Terug naar nieuwsoverzicht

Verslag ronde 2 interne competitie op 6-10

Na de verscherping van de coronamaatregelen moet onze speelgelegenheid in De Til om 22.00 uur op slot zoals op dit moment alle horecalocaties. Dat eiste opnieuw creativiteit van het bestuur in het aanpassen van de interne competitie. Een kleine minderheid gaf de voorkeur aan het weer online gaan spelen in een wat sneller tempo, maar de meerderheid was voorstander om met een wat verkort tempo van 1 uur 20 min en 10 sec increment per zet te spelen. Bij een partij van 60 zetten en volledig gebruik van de tijd is er dan een speelduur van 3 uur, vandaar dat het aanvangstijdstip is vervroegd naar 19.00 uur, ook als is dat vroege tijdstip misschien voor sommigen een probleem. Maar ook nu verdient het bestuur een pluim, omdat ze zo snel met elkaar hebben overlegd en de mening van de leden hebben gepeild en zo tot een voorstel zijn gekomen.
Meerdere spelers hadden al aangegeven te zullen komen, want het is natuurlijk voor wedstrijdleider Jaco Vonk essentieel om een goede indeling te kunnen maken, zodat iedereen stipt om 19.00 uur kan beginnen. Want zo bleek ook later op deze avond, als er een eindspel ontstaat en er snel zetten worden gedaan, dan zitten we bij partijen met meer dan 60 zetten vanwege het increment al snel in de problemen met de 3 uur tijdslimiet.
De topper van de avond was natuurlijk de wedstrijd tussen Jaco Vonk en Eddy Korevaar. Vaak worden dat interessante gevechten. De laatste onderlinge confrontatie was de bekerfinale die pas na een barrage in het voordeel van Eddy werd beslist, maar waar in de eerste partij Eddy al de ruimschoots bovenliggende partij was, maar Jaco met een blauw oog naar remise kon ontsnappen. Maar nu leken de rollen duidelijk omgedraaid. Direct vanuit de opening had Jaco al het betere van het spel. Hij kwam na verloop van tijd een door Eddy geofferd pionnetje voor, maar belangrijker was dat hij totale dominantie over de stelling had en Eddy geen mogelijkheid tot tegenspel gaf. De computer gaf later aan dat Jaco’s voordeel langzaam opliep naar ruim +5. Eddy moest het allemaal met lede ogen aanzien, op zoek naar nog enig tegenspel slonk zijn tijd zienderogen, al had Jaco ook niet al te veel tijd meer tot zijn beschikking. Eddy dacht al na wanneer het een goed moment zou worden maar op te geven in deze hopeloze stelling met 3 pionnen minder. Maar ja, met opgeven heeft nog nooit iemand een punt gescoord en opgeven kan altijd nog. Hij speelde dus nog even door. Op de 51e zet leek Eddy misschien 1 pion terug te kunnen winnen en Jaco dacht door het opspelen van zijn a-pion naar a6 dit probleem te voorkomen, maar hij had hierbij volledig over het hoofd gezien dat Eddy via een penning een volle loper kon buitmaken!1 Tja, dank je wel dacht Eddy en incasseerde het stuk. Maar Jaco stond zo goed dat de stelling voor hem nog steeds in evenwicht was! Enkele zetten later werd tot remise besloten.

Schaken is een wreed spel, zo verzuchtte Jaco na afloop. Inderdaad, het spel kan meedogenloos zijn, was de mening van Eddy, waarmee beiden natuurlijk volstrekt gelijk hebben!
Henk Boot moest zich na vorige week proberen te herpakken tegen Henry Houweling, die hem aan het eind van het vorig seizoen in een uitstekende partij van Henry’s kant van het kampioenschap had afgehouden! Henk vond dat er dus nog een appeltje geschild moest worden. Maar het mesje was blijkbaar direct na de opening nog niet erg scherp, want na 10. ..Pf8 volgde ruil op e5 en op de 12e zet speelde Henk Pc3-e2 en miste daarmee een goede kans. De vraag is of de lezer ziet wat Henk had moeten doen (diagram na 10. ..Pf8).


Na de gespeelde zetten bleef de stelling gewoon in evenwicht, waarbij Henry primair de aandacht op de koningsvleugel van Henk richtte, terwijl Henk zijn aandacht richtte op de damevleugel en de open d-lijn om uiteindelijk een paard op d6 te kunnen zetten, ondersteund door een pion op c5. Maar Henry wilde niet zo lang wachten, hij wilde zoals steeds aanvallen en speelde op de 22e zet f7-f5, waarop Henk na ruim nadenken ervoor koos het geplande f2-f4 te spelen, in principe dus een pionoffer. Maar hij schatte in dat dit een verantwoorde investering was vanwege de “tochtige” positie van de zwarte koning. Deze zet gaf Henry meerdere mogelijkheden: op e4 te slaan, op f4 slaan en ook en passant g4xf3. Kortom, een heerlijke tactische stelling (diagram).

Henry greep in deze brisante stelling mis, niet zo zeer door op f4 te slaan, maar vooral door gretig Lxh2+ te spelen, waarmee hij Henk’s koning naar het veilige h1 dwong. De tocht rond de zwarte koning nam steeds meer toe en uiteindelijk kon Henk met 30. Dh7+ de zwarte koning het vrije veld injagen naar e6, maar het à tempo gespeelde Lc4+ was weliswaar geen mat, maar het gedwongen Dxc4 zou na Dg8+ de dame hebben gekost, Henry besloot het daarom maar voor gezien te houden, waarmee Henk dus zijn revanche kreeg. (diagram)


Louis Rutgers speelde tegen Bram Capelle en zette de opening rustig op. Bram zorgde met zijn lange en tegengestelde rokade voor een potentieel interessant gevecht. Dat kwam er ook en ook deze keer speelde Louis sterk en kreeg steeds groter voordeel.  Maar rond de 25e zet speelde Louis niet de nauwkeurigste zet en kwam Bram terug in de partij en stond prima. Maar toen Bram op zijn beurt niet de optimale zetten speelde, kon een witte vrijpion op a6 een woordje meespreken. Toen Louis dameruil kon afdwingen was hij weer de bovenliggende partij. Dat leidde uiteindelijk tot materiaal voordeel voor wit. In het eindspel had hij een kwaliteit meer en omdat de toren van Louis sterk was en nog pionnen kon winnen, was het lot van Bram met zijn kreupele loper hiermee beslist. Hij kon nog wel met zijn koning de witte stelling binnendringen, maar de opmars van één zwart pionnetje kon door Louis gemakkelijk worden opgevangen met zijn toren en het gaf hem de mogelijkheid met een eigen vrijpion op promotie af te gaan. Door deze tweede fraaie overwinning is Louis na 2 ronden de koploper in de interne competitie! Al vond Louis achteraf dat hij niet mocht klagen en een remise voor Bram ook een tijd binnen handbereik was.
Hans Karelse zette zijn partij tegen Jeroen Brandsma rustig op, maar kreeg geen voordeel. In tegendeel, Jeroen kreeg een pionnetje meer en kon zijn stelling verder versterken. Er ontstond een eindspel na ruil van een stel torens waarbij beiden een toren en paard hadden. Hans bezat weliswaar een 3-2 pionnenvoordeel op de koningsvleugel, maar de 4-2 verhouding op de damevleugel in het voordeel van Jeroen was natuurlijk een stuk gevaarlijker. Jeroen zorgde er op de koningsvleugel met oplettend spel voor niet verrast te worden door een mat achter de paaltjes en op de damevleugel hield hij ook de pionnenketen keurig intact. Langzaam nam zijn voordeel toe en ondanks weinig tijd aan beide kanten bleef de strijd nog lang gaande. Maar de vorderingen van Jeroen waren ook voor de omstanders (op gepaste afstand) duidelijk zichtbaar en toen uiteindelijk de paarden en torens konden worden geruild, was het voor Jeroen niet moeilijk meer het punt definitief binnen te halen. Een goede overwinning van Jeroen!
Een aardig duel werd gespeeld door John Dessens en Gerard de Gans. Gerard besloot alle openingstheorie te laten voor wat het was, terwijl John van zijn kant een degelijke opstelling koos. John kreeg een voordeeltje toen hij de lopers op e4 kon ruilen en een mooi paard op e5 posteerde. De witte loper werd door zwart node gemist in de verdediging op de damevleugel. De ruil van het sterke witte leidde voor zwart niet tot opluchting door de mooie zet 24. Da4-c6 waarmee hij een dubbele aanval op de zwarte pionnen op c7 en e4 creëerde. Gerard koos voor het verlies van de pion op c7, maar omdat na een lange rokade van wit de doorbraak d4-d5 in de stelling kwam, werd het witte voordeel snel groter. Hoewel zwart de open d-lijn nog probeerde te plomberen met Pd3+, was Txd3 gewoon stukwinst, want na Dxd3 werd de zwarte koning fraai mat gezet (diagram).


Chris Tromp nam het op tegen Wim Rietveld die weliswaar een voorschot had genomen op een komende lockdown van het kappersgilde door zijn haar flink te laten kortwieken, maar zijn schaakkrachten hadden daar niet onder geleden. De opening zag er nog wel rustig uit, maar het lukte Wim eerst een goede pion op e4 te krijgen een nadat deze geruild was, verscheen er een voor Chris erg vervelend paard. Chris bouwde weliswaar een vesting op, maar moest toen de kruitdampen waren opgetrokken in een lopereindspel met een pion minder proberen de verdediging gesloten te houden, maar helaas voor hem, de lopers waren van gelijke kleur en dan is de remisekans ook een stuk minder. Het werd steeds duidelijker dat Wim aan het langste eind ging trekken en zo geschiedde.
Rob van Driel en Jan Post deden er van alles aan om overwicht en voordeel te verkrijgen, maar het evenwicht was ondanks een pluspion van Jan nergens echt verbroken en remise was daarom een logische uitslag.
In de thuisduels wonnen Ton Lodder en Gijs Bos, beiden met wit, van respectievelijk Henk van Houwelingen en Huig Visser.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *