Terug naar nieuwsoverzicht

Ronde 22 op 03-05-22, waarin Henk zijn koppositie versterkt en Hans de meest bloedstollende partij van de avond wint.

Ook deze avond werden er weer een aantal fraaie werkstukken afgeleverd, al zullen sommigen die met nederlaag naar huis gingen, daar wat anders over denken.
De eerste drie partijen had Gela Nicoladze overtuigend en snel gewonnen. Ook nu was hij weer als eerste klaar… Deze keer moest hij het met zwart opnemen tegen Gerard de Gans. Gela drong met een zwarte toren binnen op e2, gedekt door een dame op g4. Maar Gerard had de mogelijkheid met f2-f3 deze lijn te onderbreken. Gela was dus gedwongen een kwaliteit te geven door met zijn toren een wit paard op d2 te slaan. Toen wat later in de partij nog iets niet helemaal goed ging, werd zijn materiële achterstand alleen maar groter en eindigde hij met een twee lichte stukken tegen een dame van Gerard. Dat was volstrekt kansloos en Gerard bezorgde Gela dus zijn eerste nederlaag.
Huig Visser kreeg te maken met Wim Rietveld. Al vanuit de opening trok Wim het initiatief naar zich toe. Hij forceerde een ruil op a3 en de open b-lijn en het oppeuzelen van de pion op a3 leverde Wim beslissend voordeel op, toen zijn zware stukken via de b-lijn binnenvielen. Met Pd3 won hij bij zijn eerdere materiële voordeel met nog een stuk erbij uitbreiden. Dat was voor Huig teveel. Henk Boot suggereerde nog dat Wim de zet Pd3 van hem had “afgekeken” (zie later).
John Dessens had het zwaar tegen André van Wingerden. André speelde “gelukkig” weer met zwart en trok al snel het initiatief naar zich toe en veroverde ook nog een pionnetje bij een versplinterde witte koningsstelling. Het leek er op dat André nog een pion zou winnen en daarmee ook de partij zou beslissen. Dat lukte niet. André koos een duidelijke omweg, maar later kwam er toch nog een kansrijk toreneindspel op het bord. Of het echt gewonnen was, heeft u verslaggever niet gezien. Uiteindelijk was John met de remise duidelijk meer tevreden dan André.
Chris Tromp en Christiaan Boudewijn probeerden lang het elkaar moeilijk te maken. Dat eiste oplettendheid en dat ging beide wel goed af. Tenslotte kon Chris in een dame-loper eindspel een mooie loper op d5 zetten. Toen die loper even later ook een pionnetje op f7 kon verorberen, pakten de donkere wolken zich boven het hoofd van Boudewijn samen. Toen de lopers van het bord gingen, restte een dame-eindspel, waarbij het altijd de vraag is of degene met de pluspion die pion in beweging kan krijgen en aan eeuwig schaak kan ontsnappen. Dat laatste was niet het geval en Chris moest dus berusten in remise.
Arjan Uittenbogaard mocht opnieuw proberen met de witte stukken Henk Boot beentje te lichten. Dat was hem eerder dit seizoen na een uitstekende partij van zijn kant namelijk gelukt. Henk had echter andere plannen en koos een heel andere partijopzet dan de vorige keer. Arjan kreeg dit keer geen goede partijopbouw voor elkaar en al na 6 zetten stond Henk veel beter. Henk kon de verleiding van Pd3+ op zet 10 niet weerstaan, maar zoals wel vaker, het in stand houden van de dreiging is vaak sterker dan de dreiging uitvoeren (diagram).

Toen Arjan hierna niet onmiddellijk 13. Lxf6 speelde om Henk een dubbelpion te bezorgen, deed die kans zich later niet meer voor. Henk vergrootte zijn voordeel met een opmars van zijn pionnen op de damevleugel, waarbij hij de stelling van Arjan volledig in de tang had. Arjan porbeerde nog wat op de koningsvleugel, maar verloor daar nog een pion en meer (diagram slotstand na Pxf4).


Mattias Stolk trof Rob van Driel. Hoewel Mattias de opening rustig speelde, had Rob heel actieve plannen en werd daarvoor beloond toen Mattias een mogelijke penning niet tijdig opmerkte. Dat leverde Rob een stuk tegen een pion op en een “in theorie” gewonnen stelling op. Maar Mattias herpakte zich, zocht kleine kansjes en speelde het heel actief door met zijn h-pion naar voren te stormen, tot hij zelfs 26. hxg7 kon spelen! (diagram).

Dat Rob daarna nog witte pionnetjes op de damevleugel kon inrekenen, deerde hem niet. Hij had immers het vizier gericht op de zwarte koning, die met zijn 33. Db3+ binnen bereik kwam. Toen Rob dacht met 33. … Kh7 achter de witte g-pion te schuilen, kwam hij van een koude kermis thuis. Als hij Kxg7 wel had aangedurfd, was het na 34. Tg1+ nog een gelijke maar ingewikkelde stand gebleven. Nu trok Mattias dus aan het langste eind. Mooi dus om te zien hoe actief spel vanuit een ogenschijnlijk verloren positie alsnog beloond kan worden!
De laatste twee duels die nog werden gespeeld, waren de partijen van Bram Capelle en Louis Rutgers enerzijds, terwijl het andere duel ging tussen Hans Karels en Henry Houweling. In het duel tussen Bram en Louis kwam de laatste goed uit de opening, had initiatief in het centrum en om groter onheil te voorkomen, moest Bram verlies van een pion accepteren. Toch was het niet eenvoudig voor Louis om verder te komen. Uiteindelijk won Bram zijn pion terug en ontstond een toren + loper eindspel met voor beiden een damevleugel met nog 2 en een koningsvleugel met 3 pionnen. Het leek allemaal op remise te gaan uitlopen, maar blijkbaar speelde Louis het handiger dan Bram, want de pionnen van Bram op de damevleugel verdwenen, terwijl het verlies van pionnen op de koningsvleugel van Louis minder gevaarlijk leek. Inderdaad zette Louis zijn vrije b-pion in beweging en die oogde levensgevaarlijk. Tenslotte verloor Bram op tijd, maar zijn stelling leek op dat moment eigenlijk al niet meer houdbaar.
Hans Karelse kwam tegen Henry goed uit de opening, voltooide zijn ontwikkeling met een mooie pion op d5, terwijl Henry zijn koning in het centrum hield en probeerde met zijn paarden tot activiteit te komen. Diagram.

Hans dacht lang na over 16. c5! En dat zou inderdaad een prima zet zijn geweest. Zijn inschatting van de kracht van Pexd5 was te voorzichtig. Niettemin vervlakte zijn voordeel toen hij met 21. Pe4 de reactie f5 uitlokte (diagram)

en Henry hierna zijn paard weer naar f6 dirigeerde. Op dat moment geeft de computer aan dat de stand gelijk is. Overigens niet op de klok, Hans had flink wat tijd in de stelling geïnvesteerd en dat bleek ook hierna nog steeds noodzakelijk.
Toen Henry met zijn mooie pionnenfront naar voren kwam met 27. .. e3, leek hij een beslissende centrumdoorbraak te forceren. Toch was dat niet de sterkste voornemen. Het offer Ph4+ (diagram)

leidt tot een uiteenvallen van de witte koningstelling na het binnenvallen van de zwarte dame op h3.
Nu offerde Hans een stuk tegen 2 pionnen met 29. Pxe3 en kreeg hiervoor een mooie stelling, die de computer ook als wat beter voor wit taxeerde, vooral ook gezien de gedrongen stand van de zwarte stukken. Diagram.

Hans had zijn plusje kunnen behouden met 37. Lb4 Lc5, 38. Df5, maar Hans had kennelijk “ruigere” plannen en offerde met Te5 na zijn eerdere stukoffer ook nog een toren! Henry nam het aan, of dacht hij dat het een “mouse slip” van Hans was? Want er volgde na dxe5 natuurlijk Lb4! En dan staat het “gewoon” gelijk volgens Fritz, mits zwart voortzet met 38. .. Lc7!! Tja, de zenuwen van deze monsters zijn natuurlijk “non-existent”, maar het menselijk brein denkt dan maar slaan op b4. Maar na .. Dxb4 is het uit, omdat wit het tussenschaakje Dxd8+ en na Kg7 nog Dxc7+ heeft alvorens de witte dame op te peuzelen. Maar Hans deed dat, waarschijnlijk onder druk van de tijd niet en sloeg onmiddellijk terug op b4. Toch stond Hans nog steeds goed en met de volgende zetten vergrootte hij zijn voordeel. Natuurlijk hoopte Henry met drie stukken tegen een dame wat te kunnen bereiken, maar zijn stukken werkten niet goed samen en zijn ruimtegebrek maakte de samenwerking er ook niet beter op. De witte pionnen op de damevleugel begonnen aan een vervaarlijke opmars en dat kostte Henry een paard tegen een pion. Later blokkeerde hij de witte pion op b7 met Tb8. Dat was niet handig als Hans de zet Dc8 had gevonden. Daarmee wordt de zwarte toren opgesloten en wit kan met zijn koning aan een opmars beginnen. Zo ging het niet, en uiteindelijk verdwenen de pion op b7 en de zwarte pionnen in het doosje. De notatie ontbreekt verder omdat met minder dan 5 minuten op de klok, niet meer hoeft te worden genoteerd. Uw verslaggever stond er wel naast en zag dus nog heel wat zetjes passeren. Het leek erop dat Hans onhandig manoeuvreerde. Zijn koning bracht hij ver naar voren, maar het leek erop dat Henry toch een fort kon opbouwen. Maar Hans hield vol en leek toch naderbij de winst te komen. Maar Henry loerde ook op de mogelijkheid om met een pat te ontsnappen. Hans zag dat en weigerde de zwarte toren te slaan. Vervolgens zag Henry geen verdediging meer en gaf op. Diagram.

Maar in die slotstelling kwam er nog een andere wending naar voren: namelijk de dolle toren!! Kijkt u mee. Zwart blijft op de 7e rij met de toren schaak geven en de witte koning kan niet van de 8e rij ontsnappen! Wanneer de toren wordt geslagen, is het alsnog pat! Uw verslaggever kan u verklappen dat hij zelf jaren geleden op deze wijze met een remise in verloren stelling aan een nederlaag is ontsnapt. Kortom, een zeer enerverende partij, die met Hans wel een terechte winnaar kreeg, maar wel via een flinke omweg.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.