Terug naar nieuwsoverzicht

Schlemielig verlies tweede team (23 maart 2018)

De eerste uitslag was aan bord 7 de partij H.J. van der Hoek (1677) – F. van Gelder (1547). Om kwart voor negen kon Henk de felicitaties al in ontvangst nemen. In de ruilvariant van de Sockolsky verwisselde zwart op de derde zet de paardzet. I.p.v. 3. … Pf6 speelde hij 3. … Pc6, met als gevolg dat zwart de toren op h8 verliest. Dat de zwartspeler zich per zet maximaal tien seconden bedenktijd gunde, droeg ook bij aan het verloop van de partij. Toen hij op de 21e zet een loper weggaf, was het gebeurd (1-0).

Een uur later voldeed zich een drama op bord vijf: M. Nelis (1491) – Bram Capelle (1649). Al vroeg in de wedstrijd kreeg Bram een uitstekende stelling. Hij sloeg met de dam in op f7 en verkreeg een toren plus pion tegen een paard. Het was eigenlijk gewoon ruilen en uitspelen of een helper in de vorm van een toren erbij halen. Helaas speelde Bram op zet 23. Lf4, ontnam hierdoor het enige vluchtveld voor zijn dame. Toen zwart vervolgens 23. … Lc8 speelde was het gedaan. Hierdoor stond het weer gelijk (1-1).

Pas om half elf kwamen de uitslagen binnen druppelen. De partij R.F. de Vries (1762) – A.J. Else (1809) leek een rustige partij te worden. Tot zet 20 bleven alle stukken nog meedoen. Daarna kwam er een gelijkwaardige stelling op het bord te staan, met meer ruimte voor wit. Maar de stelling bleef tot het eind in evenwicht, waardoor de eerste en naar later bleek de enige remise een feit was (1½-1½).

Zonder de overige partijen tekort te doen vond uw verslaggever de partij D. van der Kist (1909)– J.M. Karelse (1793) op het tweede bord de mooiste partij van de avond. De witspeler offerde op zet 14 zijn loper, om vervolgens de zwarte koningsstelling volkomen bloot te leggen. Met gevaarlijke aanvalslijnen door de witte loper en dame moest Hans alle zeilen bijzetten om deze te pareren. Met als gevolge dat alle zwarte stukken op de achtste lijn bleven staan . Een koddig gezicht. Vervolgens bleef Hans zijn stuk voorsprong tot in het eindspel vast te houden. Het was echter wel billen knijpen, want het paard kwam in een spagaat terecht; pion verschalken om de weg vrij te maken voor promotie of verdedigen met het paard. Hans besloot tot een combinatie en kwam op zet 35 tot de volgende stelling; wit: Ka7-a4-b6-c7, zwart: Kc5-De1-Pd6. Toen wit 55. b7 speelde beende hij weg, mogelijk door de spanning. Hans nam zijn tijd en speelde 55. … De8. Er volgde 56. a5 Dc6 mat (2½-1½)

Ook in de partij (bord 3) L.W. Rutgers (1720) – W.J. de Wit (1746) bleven de stukken heel lang op het bord. Halverwege de partij speelde zwart Ld6 –b4 waardoor Louis tot een keuze werd gedwongen: zich schaak, en wellicht erger, op h2 laten zetten mede door een open h-lijn. Of een kwaliteit inleveren. Louis koos voor het laatste. Met een pion meer kwam Louis in een statische stelling met minder bewegingsvrijheid van zijn koning. Dat deed hem de das om (2½-2½).

Aan het eerste bord J.A. Wijnand (1959) – H. Boot (2050) kwam Henk al vroeg op tijdvoorsprong. Dit behield hij de hele partij. In het midden van de partij posteerde Henk al snel zijn dame in het centrum. De partij oogde in evenwicht, maar Henk zette langzaam de duimschroeven aan. Hoewel zwart zijn torens in combinatie met de dame als een soort van batterij formeerde, deed zwart een zwakke zet. Hen was er als de kippen bij en forceerde op de achtste lijn een mataanval. Het verweer van zwart was nutteloos. Bovendien ging hij door de vlag (3½-2½).

Het resterende halfje voor een gelijkspel moest uit de partijen J.P. van Wijk (1679) – J. Brandsma (1640) en M. Jager (1602) – B. van Hees (1524) komen. Beiden zaten in een behoorlijke tijdnood. Jeroen had in zijn partij eigenlijk het initiatief. Al vroeg waren alle paarden weg en legde Jeroen zijn wil op. Een aanval over de f-lijn. Echter deze werd gepareerd met 30. f4.  Hierna kantelde de partij en raakte Jeroen enigszins de weg kwijt. In de uitvluggerfase, beiden hadden evenveel tijd over, verspeelde Jeroen zijn loper en daarna wat pionnen (3½-3½).

Alle ogen waren nu gericht op Bert, die op een gegeven moment nog maar twee seconden op de klok had staan. Bert speelde een pittige partij, waarin hij niet tot een rokade kon komen. Hij loste dat vervolgens vakkundig op. In het eindspel kreeg hij echter een serieuze dreiging. Wit had drie pionnen op de damevleugel meer en eentje daarvan dreigde te promoveren. Gelukkig wist Bert door een vork dit te neutraliseren. Als in een Houdini-act kwam Bert na torenruil weer terug in de partij. Zijn tegenstander bood hem een paard aan, maar Bert vertrouwde dit niet. Omdat hij in tijdnood zat maakte hij hier geen gebruik van. Hij zag dus niet dat zijn tegenstander een verkeerde berekening had gemaakt. De verbonden pionnen op de koningsvleugel zouden dan een prooi voor zijn overgebleven paard kunnen zijn. Mede omdat de witte koning zich buitenspel had gezet (3½-4½).

Henk van der Hoek

 

Eén gedachte over “Schlemielig verlies tweede team (23 maart 2018)

  • 24 maart 2018 om 23:07
    Permalink

    Mijn tegenstander Hans Wijnand leek steeds iets gemakkelijker te staan en ik moest voorzichtig manoevreren. Op de 15e zet sloeg ik na c4xd4 blijkbaar verrassend terug met Dd1xd4. De volgende 2 zetten kostten mijn tegenstander zo’n 3o minuten, omdat er ook andere goede opties waren. Op zet 18 even 1x de zetten herhaald wat ook weer 5 minuutjes winst opleverde. Ik moest het niettemin voorzichtig en nauwkeurig spelen. Zo had ik bij zet 30 nog 20 minuten, maar mijn tegenstander nog maar 1 minuutje. Ik heb op de 33e zet nog 1 zwakke zet gedaan, maar met zo’n 20 seconden op de klok buitte hij het kansje niet uit en bleef de stand “objectief” nog gelijk. Op de 39e zet kon ik een pionnetje verschalken en daarna ging mijn tegenstander op zet 40 opzichtig in de fout en was het met Tc8+ gelijk uit.
    Maar zoals in het verslag terecht staat, de mooiste partij van de avond was van Hans Karelse. Naar mijn menig was het witte stukoffer wel erg opportunistisch en Hans speelde het el mooi. Zeker toen hij f4-f3+ na Lxf3 liet volgen door een mooi kwaliteitsoffer Txf3, ontwikkelde hij een mooie aanval met witte loper en dame en won de kwaliteit terug.
    In de bijna eindstelling gaf Hans aan dat hij met Da5+ ook eenvoudig had kunnen winnen, maar het gespeelde De8 was natuurlijk veel mooier !!

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *