Het was een mooie schaakavond met maar liefst 13 interne wedstrijden, een record zoals Jaco opmerkte! Aan de top van de ranglijst nam Jaco Vonk het op tegen André van Wingerden, die op de 12e zet minder handig 12. … Pd4 speelde. Na ruil vervolgde wit met Lh6 en dan wordt het toch al een beetje lastig voor zwart. Toen André vervolgens de witte dame op g7 met Tdg8 verjoeg, (diagram na Tdg8)
verlegde Jaco met Dxd4 zijn aandacht naar de damevleugel en kon André zijn stukken niet meer tijdig naar die kant van het bord krijgen voor de noodzakelijke verdediging. Jaco won dus.
Hans Karelse had zich voorgenomen aan de “geluksserie” van Eddy Korevaar een einde te maken. De partij werd rustig opgezet, maar Hans speelde wat ongelukkig 11. Dd2, maar Eddy miste hier pionwinst met Pxe4. Diagram.
Ook daarna kon Hans geen echte vuist maken en Eddy kwam wat beter te staan toen hij met een toren op c2 en dame op d2 kon binnenvallen. Diagram.
Maar enkele zetten later was dit “voordeel” weer verdwenen. Dus ook al leek een remise geen onlogische uitslag, maar nadat op f6 pionnen werden geruild, miste Hans dar de loper op f6 “indirect” de pion op d6 dekte. Dus na 33. Lxd6 Pxd6 ; 33. Txd6 volgde met Le5+ de koude douche en werd nog een partij aan de serie “Lucky Eddy” toegevoegd.
Gela Nikoladze en Tony Else bestreden elkaar op het scherpst van de snede, waarvoor ze daarvoor geschikte opening hadden uitgekozen. Tony leek na verloop van tijd wel beter te staan, maar het door hem gespeelde stukoffer deugde niet. Gela was er daarna als de kippen bij om het materiële voordeel in winst om te zetten. Martijn Koutstaal en Elmar Bottema speelden een onderhoudende partij, waarin Elmar op de 15e zet met g6-g5 heel opportunistisch een pionnetje offerde. Enkele zetten later speelde Martijn 19. Dxe4 (diagram) waar Lf4 ook een prima mogelijkheid was.
Later stond er een eindspel, waar wit 2 torens had tegen een zwarte dame en een drietal versplinterde pionnen. Remise door eeuwig schaak leek de meest voor de hand liggende uitslag te zullen worden, maar dan moet je natuurlijk wel schaakjes geven. Toen Elmar dat even niet deed, bleek de kracht van de witte torens en was aan dameverlies en daarmee partijverlies voor hem niet meer te ontkomen. Christian Boudewijn had het niet makkelijk tegen Arjan Uittenbogaard. Hoewel het materieel wel gelijk was, had Arjan duidelijk makkelijker spel. Toen Christian in het eindspel een kwaliteit moest geven om mat te voorkomen, was duidelijk dat Arjan aan de winnende hand was. Louis Rutgers koos er tegen Henk Boot voor om deze keer met d4 te openen en Henk op zijn beurt koos een door hem nog niet eerder geprobeerde erg actieve openingsopzet en kwam al snel goed te staan. Maar ja, de finesses van de verdere opbouw na de 10e zet waren hem toch nog niet voldoende duidelijk. Het voordeel verdween en Louis kwam hierna duidelijk beter te staan. Maar Louis zag rond de 30e zet ook niet goed hoe hij verder moest gaan en had nog maar één kwartiertje tegen Henk twee kwartiertjes op de klok. Hij stond herhaling van zetten toe en daarmee mocht vooral Henk tevreden zijn. Madelon Dane kreeg bij Bert van Hees geen voet tussen de deur en moest met verlies huiswaarts keren. Pieter Verdoorn won ook zijn tweede partij, ditmaal tegen Bert van Geldere. Rob van Driel redde het niet tegen Ernst Delwel. Toen Ernst in een voor hem prettige stelling een stuk won, was duidelijk dat het eindspel voor Rob verloren was.
De partij tussen Anne van Heelsum en Gerard de Gans leek zich rustig te ontwikkelen. Gerard had wel een batterij met Lb7 en Dc6 gericht op de koningsvleugel gericht, maar die dreiging werd opgevangen door een paard op f3. Maar toen Anne in een vlaag van schaakblindheid dit paard wegzette, stond hij pardoes mat na Dxg2. Dat was echt pijnlijk voor hem. Edwin Morks won in een goede partij van Arnold van Es, die na afloop verzuchtte, dat het nog niet zijn jaar is. Martijn Stam won van Egbert Meier en Huig Visser van Otto van Capelleveen.
