Vol goede moed op een erg regenachtige avond wilden we in Driebergen laten zien dat na een tweetal nederlagen onze laatste overwinning tegen Paul Keres geen toeval was geweest.
Hoewel onze teamcaptain André zelf verstek moest laten gaan, had hij in Ernst Delwel een krachtige vervanger gevonden. Nadat uiteindelijk ook kopman Henk na wat lokaal zwerven de juiste speelgelegenheid had gevonden kon de strijd tegen onze ongeveer even sterke tegenstanders losbarsten.
Hans Karelse bewees aan bord 4 opnieuw zijn goede spel. Hij kwam vrij snel beter te staan en met materiaal voordeel (stuk tegen pion) en bezit van de open d-lijn werd de tegenstander snel tot overgave gedwongen.
Als tweede was Ton Lodder klaar op bord 8. Met solide spel kreeg hij langzaam steeds meer voordeel en voerde het eindspel met zware stukken behoorlijk vlot tot winst.
Deze 2-0 voorsprong liep terug toen Tony Else op bord 5 te enthousiast ten aanval was getrokken en in een stelling met een toren minder de koning van tegenstander niet in een matnet kon sturen. De marge werd weer hersteld door Eddy Korevaar op bord 3 die zijn eerste seizoensoverwinning kon laten bijtekenen. De vraag was dus of de overige spelers deze marge intact konden houden. Bij Milly Schakel op bord 2 speelde een voor beide kanten moeilijke Siciliaanse partij, waarin ze zowel een witte pion op a2 als op h2 kon oppeuzelen, maar wit toch met de torens op de centrale open lijnen tegen de nog immer op e8 staande zwarte koning allerlei dreigingen kon creëren die zwart uiteindelijk niet meer kon pareren.
Op bord 7 kreeg Louis Rutgers wel materieel voordeel (kwaliteit), maar kon dit helaas niet verzilveren en moest berusten in remise. Vervolgens kon op bord 6 Ernst Delwel een eindspel met een pion minder niet houden zodat de stand inmiddels weer gelijk was 3½-3½ en alles afhing van het resultaat op bord 1 bij Henk Boot. De vraag was vooral of hij zijn slechte vorm uit het Tata-toernooi met een flink aantal nederlagen op rij achter zich had gelaten. Tja,… De door zwart gekozen opening had Henk al eens eerder verrast. In het rapidkampioenschap van 2009 ging hij snel kopje onder tegen Solidovnichenko, maar ja, dat was ook een 2600 + grootmeester. Later had hij het nog wel eens gespeeld, maar toch al weer jaren niet meer en dat kost tijd. Zo gebruikte zwart maar 10 minuutjes voor zijn eerste 15 zetten, tegen Henk 40 minuten, een ongebruikelijke tijdsverhouding voor Henk!
Rond de 20e zet meende Henk een zwarte pionnenopmars met g5 tegen zijn witte koning net als Wesley So tegen Loek van Wely dezelfde middag met g4 te moeten blokkeren, maar de computer vond de resterende stand een redelijke puinhoop voor wit (-2.50). Toen zwart, die lang gerokeerd had, echter met de breekzet b6 zijn paard op a8 weer wat wilde laten meedoen was Henk er als de kippen bij om met zijn torens op de open b-lijn te gaan “klieren” en was de stelling weer in evenwicht, maar lag het initiatief bij wit. Na torenruil switchte Henk naar de koningsvleugel en brak deze met h4 op de 45e zet open. Inmiddels ontstond een bloedstollende partij, maar drong met Dh6 net een veld te ver door. Zwart kreeg kans op winnend voordeel, maar durfde met nog zo’n 10 minuten op de klok voor beiden niet door te tasten en ook Henk zag een tamelijk eenvoudige winst over het hoofd. Met nog 5 minuten voor beide offerde Henk woest een loper op c5, maar zwart pakte de kans niet met zijn a-pion door te stomen uit angst dat Henk ook een gevaarlijke dame zou halen, maar dat bleek overbodige angst. Toen uiteindelijk met nog 1 minuut voor zwart en 3 minuten voor wit op de 75e zet beide spelers alleen nog een koning en paard overhadden, was remise en een 4-4 eindstand het resultaat. Zeker Henk mocht met zijn remise van geluk spreken, maar dat komt nu eenmaal af en toe voor bij schaken.
