaal wel aardig uit. Langzaam maar zeker drong hij zijn tegenstander terug en kreeg steeds meer troeven in handen. Teveel bleek op de 20e zet toen hij op e4 terugsloeg met zijn g5 paard en niet met zijn c3 paard! Dat laatste zou hem een > +3 voordeel hebben gegeven…. Nu was het voordeel minimaal, verwaterde nog verder en uiteindelijk bleek een verdedigende toren wegens overbelasting een stuk te moeten prijsgeven. Daarmee kantelde de partij definitief naar zwart toe. Hiermee was de teamnederlaag een feit. Henk wilde de trein naar huis nog halen en ging dus even later weg. Van de resterende twee partijen stond Tony Else op bord 4 niet gemakkelijk en verloor, maar Hans Karelse op bord 3 gaf de stand met een goede overwinning nog een wat draaglijker aanzien.
Terug naar nieuwsoverzicht
