Na de gewonnen wedstrijd tegen Amersfoort vorige week was het ook nu belangrijk om tot winst en zo uit de gevarenzone voor degradatie te proberen te komen.
Het team had vier invallers, Lemmy Schakel, Ernst Delwel, Bert van Geldere en Arjan Uittenbogaard.
Eerste bordspeler Hans Karelse speelde met wit een mooie partij. Na een soort Catalaanse-Hollandse opening (koningsfianchetto, c4 en d4) richtten Hans en zijn tegenstander zich op de kort gerokeerde koningsstelling van elkaar. De stukken van Hans werkten beter samen en door handig manoeuvreren en diagonale aanvalslijnen en druk via de open g-lijn op de koningsstelling wist Hans het punt keurig binnen te halen.
Henk van der Hoek op bord twee speelde Frans met zwart en veroverde na 7 zetten een pion. Hij kon echter door een goede positie van de stukken van zijn tegenstander geen directe winstkansen creëren. Een remise bod werd door Henk niet direct aangenomen. Zijn tegenstander verloor vervolgens veel tijd met het analyseren van de overige partijen. Dit brak hem op. Hij verloor weer een pion en vervolgens de partij door tijdsoverschrijding.
Louis Rutgers op bord drie had het in de Siciliaanse opening moeilijk met wit. Hij speelde met wit tegen de drakenvariant en moest de tegenstoot d5 toelaten. Hij verloor twee pionnen en kwam in een eindspel terecht met toren en pionnen voor beide spelers. Hij kwam met twee pionnen (g en h) op de koningsvleugel tegen vier verbonden pionnen (e,f,g en h) te staan maar wist behendig met remise te ontsnappen.
Tony Else op bord vier werd verrast door de Orang Oetan opening (1. b4) maar zijn tegenstander ging te rigoureus in de aanval. Met tegenspel in het centrum kreeg Tony de betere stelling. De druk werd opgebouwd totdat via een “petite combinaison” een stuk kon worden veroverd en kort daarna de winst werd binnengehaald.
Lemmy Schakel haalde op bord vijf het eerste punt binnen. Ze speelde gesloten Siciliaans met wit. Haar tegenstander speelde al snel aanvallend en er kwam een leuke stelling op het bord. Lemmy zette druk op het compacte centrum van haar tegenstander die in een trucje trapte en een stuk verloor.
Het was nog niet gedaan want de witte monarch stond niet helemaal veilig maar door een penning ging de dame van zwart verloren en was de winst een feit.
Ernst Delwel speelde op bord zes met zwart de neo-Steinitz variant van het Spaans. Wit kwam niet tot d4 en via een gat op h3 kon Ernst de koningsstelling bestoken met dame, loper en twee paarden terwijl de stukken van wit niet goed waren opgesteld. Na een dreigend paardoffer van Ernst moest wit zijn dame opofferen tegen een stuk en verloor kort daarna nog een stuk via een vork en uiteindelijk won Ernst vlak na Lemmy zijn partij.
Bert van Geldere speelde met wit op bord zeven en kwam goed uit de opening en zette zijn tegenstander onder druk en had op een gegeven moment een tijdsvoorsprong van een uur. Na het ruilen van een loper tegen een paard kantelde de partij. Na een loperoffer tegen een toren zag hij iets over het hoofd waardoor zijn tegenstander een niet te pareren mataanval kon opzetten.
Op bord acht speelde Arjan met zwart Hollands maar kreeg te maken met het scherpe Stauntongambiet (2. e4) en werd in de verdediging gedrongen. Met de witte dame op h6 en een toren dreigend op de zevende rij en een andere toren loerend op een mat op de achtste rij of mat via dame g7 werd de druk te hoog en moest Arjan opgeven.
Uiteindelijk werd het dus een mooie 5 ½ – 2 ½ overwinning.
(verslag Ernst Delwel)
